Intiem met God

Claudia Schreiber
Haar vaste begeleider
Uit het Duits (Ihr ständiger Begleiter, 2007) vertaald door Gerda Meijerink, Sirene, 205 blz., € 17,95

Claudia Schreiber (1958) was journaliste en schrijft inmiddels romans, zoals het eerder vertaalde Emma’s geluk. Kennelijk is het voor goed begrip van de nieuwe roman van belang dat de uitgever vermeldt dat zij bij een baptistengemeente in een dorpje bij Kassel opgroeide – dat eerste ‘bij’ begrijp ik niet. Het verhaal begint curieus: tussen stukjes genummerde zinnen die variaties op bijbelteksten lijken is het een terugblik van Johanna, die nu in de veertig is en moeder van een zoon. Haar vader-dominee leidt de uitermate strenge Hernhutter Broedergemeente en voedt zijn drie kinderen – Lukas (die ’m smeert), Markus (die zelf een kerk bouwt maar niet verder komt dan de kelder) en Johanna (als er een vierde ‘evangelist’ is geweest, waar was die gebleven? Idem dito de moeder) – op in de leer; dat wordt straatzang met gitaar. Al vroeg dringt de Heer – eerst nog een heertje: een jongetje met muts naar model van het knikkend missiespaarpotnegertje – zich aan Johanna op als metgezel, die haar een enkele keer beschermt maar vaker nog dwarszit. De bemoeial is er getuige van hoe zij bij het wereldkampioenschap voetbal in 1974 in het café de oranjeklant Rob ontmoet, van wie zij zwanger raakt. Haar schuldbekentenis tegenover de gemeente, die alles tot in details wil weten, wordt een hilarische scène, en die zijn er wel meer.

Tot dan kun je nog denken met een satire op het zwartekousenfundamentalisme van doen te hebben. Dan vindt Schreiber het vermoedelijk zelf te zwaar worden en gaat ze schmieren: Christus wordt dan een slapstickfiguur. Hij wijst naar haar decolleté: ‘Ik heb het geschapen en weet niet eens hoe het voelt (…) Ik zou willen dat ik een mens was.’ Of hij zichzelf als merknaam beschermd heeft, vraagt Johanna. Na een massage voelt hij zich net een jonge God. Maar naar het einde toe komt de boodschap weer in zicht, als Hij bekent dat hij al heel lang geen offers meer wil en onthult dat er geen hemel en hel is maar dat slechte mensen naar de aarde moeten.

Ondertussen is de vader voor de val gekomen. Hij wordt geitenfokker en knoopt oude contacten aan met een vroegere vriend. En Johanna heeft op haar reis door Holland, op zoek naar het adres van Rob van Dale, onder meer de damesliefde leren kennen. De grap is dat men in de christelijke hoek in Duitsland Schreibers boek begroet als teken dat er in de literatuur weer belangstelling is voor Jesus Christ Superstar. De roman gaat eerder over vergiftigingsverschijnselen. De psychoanalyticus Tilman Moser had het over ‘Gottesvergiftung’?