Intifada in west

Donderdag 23 april jongstleden ging in Amsterdam-West de vlam in de pan. Een onbetekenend incident ontaardde in een veldslag tussen politie en Marokkaanse jongeren. Kwam het door de arrogante wijkagent? Ligt het aan de falende politiek? In Slotervaart-Overtoomseveld kwam een ‘sociale tijdbom’ tot ontploffing. ..LE AMSTERDAM-WEST, zaterdagmiddag. De muziek voor aanvang van de grote demonstratie van (merendeels) Marokkaanse bewoners van Slotervaart-Overtoomseveld tegen het recente optreden van de politie in de buurt doet het ergste vermoeden. Door de boxen schalt het protestlied ‘Sabra en Chatilla’ van de Marokkaanse hitformatie Naz-el-Ghiwen, over de moordpartijen op twee Palestijnse vluchtelingenkampen in Libanon ten tijde van de Israelische stormloop op Beiroet in 1982. In klaaglijk Arabisch schalt het onheilszwangere protestlied door de regenachtige straten van de nieuwbouwwijk die toch al onder een diepe, Warschau-achtige triestheid gebukt gaat.

Zo'n achthonderd mensen zijn verzameld op de Postjesweg, nabij moskee El Oumat. In de omgeving staat de Mobiele Eenheid klaar. Motoragenten rijden af en aan. Enkele vertegenwoordigers van de stadspolitiek - onder wie Roel van Duijn van De Groenen en Maarten van Poelgeest namens GroenLinks - zien het bezorgd aan.
‘Jerry moet weg! Jerry moet weg!’ scanderen uitgelaten Marokkaanse jongens uit de buurt. De woede richt zich op de wijkagent, Jerry P., in de buurt meestal 'Jerry Springer’ genoemd, die een jaar geleden in de wijk arriveerde. Jerry’s voorganger op bureau Meer en Vaart, zo vertelt een Marokkaanse jongen, genoot nog het nodige respect in de buurt. Jerry heeft met zijn wildwestoptreden de goede contacten in ÇÇn klap weggevaagd. 'De oude wijkagent wist precies wie wie was. Deze heeft nog nooit eerder met Marokkanen te maken gehad, dat merk je wel.’
De slogans op de protestbordjes liegen er ook niet om. 'Zero Tolerance = Maximum Arrogance’, luidt er een. Andere strijdkreten richten zich tegen welzijnsorganisatie Impuls, die ex-gedetineerden van Marokkaanse afkomst naar de buurtcentra en scholen van Amsterdam-West dirigeert om jongere Marokkanen ernstig te onderhouden over de nadelen van een leven aan de verkeerde kant van de wet. 'Ik word ziek van die Impuls-gasten’, zegt een jongen van achttien. 'Waarom moet ik verplicht luisteren naar de verhalen van gangsters en criminelen? Zelf doe ik nooit wat verkeerds.’
Op donderdag 23 april ging de vlam in de pan in Amsterdam-West. Na een op zich futiel incident bij de Hart Nibbrigstraat in Slotervaart-Overtoomseveld vond er een ware veldslag plaats tussen de politie en de Marokkaanse jeugd. Wetenschappers van het Crisisonderzoekscentrum van de Universiteit van Leiden zijn inmiddels door de gemeente ingeschakeld om het ontstaan van het conflict te achterhalen. Burgemeester Patijn haastte zich naar het crisisgebied en kondigde alvast een werkbezoek aan het Rif-gebergte aan om zich beter in de problematiek te kunnen verplaatsen.
ONDERTUSSEN klinkt het ene na het andere noodsignaal uit het stadhuis. Gesproken wordt over een 'sociale tijdbom’ die wel tot ontploffing m¢est komen. De politie in West verkeert in staat van opperste paraatheid. Apocalyptische verhalen over een ophanden zijnde Intifada in Amsterdam-West zijn er legio. De politie zou al sinds lange tijd de grootste moeite hebben om de opstandige tweede generatie in de tuinsteden in bedwang te houden. Angstige verhalen over Clockwork Orange-achtige toestanden zetten de toon.
Maar de Marokkaanse jongeren die de menigte voor de demonstratieve mars door de buurt toespreken, weten beter. De burgemeester en zijn politievoorlichter Wilting moeten hun excuses aanbieden, roepen zij. 'Wij zijn nette jongens die gewoon voor onze rechten opkomen’, klinkt het in onvervalst Amsterdams met een Rif-tintje. Ook een autochtone spreker uit de buurt, een wat oudere Amsterdammer, uit dergelijke woorden. 'De politie heeft hier rampzalig opgetreden’, spreekt hij tot de menigte op de Postjesweg.
Een der aanwezigen overhandigt een pamflet, geschreven door een buurtbewoner die de rellen van de donderdag ervoor met eigen ogen heeft zien ontstaan. 'De politie is een grote rascist!!!’ staat erboven. En: 'Slotervaart-Overtoomse Veld: Get up, stand up, and fight for your rights’.
'HET WAS ALLEMAAL de schuld van de politie’, zo begint het pamflet, geschreven door een anonymus uit de buurt. 'Ik heb alles met mijn eigen ogen gezien en dat zal ik nu even uitleggen. Twee kleine jongetjes van ongeveer 9 11 jaar zaten een fikje te steken in een prullebak. Iemand uit ’t buurt heeft de brandweer gebeld en niet de politie. Een paar Marokkaanse jongens van ongeveer 12-17 jaar zaten daar. Er kwamen toen eerst twee agentes en die keken even en liepen toen naar hun auto. Maar toen kwam er een politie-agent op de motor en die begon heel boos te zeggen: “Wie heeft het gedaan?” De jongens keken elkaar aan en een van hun zei: “Weet ik veel.” De agentes die wegliepen bleven staan toekijken. “Gaan jullie als de sodemieter weg van hier, Turken!” ging de agent verder. De jongens liepen weg naar huis of naar hun trap. Maar die ene jongen M. (die ging praten) liep naar een trapje bij het bejaardentehuis en ging daar rustig zitten. De motoragent raasde over het grasveld heen en reed naar hem toe. “Jij krijgt een bekeuring, jongeman”, zei hij. M. begon boos te worden en schreeuwde: “Waarom, wat heb ik gedaan dan?” De agent begon te schreeuwen en hem uit te schelden voor vieze Turk, vieze Marokkaan, enzovoorts en wilde de jongen in de handboeien slaan, omdat die jongen de bekeuring niet accepteerde. Toen begon het gevecht. De agent pakte zijn knuppel en begon op de jongen te slaan. De jongen vocht terug. Opeens zag ik de agentes aan komen rennen en hun knuppels ook pakken. Ze begonnen op de jongen in te beuken. Het volgende moment zat M. in de handboeien en worstelde tegen. Hij kreeg toen weer met de knuppel. Een paar jongens die dit onterecht vonden kwamen helpen en die kregen ook met de knuppel. Een was 12 en de andere 15 jaar. M. zat te bloeden maar de agent sloeg hem nu op zijn dijbeen. De buurvrouw kwam schreeuwend naar buiten en zei: “Wat is dit voor zooi?!! Ik heb alles gezien en weet wat er is gebeurd. Wat voor politie-agenten zijn jullie? Jullie vermoorden die arme jongen zowat.” En zo begon de rel. Langzaam had iedereen gehoord wat er aan de hand was en begonnen te protesteren. In de tussentijd waren de jongens van 12 en 15, die helemaal bewerkt waren met de knuppel, worstelend in de handboeien geslagen. Ik heb vergeten te vertellen dat de vader van M. (die van niets wist en z'n zoon zag bloeden) wou weten wat er aan de hand was. En wat deed die agent denk je… juist. Die sloeg op het dijbeen van die vader.’
DE OPSTELLER van het pamflet (dat volgens de politierapporten over de rellen van 23 april en daarna een grote rol speelde) beklaagt zich ook over de wijze waarop de lokale tv-zender AT5 de rellen versloeg. 'Ze hebben alle stukjes er uitgeknipt. Van die buurvrouw die begon te schreeuwen dat de politie de jongens bijna doodsloeg met de knuppels en de kinderen die uitlegden waarom ze zo reageerden, alles haden ze omgekeerd. En Klaas Wilting (de persvoorlichter van de politie - rz) begon ook allemaal dingen te zeggen die met deze zaak niets te maken hadden. En ze hebben niet gezegd dat een Marokkaanse jongen total loss werd geslagen door de agenten. Onschuldige mensen die er helemaal niets mee te maken hadden werden in elkaar geslagen. Is het misschien omdat in deze buurt veel allochtonen wonen?’
De politie ontkende direct na de rellen dat er te hard was opgetreden. Er werd slechts gehandeld uit zelfverdediging, verkondigde Wilting, die getergd reageerde op opmerkingen als zou de politie in West inmiddels ook zijn bekeerd tot Jaap de Hoop Scheffers evangelie van de zero tolerance. Al even woedend was Wilting over vragen van de pers als zou de Amsterdamse politie geen expertise hebben in het omgaan met Marokkaanse jongeren. Door in West te werken met samenscholingsverboden en andere bijzondere bepalingen van de Algemene Politie Verordening (zoals een verbod op het rondhangen in portieken op straffe van een boete van 130 gulden) zou de politie de laatste tijd olie op het vuur gooien, menen betrokkenen.
'Wij Marokkanen zijn meer groepsmensen dan de Nederlanders’, aldus een jonge demonstrant. 'We ontmoeten elkaar op straat en dan praten we wat. Maar de politie ziet dan gelijk een jeugdbende staan.’ Politievoorlichter Wilting reageerde eerder al heftig op dergelijke verwijten. 'We hebben juist uitstekende kennis binnen het apparaat over de Marokkaanse cultuur’, zei hij. 'We hebben zelfs Marokkaanse geestelijken binnen de organisatie gehaald.’
DE ANGST VOOR een 'Intifada’ van de Marokkaanse jeugd leeft al langer. De vorige Amsterdamse politiechef, Nordholt, profeteerde al grote jeugdopstanden als gevolg van gebrek aan economisch en sociaal perspectief. Regelmatig vinden er opstootjes plaats tussen agenten en groepen jongeren. Maar de demonstratie in West is zeker niet exclusief een jongerenaangelegenheid. De helft van de aanwezigen is huisvader. Vooral het feit dat de vader van Mohamed F. - de achttienjarige jongen die op 23 april samen met zijn dertienjarige broertje achter de tralies werd gezet wegens verzet tegen arrestatie - door de politie is geslagen, heeft kwaad bloed gezet. De man staat in de buurt bekend als een respectabele, vrome burger, terwijl ook zijn zoon in niets lijkt op het type social outcast dat onderzoekers van de Marokkaanse tweede generatie telkens presenteren als BÅrgerschreck nummer ÇÇn. Integendeel, Mohamed F. doet het goed op school, rookt en drinkt niet en heeft nog nooit van zijn leven iets met de politie te maken gehad.
Zijn advocaat Maurice Veldman heeft inmiddels aangifte gedaan van zware mishandeling van zijn cli‰nt door de politie. De demonstranten vinden dat de politie steeds nadrukkelijker iedere Marokkaan beschouwt als potenti‰le misdadiger. 'Er heeft daar in Slotervaart-Overtoomseveld bijna een nieuw Jordaanoproer kunnen plaatsvinden als gevolg van een vorm van zero tolerance die wel het laatste is wat die buurt nodig heeft’, meent hij.
Niemand ontkent dat er problemen zijn in de buurt, maar dat die zich zo massaal manifesteren als de politie zegt, wijst iedereen van de hand. 'De politie zegt dat ze hier honderdvijftig gestolen brommers hebben gevonden’, zegt een jongen tijdens de demonstratie. 'Maar dat is gewoon bullshit. Deze buurt is helemaal niet zo erg. De politie maakt zich schuldig aan zinloos geweld. Maar wat zij kunnen, kunnen wij ook.’
DE DEMONSTRATIE zelf verloopt uiterst rustig. Het is eerder een uitgebreide wandeltocht. Alleen bij het plaatselijke politiebureau worden wat leuzen gescandeerd, opnieuw vooral tegen de gewraakte wijkagent Jerry, die inmiddels op non-actief is gesteld. De aanwezige ordedienst, doodsbenauwd voor escalatie, maant de roepende jongens direct om door te lopen. 'Wat zijn we hier nu aan het doen?’ beklaagt een jongen zich. 'We lopen als makke schapen achter de politiepaarden aan.’
Het mag niet baten. De demonstranten trekken steeds stiller door de uitgestorven buurt. Maar ÇÇn keer wordt van de door de politie voorgeschreven route afgeweken, wanneer de agenten erop staan dat de mars door het verlaten park van Osdorp en Slotervaart trekt, inderdaad geen aangewezen plek voor maatschappelijk protest.
Uiteindelijk gaan de demonstranten zonder morren uiteen, met de complimentjes van de leiding voor het rustige verloop. Voorlopig is een crisis bezworen. De volgende keer zou het er wel eens een stuk minder zachtzinnig aan toe kunnen gaan. De eerste pogingen om in Nederland zero tolerance te introduceren mogen weinig geslaagd worden genoemd.