Intimiteit in de ruimte

Alle voorstellingen zijn uitverkocht.
Eindelijk! Na Edo de Waart is nu ook Ed Spanjaard in de orkestbak van de Nederlandse Opera afgedaald - twee Nederlandse dirigenten van wie moeilijk beweerd kan worden dat het hun aan operabloed ontbreekt.

Spanjaard, die de première van Verdi’s Rigoletto leidde, doorstond de vuurproef met glans. Hij zette een lichte, transparante en precieze orkestklank neer. Prachtig kwamen de zwoele ritmes, die niet zozeer erotiek alswel verlangen en tevergeefsheid suggereren, uit de verf. De enige kritiek die je op Spanjaards vertolking zou kunnen hebben is zijn bescheiden opstelling: echt spetteren gaat het niet en al zijn inspanningen lijken vooral bedoeld om de zangers omhoog te tillen.
Nu blonk deze nieuwe produktie van Rigoletto in het Amsterdamse Muziektheater uit met een cast om te zoenen. Zelfs een kraker als La donna è mobile klonk als nieuw. Niet alleen beschikken de vier hoofdrolspelers Gilda (Harolyn Blackwell), Rigoletto (Mark Rucker), de hertog van Mantua (Martin Thompson) en Sparafucile (Mario Luperi) over uitstekende stemmen, ook in de casting van de personages vielen de rollen precies op hun plaats. De kleine mollige figuur van Rucker kon moeiteloos voor een mismaakte nar doorgaan, de tengere, knappe Harolyn Blackwell viel bijna samen met het personage van Gilda, en dat zij verliefd wordt op de grote, stoere Martin Thompson was in die context niet meer dan vanzelfsprekend.
De vocale sensatie die deze zangers teweegbrachten stond in een scherp contrast tot de aankleding en regie. Een mooi aspect in deze voorstelling is de nadrukkelijke lichtregie, die samengaat met een doelbewust gebruik van kleuren. Het bloedrode openingsbeeld verwijst naar het noodlottige drama dat zich gaat voltrekken. Gilda gaat aanvankelijk gekleed in maagdelijk wit, na haar avontuur met de hertog in het blauw van de onschuld. Een palet van emoties en connotaties vindt een equivalent in een bijpassende kleur: schaamte (oranje), venijn (gifgroen), woede (paars) en duivelse kwaadaardigheid (zwart).
Waar deze kleuren een betekenis aan het drama gaven, leek het monumentale decor (van Michael Levine) volkomen willekeurig. De gigantische kale vlakken deden het onmetelijke podium alleen maar groter lijken, de grote vierkante wanden verraadden de onmacht de ruimte te beheersen. Een gapende leegte kwam op de toeschouwers af - een setting die niets van doen heeft met het intieme psychologische drama dat Rigoletto behelst. Slechts een handvol zorgvuldig gestileerde tableaux vivants vormde een passend weerwoord op deze afmetingen, de rest van de voorstelling verzoop in de ruimte.
Wel weer plausibel is de interpretatie van regisseuse Monique Wagemakers, die de vaderliefde van Rigoletto betwijfelt. Ze zet Gilda neer als een eenzaam meisje, een object voor de projecties van haar ongelukkige vader en een prooi voor de rokkenjagende hertog.
Zo is deze Rigoletto een optelsom van geslaagde en mislukte aspecten. Daarmee maakt deze produktie duidelijk hoe moeilijk het is een alternatief te vinden voor de traditionele, anekdotische benadering van Verdi-opera’s. De totale abstractie is niet per definitie een gelukkige oplossing.