Menno Hurenkamp

Intriganten

We hebben te maken met een onbetrouw bare overheid, schreef J.A.A. van Doorn zaterdag in Trouw. Een overheid die haar eigen falen afwentelt, op vluchtelingen, op werk lozen en arbeidsongeschikten. Die vluchtelingen mochten komen, de arbeidsongeschikten kregen een uitkering, maar nu er te veel zijn is het hún schuld. De regels die de overheid aangaf — asielzoekers d’r in, werknemers d’r uit — worden herroepen. Daarmee weet de burger niet meer waar hij aan toe is. Van Doorn heeft gelijk, maar hij is nog te lief. Die onbetrouwbare overheid kan niet bestaan zonder politieke dekking. Een onbetrouwbaar systeem laten functioneren, vraagt stoken, opruien, intrigantenwerk.

Mooie staaltjes daarvan zag je bij de ontvangst van het werk van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over «waarden en normen» en bij de ontvangst van het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie naar de integratie. De «receptiegeschiedenis» van deze nota’s laat een indringend patroon zien. Beide bevatten een beschrijving van het dagelijks leven in Nederland. Grondtoon: verreweg de meeste mensen slaan zich redelijk door het bestaan, de druk op het openbare leven neemt desondanks toe, want mensen tonen afnemende interesse in elkaar, de overheid kan in dit alles een beetje sturen, maar de ervaring leert dat je daar niet te veel van moet verwachten. Voorwaar een liberaal geluid, maar het bleek tot twee keer toe het foute liedje: toonaangevende politici als Van Aartsen (VVD) en Verhagen (CDA) haastten zich om de boodschappers zwart te maken («sociologenpraat», «niet van deze wereld»).

Direct daarop vervolgden ze door harde maatregelen te eisen tegen overtreders van waarden en normen en onaangepasten. Voor het bewijs van de noodzaak volstaat een beroep op de staat van ontreddering die het land teistert. Immers, iedereen kent wel een substantiële ergernis. Over het gedrag van scholieren, over de aantallen asielzoekers, over grotere aantallen arbeidsongeschikten, over rare moslims, over het eigen erf dat bedreigd wordt. Niet alle mensen zijn boos over hetzelfde en soms heeft hun boosheid meer te maken met onwetendheid dan met kennis van zaken, maar alles bijeen kent ons land, hoe nuchter ook, een licht ontvlambare zelfvoldaanheid. Het is een kwestie van de juiste vonk in het kruithuis jagen. Als scholieren schieten of onhandelbaar zijn, ligt dat aan hen of aan hun culturele achtergrond. Niet aan de belabberde omstandigheden waarin de kinderen les krijgen of aan het feit dat in 1980 nog acht procent van het nationaal product naar onderwijs ging en nu zes procent. Als er te veel arbeidsongeschikten zijn, ligt dat aan hun lage pijngrens of hun onwil, niet aan de werkomstandigheden. Als er te veel asielzoekers, et cetera.

De kunst voor de intriganten is de mensen die zich ergeren over het falen van het systeem op te zetten tegen de randgevallen van dat systeem, de slachtoffers, de weigerachtigen, de lastpakken. Dat is een onmisbare stap op weg naar de onbetrouwbare overheid. Wij zijn te lankmoedig geweest en daarom moeten zij weg. Staan de bozen eenmaal tegenover de falenden, dan kun je gerust de schuld op de slachtoffers afwentelen, en flinkheid vertonen door een makkelijk einde te maken aan wat je zelf in gang gezet hebt.