Inverdienen

Het CDA roept dat de economie wordt kapot­bezuinigd en er meer ­geïnvesteerd moet worden, juist nu. Maar je hoort de christen-democraten niet over wat dit in Europa voor gevolgen heeft. Om welke inverdieneffecten zal het de partij werkelijk gaan?

Ineens was het cda weer volop in het nieuws. Met een lijstje onderwerpen waar de Europese Unie niet meer over zou moeten gaan. Met forse kritiek op de plannen voor de woningmarkt van het vvd-pvda-kabinet. En als de Kameragenda geen roet in het eten had gegooid, was het de christen-democraten ook nog gelukt krant, radio en tv te halen door het kabinet te hekelen omdat het in hun ogen te weinig doet voor de werkgelegenheid.

Dat het cda in het nieuws is, werd bovendien zelf nieuws. Want hadden de christen-democraten, die bijna altijd deel uitmaken van de regering, in de jaren negentig niet laten zien dat ze geen oppositie kunnen voeren? Is de partij die sinds de laatste verkiezingen nog maar dertien Tweede-Kamerleden heeft, een historisch dieptepunt, nu dan ineens een nieuwe weg ingeslagen?

Het antwoord op die laatste vraag is niet eenduidig. Maar het nee overheerst. Het cda was altijd al een partij van machtspolitiek. Het kunnen uitoefenen van invloed is voor christen-democraten wel vaker belangrijker dan het hebben van principes. Het gedoogdebacle met de pvv was daar een pijnlijk voorbeeld van. Ook op het woondossier probeerde het cda weer machtspolitiek te bedrijven. Dat de christen-democraten daarvoor hier en daar van mening moesten veranderen, is ook niet nieuw. Het cda staat daar juist om bekend. Dat het middenveld daarbij een belangrijke rol speelde, is eveneens als vanouds.

Wie denkt dat het cda het oppositievoeren in het bloed begint te krijgen en beweert dat de christen-democraten hebben geleerd van hun eerste tocht door de oppositiewoestijn in de jaren negentig zal moeten erkennen dat er één belangrijk verschil is met toen: de paarse kabinetten konden destijds bogen op een meerderheid in zowel de Tweede als de Eerste Kamer, het huidige kabinet van vvd en pvda komt in de Senaat zetels te kort. Terwijl in de jaren negentig pvda, vvd en d66 de christen-democraten – of andere partijen – dus niet nodig hadden, kan het cda nu via de Eerste Kamer ouderwets proberen macht uit te oefenen. Dat maakt oppositievoeren een stuk makkelijker.

Op het onderwerp wonen probeerde het cda die machtspositie maximaal in te zetten. Het woondossier is complexe materie. Het gaat over het verhogen van huren, het afromen van gelden van woningbouwcorporaties en het verplicht aflossen van hypotheken. Het kabinet dacht dat het op steun van het cda kon rekenen. Dat was niet geheel verwonderlijk, want de christen-democraten vonden ook dat de huren omhoog moesten, de woningbouwcorporaties afgeroomd konden worden en nieuwe hypotheken niet meer aflossingsvrij kunnen zijn. Toch was het een misrekening van dit kabinet.

Waar het geen rekening mee had gehouden was dat het cda van zijn geloof zou vallen, het geloof in de begrotingsregels in dit geval. Jan Kees de Jager, tot begin november voor het cda een strenge minister van Financiën, is nog springlevend, maar spreekwoordelijk moet hij zich nu omdraaien in zijn graf. Zijn partij wil dat het kabinet de corporaties minder afroomt en minder streng is voor nieuwe hypotheekhouders zodat er geïnvesteerd kan worden in de bouw en wel op een manier die het financieringstekort doet oplopen. Dat laatste is vloeken in de begrotingskerk. Het cda verdedigt het door te wijzen op toekomstige economische groei, op de banen en extra belastinginkomsten die daar het gevolg van zijn. Kortom het cda wil dat het kabinet rekening houdt met, zoals dat in het jargon heet, de inverdieneffecten. Binnen de spelregels waaraan ook het cda zich tot voor kort hield, betekent dit dat je je rijk rekent met toekomstige inkomsten waarvan je maar moet afwachten of die er ook echt komen.

De druk om van die regels af te wijken, komt uit de wereld van de bouw die zwaar te lijden heeft onder de crisis. Nou zit de bouw niet in de Eerste Kamer, zoals Eelco Brinkman, de voorzitter van Bouwend Nederland terecht zegt in een interview in het magazine van Aedes, de vereniging van woningbouwcorporaties. Maar daar voegde hij, eveneens terecht, aan toe: ‘Ik wel.’ Om er geen misverstand over te laten bestaan hoe hij met die verschillende functies omgaat, zegt Brinkman in datzelfde interview: ‘Juist omdat ik al die petten op heb, in de bouw, bij Rabo-Vastgoed, en als eerste Kamerlid kan ik invloed uitoefenen, dingen veranderen.’

Voor de duidelijkheid: Brinkman is van het cda. Binnenkort treedt hij terug als voorzitter van Bouwend Nederland. Zijn opvolger daar is ook van het cda, eveneens een ex-politicus, Maxime Verhagen, tot voor kort minister van Economische Zaken. Hou er dus rekening mee dat Verhagen op de kandidatenlijst voor de Eerste Kamer wil komen te staan bij de eerstvolgende verkiezingen, in 2015. Om met verschillende petten op invloed te kunnen uitoefenen. Voor de goede orde: het cda is daarin niet uniek, ook andere partijen hebben senatoren die hoge functies hebben in het middenveld. Bij het cda valt vooral op dat de vroegere landbouwpet vervangen is door de bouwpet.

De christen-democraten zijn niet de eerste die roepen dat de economie wordt kapotbezuinigd en er juist meer geïnvesteerd moet worden. De sp ging hen onder meer voor. Dat de spelregels voor de begroting in economisch zware tijden knellen, is ook onder economen onderwerp van discussie. Maar het cda hoor je niet over wat dit in Europa voor gevolgen heeft voor de begrotingsdiscipline van andere eurolanden en voor de positie van de kersverse voorzitter van de eurogroep, pvda-minister Jeroen Dijsselbloem.

Dat uitgrekend het cda de Nederlandse begrotingsdiscipline aan zijn laars lapt, maakt gezien de geschiedenis van de partij argwanend. Het vermoeden dat het om andere inverdieneffecten gaat dan alleen die voor de staat, is moeilijk te onderdrukken.