Opheffer

Investeren in hypocrisie

Drugs en verhoudingen – daar gaan we buitengewoon hypocriet mee om.
In mijn omgeving, in mijn vriendenkring, in mijn kennissenkring is enig drugsgebruik normaal, net als vreemdgaan.
Ikzelf neem ook wel eens een wietje, al kan ik er slechter tegen dan vroeger. Nederwiet is mij zelfs te sterk. Ik hoorde een paar minuten geleden Rita Verdonk praten over Trots op Nederland. Ik keek naar een half jointje dat nog in mijn asbak lag en ik dacht: mogen we nu wel of niet trots zijn op het feit dat Nederwiet de vroegere Rode Libanon en de Heilige Tempelhasj heeft weggevaagd als het gaat om kwaliteit?
Ook had ik ondertussen een gesprek met mijn vriendin K. Ze is getrouwd met mijn vriend P. en gaat vreemd met een man die ik niet ken. Ik heb dat door een toeval ontdekt, want de onbekende minnaar en K. zaten toevallig naast mij te vrijen in de bioscoop.
Of ik alsjeblieft niets wil zeggen. Natuurlijk niet. Het ligt allemaal zo moeilijk. Begrijp ik.
Ik heb hypocrisie altijd een boeiend thema gevonden in mijn leven. Ikzelf ben zeer hypocriet geweest – ik zal het waarschijnlijk nog wel zijn, maar door mijn leeftijd is er nog weinig om hypocriet over te zijn. Wie hypocriet is, heeft een gebrek aan vrijheid. Als je geen vrouw hebt, kun je niet vreemdgaan. Met drugs is het net zo. We zijn niet vrij om drugs te gebruiken en dus moeten we ons hypocriet gedragen: we verzwijgen het, of we nemen een snuif in een armzalige plee.
Ik ben benieuwd hoeveel Kamerleden we hebben die nog wel eens roken. Van een paar weet ik het. Toch verzwijgen ze in het openbaar hun gebruik. Het zou ze stemmen kunnen kosten. Een borrel mag – zelfs van de christelijke partijen. Niet te veel, natuurlijk. Maar een joint opsteken na het werk – het zou een revolutie betekenen. Alle kranten – ook de buitenlandse – zouden erover vol staan wanneer, laten we zeggen, Maxime Verhagen een joint zou hebben opgestoken, in het openbaar, na een maaltijd met Balkenende.
Onlangs is H. gescheiden van M. H., 44 jaar, werd verliefd op een meisje van 27. En dat meisje werd verliefd op H. Ik vond dat ze eruitzag als een kameel en ik begreep zijn verliefdheid voor een deel wel en voor een deel niet. Ik begreep de geiligheid van het geheel, ik begreep niet dat hij echt van haar kon houden, want ze had iets doms en stoms, twee eigenschappen die zijn vrouw M. totaal niet had.
M. vertelde me dat ze het ‘had zien aankomen’. Juist in een poging om hun huwelijk te redden was ze met een vriend van H. naar bed gegaan, waar ze niets aan had gevonden. Maar om hem te laten zien hoe het moest, had ze alles in alle eerlijkheid opgebiecht, maar het gevolg was dat H. het M. kwalijk nam dat ze niet had gezegd dat ze gemerkt had dat hij verliefd was geworden op de kameel.
Hypocrisie had het huwelijk misschien wel gered. Dat weet je nooit. Maar ik ken wel huwelijken die er nog door bestaan. Het is als met slechte recensies en artikelen in roddelbladen: je moet ze niet lezen. Zo moet je als vrouw of man niet willen weten wat je echtgenoot of echtgenote uitspookt.
Ik ben minder hypocriet dan vroeger, maar wel eenzamer, geloof ik. Niet dat ik dat erg vind, maar het is wel zo.
Ik had, denk ik, wel eens meer moeten investeren in hypocrisie. Maar kan ik niet net zo goed zeggen dat ik destijds dan meer had moeten investeren in mijn verhouding?
Al mijn vriendinnen en vrouwen van vroeger zijn gelukkig. De kinderen die ze, na mij, kregen zijn al volwassen en sommigen staan zelfs op het punt grootmoeder te worden.
Soms heb ik het domweg nodig om een tijd stoned te zijn.