iPhone versus iFone

Mexico-Stad – In 2002 begon Antonio Treviño met een paar vrienden een internetbedrijfje. De start was veelbelovend en op 30 april 2003 besloten ze de naam van hun onderneming officieel te registreren bij het Mexicaans Instituut voor Industrieel Eigendom. Iedereen die iets in deze sector deed, koos in die dagen voor een naam met een i of een e, en omdat Treviño en zijn maten vooral met telefonie op het net bezig waren, lag de naam voor de hand: iFone.

Bijna vier jaar later, in januari 2007, beklom Steve Jobs het podium op de grote Apple-beurs in San Francisco en daverde: ‘Wij hebben de telefoon opnieuw uitgevonden.’ Dat was ongetwijfeld waar, maar de naam die hij aan de vinding gaf was niet echt origineel: iPhone.

Om mogelijke publiciteitsstoornissen in Mexico te voorkomen, stuurde het machtige Apple onmiddellijk zijn advocaten op pad om het kleine Mexicaanse bedrijf om zeep te helpen. Apple startte een juridische procedure om iFone te verbieden zijn keurig geregistreerde naam te gebruiken. Na drie jaar procederen is Apple’s claim nu tot in het hoogste beroep afgewezen, het moment voor de winnaar om in te zetten op een enorme schadevergoeding.

Hadden die arrogante noorderlingen maar een beetje fatsoen moeten betonen, aldus eigenaar Treviño: ‘Ik voelde me alsof ik mijn Volkswagen uit 1960 wilde parkeren en er een truck met oplegger verscheen om mij te verpletteren. Als ze ons in het begin hadden benaderd, hadden we waarschijnlijk wel tot een akkoord kunnen komen.’

Bovendien was het argument van Apple vals: de computergigant beweerde dat iFone al lang niet meer bestond. Maar het bedrijf heeft vijfhonderd werknemers en draaide in 2012 een omzet van meer dan zes miljoen dollar.

Nu hopen de makers van iFone rijk te worden. De grote telecommunicatiebedrijven in Mexico hebben de iPhone natuurlijk aan de man gebracht. ‘Ze hebben onze naam gebruikt’, zegt de advocaat van iFone, die op een flink compensatiebedrag uitkomt: ‘De wet op het industrieel eigendom bepaalt dat wij recht hebben op ten minste veertig procent van de verkoopprijs aan het publiek van de diensten die verkocht zijn onder onze naam.’ Dat wil zeggen: veertig procent van wat alle telecommunicatiebedrijven in Mexico bij elkaar verdiend hebben aan de verkoop van iPhones.

Dat zijn zoveel miljoenen dat Treviño er alleen maar van kan dromen. De meest waarschijnlijke afloop is natuurlijk dat Apple doet wat elke economische gigant doet: met een miljoenenbod de kleine lastpak simpelweg opkopen.