Iraakse jezidi’s zitten klem tussen de Koerden

Sinjar – Verveeld sloft Seado, een 22-jarige jezidi, in zijn trainingspak over de hoofdweg van het Iraakse Sinjar, een imposant gebergte pal naast de Syrische grens. ‘Geen werk, geen school. Je hebt hier enkel modder’, verzucht hij. ‘Doodsaai.’ Aan weerszijden van het asfalt prikken honderden tentjes in de glooiende wintergrond: het geïmproviseerde thuis van de jezidi’s die hier, op de vlucht voor IS, in de zomer van 2014 klem kwamen te zitten. Volgens de Verenigde Naties pleegden de extremistische moslimstrijders destijds een genocide op de etnisch-religieuze gemeenschap.

Inmiddels zijn beneden, aan de voet van de berg, Sinjar-Stad en de noordelijke dorpen al ruim een jaar bevrijd van IS. Ook Seado’s boerenstadje is heroverd, maar naar huis wil de twintiger voorlopig niet. De reden: de Koerden zijn er verwikkeld in een onderlinge strijd.

In 2014 namen de Peshmerga, de Iraaks-Koerdische strijders die het gebied de facto in handen hebben, de benen toen IS naderde. De Turks-Koerdische pkk en Syrisch-Koerdische ypg kregen vrij baan en konden met hulp van de jezidi’s een halt toeroepen aan de extremistische groep. Maar de prijs voor hun ingrijpen is hoog: beide groeperingen weigeren weg te gaan uit deze strategisch belangrijke regio.

De Iraakse Koerden, die naar eigen zeggen niet zitten te wachten op ‘vreemde mogendheden’, hebben daarom een blokkade opgeworpen: olie, voedsel en bouwmateriaal komen het Koerdische checkpoint – de enige begaanbare doorgang naar Sinjar – niet voorbij.

Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch noemt de restricties ‘disproportioneel’ en ‘schadelijk’ voor ‘het herstel van de jezidi’s’. Want wie door het uitgestorven Sinjar rijdt, ziet enkel ingezakte en geplunderde huizen. De infrastructuur is platgebombardeerd en basisvoorzieningen als water en elektriciteit ontbreken. Hulpgoederen, inclusief medicijnen, arriveren maar mondjesmaat. Veelzeggend zijn ook de cijfers van de Internationale Organisatie voor Migratie: enkel een fractie van de ontheemden uit Sinjar is teruggekeerd.

Ondertussen drijft het Koerdische geruzie de jezidi-gemeenschap uiteen. Sommigen zijn loyaal aan de Iraakse Koerden, anderen dienen als ypg- en pkk-strijders, en weer anderen strijden via hun eigen groeperingen voor een onafhankelijke jezidi-regio.

‘Wat ik daar allemaal van vind?’ Seado staart loom naar de kronkelende bergweg voor hem. ‘Ach, het is politiek.’ En in politiek heeft hij, net als veel andere jezidi’s boven op de berg, geen zin. Ze willen rust. En dus blijven de ontheemden noodgedwongen op de hoogvlakte zitten, zonder water, zonder elektriciteit. ‘Maar’, grijnst de jezidi voorzichtig, ‘wel met schone lucht.’