Iraakse soennieten vrezen sjiitische wraak

Erbil – Op een uurtje rijden van Erbil ontvouwt zich de grootste militaire operatie in Irak sinds de invasie in 2003: de verdrijving van Islamitische Staat uit Mosul.

Iets waar Fatima al-Jaffal (66) vanavond níet aan probeert te denken. ‘En dat lukt aardig.’ Voldaan ploft de soennitische dame op haar bank in een van Erbils buitenwijken. Voor haar prijkt een schaal met dadelkoekjes en glaasjes mierzoete thee, een ‘afzakkertje’ na een swingend soennitisch bruidsfeest.

Wat een avond. Een muurhoog bloemetjesgordijn scheidde de feestzaal in een mannen- en een vrouwenruimte. Aan beide zijden stampten voeten en schudden schouders urenlang fanatiek op luide Arabische beats. Even waande de Irakese zich weer in Al-Dour, het stadje tussen Tikrit en Bagdad dat ze uit angst voor IS in 2014 verruilde voor de Koerdische Autonome Regio, de veilige haven die inmiddels meer dan drie miljoen ontheemden telt. Even ontsnapte al-Jaffal uit haar nieuwe leven dat zich, bij gebrek aan beter gezelschap, hoofdzakelijk afspeelt op de bank en op Facebook.

Maar nu rammelt de oorlog weer aan de poort. Volgens de Verenigde Naties is een humanitaire ramp van ongekende schaal ophanden.

Al-Jaffal doopt een koekje in de thee. Een diepe zucht. Ze tovert haar iPhone te voorschijn en met één routinematige swipe doet het oorlogsverleden alsnog intrede in het heden. ‘Hier denk ik steeds aan.’ Een tien minuten durende video op het kleine telefoonscherm toont brokstukken, scherven, een verloren slipper tussen het puin. Haar oude huis in Al-Dour.

Teruggaan is geen optie. Op een enkele muur na is er niets over van haar woning. Bovendien houden er nu, na de herovering op IS, ongure sjiitische milities huis. ‘Ze denken dat alle soennieten IS-aanhangers zijn.’ Het tot de orde roepen van deze driftige ‘bevrijders’ bungelt ergens onder aan het prioriteitenlijstje van de Iraaks-internationale militaire coalitie.

‘Kijk.’ Al-Jaffal laat voorzichtig haar vest van haar schouder glijden. Het licht valt op een bovenarm waar een grote hap uit is genomen. Een Amerikaanse kogel in 2006. Ze zat in de auto, op weg naar familie in de Abu Ghraibgevangenis. Ze had haar kleinzoon in haar armen toen de Amerikanen plotseling het vuur openden. Eén kogel raakte haar arm, een andere doorboorde het voorhoofd van de baby op haar schoot.

Ze beweegt haar arm voorzichtig, trekt een grimas en duwt ’m terug in haar mouw. Eén ding is zeker: de bevrijding van Mosul wrijft zout in nog nauwelijks geheelde wonden.