Iraanse revolutie

Het is nog geen twee weken geleden dat president Obama in Caïro zijn grote rede hield, waarin hij zei dat Amerika geen vijand van de islam is en de moslims uitnodigde tot een nieuwe dialoog. Nu zijn de verkiezingen in Iran achter de rug. Ahmadinejad, in het Westen vooral bekend doordat hij de holocaust ontkent en Israël van de kaart wil vegen, heeft volgens zijn eigen partij met 62,63 procent van de stemmen gewonnen. Zijn tegenstander, Mousavi, aan wie een zekere hervormingsgezindheid wordt toegeschreven, kreeg iets meer dan dertig procent. De machtigste man van het land, ayatollah Ali Khamenei, heeft in eerste aanleg de winnaar gesteund maar nu laten weten dat er een nader onderzoek moet komen.
In het Westen en ook in Iran wordt aangenomen dat er flink met de uitslag is geknoeid. De Duitse regering heeft de Iraanse ambassadeur op het matje geroepen, de onafhankelijke organisatie Reporters Without Borders protesteert, Washington reageert voorlopig nog behoedzaam, in Teheran wordt gedemonstreerd, gevochten. Wat is er na tien dagen van Obama’s veelbelovende ouverture overgebleven? Dat is de verkeerde vraag. Wie die stelt, denkt dat de president een tovenaar is die een soort simsalabim heeft uitgesproken. Ik hou het liever bij Max Weber. Politiek is langzaam boren in hard hout. Het vergt hartstocht en uithoudingsvermogen, schreef hij in zijn essay Politiek als beroep. In 1919. Het is nog altijd waar.
De Iraanse verkiezingen hebben overspannen verwachtingen gewekt. Er zou daar een ‘fluwelen revolutie’ op handen zijn. Mousavi was de vernieuwende leider die aan de halve dictatuur en het economisch wanbeheer van Ahmadinejad een eind zou maken. Ten eerste is de 67-jarige Mousavi niet de verlichte geest waarvoor hij in het Westen wordt versleten. In 1981 stond hij achter de gijzeling van de Amerikaanse ambassade. Hij was het eens met de fatwa die over Salman Rushdie werd uitgesproken na de publicatie van De duivelsverzen. Misschien is hij met het klimmen der jaren wat liberaler geworden. Dat had dan moeten blijken als hij had gewonnen. Maar om nog eens een klassieker te gebruiken: Iran is nog altijd een land waar de verkiezingen worden gewonnen door de partij die de stemmen telt. (Dat zei Lenin over Rusland.)
Is er een mogelijkheid om Ahmadinejads overwinning ongedaan te maken, of om hem op de een of andere manier uit zijn macht te ontzetten voordat hij Iran tot een kernmacht heeft gemaakt? Vergeet de militaire ingreep van het Westen. Zes jaar na de regime change in Bagdad zijn daar andere grote politieke problemen en duurt het moorden voort terwijl er Amerikaanse troepen moeten blijven om erger te voorkomen. De andere mogelijkheid is een snel bombardement op de kerninstallaties, zoals dat in juni 1981 door de Israëlische luchtmacht in Irak is uitgevoerd. Dat was in een andere wereld. Een militaire ingreep onder de nu in het Midden-Oosten geldende verhoudingen zou waarschijnlijk de hele regio verder ontwrichten. Het reservoir aan vreedzame middelen om te beletten dat Iran een kernmogendheid wordt is nog niet uitgeput.
De beste mogelijkheden om het gevaar Ahmadinejad te bedwingen liggen in het land zelf. De kracht van de ‘fluwelen revolutie’ is misschien overschat – of het vermogen van de zittende macht om het volk te bedriegen onderschat – maar het verzet tegen de gang van zaken neemt toe. Een nader onderzoek zoals dat nu door Khamenei is bevolen, kan een tactische zet zijn. Het is best mogelijk dat ook de uitslag van zo’n onderzoek al vaststaat voor het is begonnen. Dan wordt bijvoorbeeld de conclusie getrokken dat hier en daar een beetje is geknoeid en dat Ahmadinedjad met 59 procent heeft gewonnen. Zo zou hij dan toch nog sterker uit de strijd te voorschijn komen. Maar daarmee is het grote probleem niet opgelost.
Onbevooroordeelde deskundigen delen in grote trekken de mening dat in Iran al langer een strijd gaande is, waarbij de regerende elite zich moet verdedigen tegen een brede beweging van jongeren, vrouwen, reformisten, kort gezegd: de moderniteit. De mondialisering valt niet tegen te houden. Iran heeft een brede bovenlaag van hoger opgeleiden, intellectuelen, modern denkende jongeren die weigeren zich door een fundamentalistisch bestuur de wet te laten voorschrijven. Het verzet dat nu in Teheran gaande is, toont de kracht van die beweging.
Voor het Westen is het nu de vraag hoe dit verzet het best kan worden geholpen. In ieder geval niet door militaire inmenging en ook niet door dreiging met geweld. Het gaat erom met vreedzame middelen het regime te verzwakken en de oppositie zo sterk mogelijk te maken. Zo heeft het Westen het, in principe, in de Koude Oorlog ook gedaan. Dat heeft lang geduurd maar het heeft wel een doorslaand succes gehad.