H.J.A. Hofland

Irak, 11 september en camembert

NEW YORK — Terwijl de oorlog zich uitbreidt en verbitterder wordt, groeit de twijfel aan het politieke nut en de militaire noodzaak van de onderneming. Dat is nu, acht maanden voor de verkiezingen, het simultaanprobleem voor de oorlogspresident. Had 11 september voorkomen kunnen worden als Bush en zijn omgeving niet zo geobsedeerd waren geweest door Irak? Misschien, is de strekking van Richard A. Clarkes boek Against All Enemies. Als coördinator van de verdediging tegen het terrorisme had hij, op grond van reeksen inlichtingen, het sterke vermoeden dat een grote aanval ophanden was. Zijn waarschuwingen werden door de beleids makers verwaarloosd. Saddam Hoessein was hun obsessie. De aanval van 11 september werd daarna gebruikt om de oorlog een extra rechtvaardiging te geven. Afghanistan is dus, achteraf bezien, niet meer dan een intermezzo. Nadat het daar met de nederlaag van de Taliban voorlopig goed leek afgelopen, werden door Washington alle beschikbare kanalen gebruikt om de oorlog in Irak te rechtvaardigen. Met een offensief dat maanden heeft geduurd, werd de publieke opinie ervoor klaar gestoomd.

De nauwe banden tussen Saddam en Osama bin Laden bleken later uit de duim gezogen. Maar over zulke bijkomstigheden mocht je niet zeuren, want weldra werden bij tientallen de standbeelden van Saddam door de juichende, bevrijde Irakezen omvergetrokken en ten slotte raakte de dictator zelf achter de tralies. Dat waren mooie resultaten. Daarmee was de grondslag gelegd voor de herbouw van Irak tot een democratie die het voorbeeld voor het hele Midden-Oosten zou worden.

Hoe komt het dat die geweldige krachtsinspanning nu averechtse gevolgen heeft? Misschien hebben de miskenning van het terroristische gevaar vóór 11 september en de verwachtingen van de veldtocht tegen Saddam dezelfde oorzaken: gebrek aan verbeeldingskracht en grondige kennis van zaken, resulterend in een onwezenlijk optimisme. In Irak zowel als in Washington beleven we nu de ontmaskering. In het perspectief van de verkiezingen geldt er maar één vraag: hoe lang zullen de effecten van de vergissingen duren?

In Irak tekent zich een lijn af: van bevrijding via bezetting naar een chaotische burgeroorlog annex guerrilla, gevoerd tussen de Irakezen onderling en plaatselijke groepen, volksdelen of terroristen — dat valt niet meer uit elkaar te houden — tegen de bezetter. Op het ogenblik dat ik dit schrijf, wordt door een grote legermacht Fallujah gepacificeerd. De stad is omsingeld, er is een avondklok ingesteld. In Bagdad was het weer gewoon oorlog. Deze tonelen van chaos en machtsontplooiing komen in de hele wereld op de televisie. Zijn dat de bevrijders, vraagt de Arabische wereld zich af. Ze hebben daar ervaring met bevrijdingen. Vastberaden kondigt proconsul Paul Bremer aan dat Fallujah gepacificeerd zal worden.

Op 30 juni zal het gezag aan de Irakezen worden overgedragen, zegt de president, even vastberaden. Maar de Amerikanen kunnen nog niet naar huis. Misschien moeten er weer meer soldaten naartoe, misschien zullen ze er nog wel twee jaar blijven. Ja, als de Coalitie vertrekt, breekt de hel definitief los. De verhalen over de bevrijding zijn in zoverre uitgekomen dat ongetelde fracties, geloofsrichtingen en stammen zich nu vrij voelen om elkaar en de bezetter zo veel mogelijk te belagen. Irak is geen Vietnam geworden. Misschien wordt het erger. Er zijn twee belangrijke verschillen. In Vietnam werd een uitzichtloze oorlog gevoerd, in een gebied dat voor de uitkomst van de Koude Oorlog hoogstens van ondergeschikt belang was. De tegenstander daar had de macht om zijn eigen natie te bouwen. In Irak is het aantal tegenstanders onbekend. Geen heeft de macht om de ander zijn wil op te leggen. En ten tweede: hier wordt gevochten in een gebied van de islam, in het hart van de Arabische wereld, de oorsprong van het moderne terrorisme. Iedere dag dat de bezetting met hardere middelen langer duurt, komen er meer terroristen bij. Irak is binnen een jaar van bevrijd land tot — naar westerse maatstaven — een woestenij van politieke Verelendung geworden. Het front tegen het terrorisme is verlengd. Hier dreigt de «israëlisering». Osama bin Laden had het niet geraffineerder kunnen bedenken.

Voor de Amerikaanse kiezer telt nu of dit nodig is geweest. Was het niet beter geweest als Bush c.s. Saddam in al zijn onguurheid met rust hadden gelaten en zich verder op Afghanistan hadden geconcentreerd? Misschien had Osama dan achter de tralies gezeten. Dat valt niet te bewijzen. In deze openings fase van de moordende verkiezingscampagne is het voor de Republikeinen de vraag hoe ze een slepende bezetting bij de naderende verkiezingen in de dageraad van de overwinning moeten omtoveren. Alles hangt deze week af van wat Condoleezza Rice donderdag onder ede, op de televisie, verklaart voor de onafhankelijke commissie die 11 september onderzoekt. De oorlog heeft zich naar Washington verplaatst; beschouw mevrouw Rice als de éénvrouws-Special Forces van de president.

Heeft «de» Amerikaanse kiezer er belangstelling voor? De internetprovider Audible.com stelt u in staat het hele verhoor gratis te downloaden. Dat was ook al bij het verhoor van Richard Clarke mogelijk. Toen hebben dertigduizend mensen er gebruik van gemaakt. Op de toptien-bestsellers van The New York Times staan vijf boeken die onvriendelijk zijn voor Bush, tegen twee vriendelijke. Daartegenover staat dat John Kerry nu door de Republikeinse propaganda wordt afgeschilderd als iemand die van Frankrijk en de Fransen houdt. Hij heeft zelf «iets Frans». Bonjour Jean, zeggen ze. Heeft de camembert weer lekker gesmaakt?

In deze wereldpolitiek blijft alles mogelijk.