H.J.A.Hofland

Irak als overwinning

NEW YORK – Ex-president George H. Bush heeft zijn zoon in bescherming genomen. Het is waar dat niet alles in Irak volgens de verwachtingen is verlopen, zei hij, maar in ieder geval is de wereld van de misdadige dictator Saddam Hoessein verlost. Dat valt niet tegen te spreken. Bovendien is het geweld in Bagdad met 77 procent verminderd. De surge onder leiding van generaal Petraeus heeft succes. In dit land gaat het nu onweerstaanbaar de goede kant op.

Dat zal tijd worden, zou je zeggen. Maar kun je na deze vierenhalf jaar nog van een ‘goede kant’ spreken? Na de leugens waarmee Amerika de oorlog binnengeloodst werd, de voorbarig uitgeroepen overwinning, de burgeroorlog die zich daarna ontwikkelde, de honderdduizend of meer dode Irakezen die niet worden geteld, de bijna vierduizend gesneuvelde Amerikanen, de twee miljoen vluchtelingen in Syrië en Jordanië, de materiële verwoestingen, de miljarden die de onderneming de Amerikaanse schatkist heeft gekost? Is hier niet eerder de oude uitdrukking ‘operatie geslaagd, patiënt overleden’ van toepassing?

En hoe komt het, vraag je je verder af, dat het geweld nu duidelijk merkbaar afneemt? Dat is niet alleen te danken aan de Amerikaanse ordebewaarders, zeggen de critici. De Irakezen hebben onderling met succes een etnische schoonmaak uitgevoerd. De soennieten wonen in soennitische wijken, de sjiieten in de sjiitische, de Koerden hoorden er in feite toch al niet bij. De Irakezen kunnen elkaar niet blijven uitmoorden en nu hebben ze via een burgeroorlog zelf een nieuwe orde in hun land gevestigd. Is dat een Amerikaanse overwinning?

Dit wordt op het ogenblik in hoog tempo een irrelevante vraag. Het is een oude wijsheid dat als de veldheer de slag eenmaal gewonnen heeft, er niet meer naar de kosten wordt gevraagd. En bovendien komt nu de Amerikaanse verkiezingscampagne op gang. Volgend jaar om deze tijd weten we wie de nieuwe president is. Zoals het er nu uitziet, zal de oorlog in de propaganda een zeer grote rol spelen. De Republikeinen is er alles aan gelegen om George W. Bush als de held van Bagdad de geschiedenis in te laten gaan. Irak wordt nu volgens de denkbeelden van de neoconservatieven omgebouwd tot de eerste, de eclatante overwinning van George W. Bush in de oorlog tegen het terrorisme. De opening van deze verkiezingscampagne wijst erop dat de Amerikanen meer dan een strijd om de politieke macht tegemoet gaan. Het belooft een ideologische krachtmeting te worden, waarbij alles geoorloofd is.

Dat het islamitisch fundamentalisme of het islamofascisme de grote vijand van het Westen is, wordt sinds 11 september 2001 door geen zinnig mens in twijfel getrokken. De grote ideologische vraag die ons deel van de wereld verdeelt, is niet dat, maar hoe het moet worden bestreden, wat de beste strategie is. Het antwoord van de neocons is: zonder praatjes keihard aanpakken. En wie het in het westelijk kamp daarmee niet eens is, wordt als soft, een lafaard, een verrader beschouwd. Een ‘Europeaan’ van Venus, in tegenstelling tot een Amerikaan van Mars, zoals de neoconservatieve denker Robert Kagan het een jaar of vijf geleden heeft uitgedrukt.

Het is een vereenvoudiging van een ingewikkelde situatie die aan de hoogtijdagen van senator Joseph McCarthy en zijn volgelingen in de jaren vijftig, de Koude Oorlog doet denken. Volgens hem was de westelijke wereld toen vol slappelingen en laffe verraders. Nu bedienen de neocons zich van een soortgelijke diagnose. De nieuwste geloofsbelijdenis in dit genre is van de hand van Norman Podhoretz, een van de aartsvaders van de neocons. In zijn boek World War IV: The Long Struggle Against Islamofascism beschrijft hij hoe het wel en hoe het niet moet. Ik hoop dat er een Nederlandse vertaling komt.

In een knap essay in The New York Review of Books (27 september) laat Ian Buruma zien wat er aan deze oproep tot de totale strijd mankeert en hoe gevaarlijk Podhoretz de werkelijkheid vertekent. De vierde wereldoorlog (de Koude is de derde) is geen succes. En dat het niet goed gaat met de strijd komt onder meer doordat Bush en zijn neocons de reikwijdte van de Amerikaanse macht hebben overschat, de bondgenoten van zich hebben vervreemd, de diplomatie afgeschaft. Dat het nu diplomatiek misschien weer wat beter gaat, komt eerder doordat president Sarkozy en bondskanselier Merkel een nieuwe opening hebben gemaakt die door Bush is aangegrepen, niet genadiglijk alsof hij verloren kinderen verwelkomde, maar uit noodzaak. Dat zou een klein nieuw begin kunnen zijn.

Maar vergissen we ons niet in het dogmatisme van de neocons. Rudy Giuliani is nog altijd de populairste van de Republikeinse presidentskandidaten. En Norman Podhoretz is zijn adviseur voor de buitenlandse politiek.