Een jaar later

Irak: het grote liegen

Bush en Blair schuiven de schuld voor de vals gemotiveerde oorlog tegen Irak van zich af door hun inlichtingendiensten te onderzoeken. Nederland onderzoekt intussen niets.

«In het inlichtingenwerk bestaat een onvergeeflijke zonde: het bereiden van inlichtingen volgens het recept van de hoge politiek. Er zijn overvloedige aanwijzingen dat dit gebeurd is ten aanzien van Irak. Wat niet helemaal duidelijk is, is wie de koks zijn en waarvandaan ze werken. Bevinden hun keukens zich slechts in het Pentagon, de Nationale Veiligheidsraad en het kantoor van de vice-president?»
Deze bittere Amerikaanse kritiek is niet afkomstig van de gebruikelijke antibushiaanse tegenstanders van de Irak-oorlog. Het is een groep gepensioneerde CIA’ers die aan de alarmbel trekt. Ze noemen zich VIPS (Veteran Intelligence Professionals for Sanity) en hun voorman is de Republikein Ray McGovern, die 27 jaar als analist voor de CIA werkte en de dagelijkse briefings verzorgde voor George Bush de Oudere. Respectabele heren uit onverdachte hoek, als het gaat om Amerikaans patriottisme. Maar nu is er in hun ogen een doodzonde begaan die nog maar op één manier ongedaan kan worden gemaakt: door het achterhalen van de waarheid. Volgens hen — en zij kunnen het weten — werd «nooit eerder» materiaal van de inlichtingendiensten «zo systematisch vervormd om onze volks vertegenwoordigers te misleiden opdat ze instemden met het lanceren van een oorlog». Zélfs niet ten tijde van de Vietnamoorlog.
Het is bijna een jaar geleden dat president Bush opdracht gaf voor de eerste kruisraketaanval op Irak en nog altijd is de oorlog omstreden. De Amerikanen en Britten trokken ten strijde omdat Saddam zou beschikken over verboden chemische en biologische massavernietigingswapens die door middel van verboden raketsystemen «binnen 45 minuten» (volgens een cruciaal Brits inlichtingenrapport) afgeleverd konden worden in een gebied waarbinnen onder meer Turkije en Cyprus vielen. Hij zou hard op weg zijn om een atoombom te ontwikkelen, mede dankzij «uraniumleveranties uit een Afrikaans land», zoals Bush zei in zijn State of the Union januari vorig jaar. En zo was er meer. Minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell zette in de Veiligheidsraad uiteen hoe het zat met Saddams geheime voorraden van massavernietigingswapens. Hij toonde foto’s van mobiele biologische laboratoria en verdachte locaties. Bovendien stelde hij vast dat Saddam samenwerkte met al-Qaeda. Ergo, het zou een kwestie van tijd zijn voordat Saddam de ontzagwekkende en nietsontziende terreurorganisatie van Osama bin Laden zou voorzien van een atoombom. Er was reeds een zending aluminium buizen onderschept die volgens Bush’ nationale veiligheidsadviseur Condoleezza Rice slechts gebruikt konden worden voor Saddams nucleaire programma.
Het was allemaal gelogen of op z’n minst bezijden de waarheid, zo is gebleken. De claim dat Irak uranium invoerde uit Afrika (het ging om Niger) berustte op vervalste documenten. De inzetbaarheid binnen 45 minuten van Iraakse massavernietigingswapens betrof slechts strijdgassen met een beperkt bereik. De aluminium buizen bleken ongeschikt voor nucleaire doeleinden. Er werden op trailers gemonteerde laboratoria gevonden, maar dat waren mobiele weerstations behorend bij de Iraakse artillerie. En een «al-Qaeda-basis» in het noorden van Irak was na de bestorming niet veel meer dan een armoedig legerkampje waar op kleine schaal wat gif werd gemengd.
De aanwijzingen stapelden zich op dat Bush en Blair de dreiging van Saddam Hoessein hadden overdreven. Maar ze zullen gevonden worden, de massavernietigingswapens, was hun verweer. En dan zullen de critici «hun woorden moeten opeten», zei Tony Blair. Onder leiding van oud-VN-wapeninspecteur David Kay hadden de Amerikanen hun eigen wapeninspecties opgezet. De Iraq Survey Group doorkruiste Irak en spitte door bergen documenten op zoek naar verboden wapens, scherp in de gaten gehouden door sceptici die meenden dat de Amerikanen er niet voor zouden terugdeinzen bewijs «te produceren» als er geen authentieke Iraakse massavernietigingswapens werden gevonden. Maar het liep anders. Eind januari gooide David Kay de handdoek in de ring. Hij was er inmiddels van overtuigd geraakt dat hij zocht naar iets wat er niet was. Kay en zijn onderzoekers vonden in Irak 24 clandestiene laboratoria en vier geheime raketprogramma’s, maar geen bewijs voor de grootschalige productie van massavernietigingswapens, noch een actief nucleair beleid sinds het einde van de Golfoorlog in 1991.
Dat veroorzaakte stevige deining aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. De Britse premier Tony Blair had het onderzoek van Lord Hutton naar de omstandigheden rond de dood van wapenexpert David Kelly overleefd, hoewel uit de verhoren bleek dat de 45-minutenclaim op misleidende wijze in het rapport was opgenomen. Na de rapportage van Kay ontkwam Blair er echter niet aan opnieuw akkoord te gaan met een onderzoek. Dit keer naar de informatie over Iraakse massavernietigingswapens waarover de inlichtingendiensten voor de oorlog beschikten. Ook Bush gelastte een onderzoek naar de inlichtingendiensten. Toen aan het licht kwam dat de informatie over uraniumleveranties uit Niger afkomstig was uit vervalste documenten en dat de Amerikaanse regering dat wist op het moment dat Bush zijn _State of the Union-_speech hield, kon hij zich nog redden door te wijzen naar de Britten die de informatie geleverd hadden. Enkele medewerkers van het Witte Huis boden publiekelijk hun verontschuldigingen aan. Het uraniumzinnetje had nooit in Bush’ toespraak mogen worden opgenomen. Nu echter «zijn eigen» David Kay geen bewijzen had gevonden voor Saddams «onmiddellijke dreiging» die voor Bush de belangrijkste reden was om ten strijde te trekken, kon hij niet anders dan gehoor geven aan de onderzoekseis van de Democraten. De Britten sluiten hun onderzoek deze zomer af, de VS rapporteren pas na de presidentsverkiezingen in november.

Een politicus die klem zit kan zijn biezen pakken of de schuld afschuiven. Bush en Blair leggen de schuld bij de inlichtingendiensten. Die verstrekken informatie op grond waarvan de politiek beleid uitstippelt. Geen massavernietigingswapens? Dat is dan de fout van de diensten, maar de oorlog was tóch gerechtvaardigd, zullen Washington en Londen volhouden. Gerechtvaardigd wegens Saddams moorddadige despotisme en jarenlange weigering mee te werken met de Verenigde Naties.
Ook wapeninspecteur David Kay wijst met een beschuldigende vinger naar de inlichtingendiensten. «Het is duidelijk dat de inlichtingen op grond waarvan we ten oorlog gingen onjuist waren. We moeten weten waarom dat zo was. Als er iemand is misbruikt als gevolg van die informatie, dan is het de president van de Verenigde Staten en niet andersom», zei hij in een televisie-interview.
De Veteran Intelligence Professionals for Sanity waarschuwen dat dit een gevaarlijke tendens is. Het devies van de CIA is niet voor niets het bijbelse motto: «en gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken». Dat politici de door de inlichtingendiensten aangeleverde feiten interpreteren zoals het hun uitkomt, dat is hun vak. Maar als de inlichtingendiensten de politici moedwillig leugens gaan verkondigen, is het hek van de dam. En dat is precies wat er gaat gebeuren als de CIA aan banden wordt gelegd, volgens VIPS-voorman McGovern. Volgens hem hebben minister van Defensie Rumsfeld en zijn staatssecretaris Wolfowitz — beiden staan bekend als haviken — hun eigen inlichtingendienst opgericht omdat de CIA en de DIA (de inlichtingendienst van het Pentagon) hun niet de juiste informatie verschaften om hun oorlogsplannen ten uitvoer te brengen. Dit Office of Special Plans heet inmiddels Office of Northern Gulf Affairs. Het richtte zich op zogenaamde «strategische inlichtingen» en leunde zwaar op dubieuze Iraakse bronnen.
Neoconservatieve groeperingen als Project for the New American Century voeren al jaren strijd tegen de CIA. Al meer dan een decennium beweren neoconservatieven als Gary Schmitt en Richard Perle dat de CIA een plaag is voor de VS. De dienst zou zich «te veel richten op de feiten» en te weinig op «strategic intelligence», het analyseren van de bedoelingen van een tegenstander. Daarbij speelt intuïtie een grote rol. In strategic intelligence wordt er bovendien vanuit gegaan dat de tegenstander altijd bezig is met misleiding. Kortom: feiten — zoals de CIA die verzamelt — zijn niet te vertrouwen. Intuïtie en instinct dienen het uitgangspunt van handelen te zijn. Neoconservatieve inlichtingenexperts winden er verder geen doekjes om dat inlichtingenmateriaal een politiek doel heeft. Inlichtingendiensten moeten zich minder bezighouden met het uitdokteren van mogelijkheden om de Amerikaanse belangen in een regio te vergroten of veilig te stellen. «Waarheidsvinding is niet het doel van het verzamelen van inlichtingen», schreef Schmitt ooit, het doel is «de overwinning».
Bush heeft inmiddels zijn retoriek aangepast. Vóór de oorlog had hij het over «een geweldige voorraad biologische wapens waarvoor nooit verantwoording is afgelegd en waarmee miljoenen mensen gedood kunnen worden». Tegenwoordig heeft hij het over Iraks «aan massavernietigingswapens gerelateerde programma’s». Bombastische bangmakerij heeft plaatsgemaakt voor politieke cryptiek. Ooit joeg Bush op Saddam, nu jagen de Democraten op Bush. Ze zullen proberen aan te tonen dat Bush het Congres opzettelijk heeft misleid. Tony Blair zit in een nog lastiger parket. Terwijl de inlichtingendiensten worden onderzocht, is in zijn land opnieuw een discussie losgebarsten over de legaliteit van de oorlog. Blair zou vlak voor de oorlog de procureur-generaal onder druk hebben gezet om diens visie dat de oorlogvoering tegen Irak niet in overeenstemming was met het volkenrecht, te wijzigen. Zijn militaire opperbevelhebber weigerde namelijk Britse troepen in te zetten als zij voor het Internationaal Strafhof in Den Haag gedaagd zouden kunnen worden.
De vraag is of er veel uit de onderzoeken zal komen. Erg onafhankelijk is de Amerikaanse onderzoekscommissie alvast niet, meent senator Robert C. Byrd uit West Virginia: «Wie stelde de regels voor de commissie op? De president. Wie benoemde de commissieleden? De president. Aan wie zal de commissie advies uitbrengen en assistentie verlenen? Aan de president. Wie bepaalt in laatste instantie welke geheime rapporten de commissie mag zien? De president. Wie bepaalt of het rapport van de commissie aan het Congres zal worden voorgelegd? De president.» En in Groot-Brittannië zijn de Liberaal-Democraten uit de commissie gestapt omdat de onderzoeks opdracht hun niet ver genoeg ging.

In de VS en Groot-Brittannië wordt tenminste nog iets onderzocht. In Nederland niet. Toch was de Nederlandse politieke steun aan de oorlog mede ingegeven door vooral Britse inlichtingen over massavernietigingswapens. Dat bleek uit verschillende debatten en vragenrondes in de Tweede Kamer. Premier Balkenende en de ministers De Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken en Kamp van Defensie hadden de beschikking over Britse inlichtingen, waarvan er zeker twee berustten op leugens: de 45-minutenclaim en het uranium uit Niger. Vooralsnog weigert Kamp echter hardnekkig de Irak-analyses van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst te laten inzien door kamerleden. Hij vreest dat de dienst dan in het vervolg minder scheutig zal zijn met het verstrekken van informatie aan de regering. Kamps vrees lijkt eerder gebaseerd op intuïtie dan op realiteitszin. Want als de uitkomsten van de Britse en Amerikaanse onderzoeken negatieve gevolgen hebben voor verantwoordelijke politici, ontkomt ook Nederland niet aan een onderzoek.