H.J.A. Hofland

Irak: nu ook samen weten

In het regeerakkoord staat dat er geen parlementair onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog in Irak komt. Een korte mededeling met de toon van een oekaze. Zo wordt het in de media ook opgevat. Op een enkel pruttelgeluidje na legt men zich erbij neer. Files, energie, onderwijs: daar gaat het om. En we zijn al in Afghanistan. Irak ligt in een verre wereld waar we niets mee te maken hebben. Er ontploffen nog altijd bommen, dat is jammer, maar het is een probleem voor de Amerikanen. Wij zijn toeschouwers. Heeft Nederland een geheugen? vraag je je af. De waarheid is en blijft, ook bij deze formatie, dat Nederland aan het ontstaan van deze chaos direct medeplichtig is.

Er zal nu, ook in kringen van de vurigste Nederlandse neoconservatieve bushisten, niet meer worden ontkend dat de aanval op Irak is uitgelopen op de tot dusver grootste militaire en politieke ramp van deze eeuw. Honderdduizend doden op z’n minst, een staat verwoest, nog eens honderdduizenden Irakezen die naar de buurlanden vluchten en dan komt de machtigste man ter wereld vertellen dat het met 21.000 man extra wel weer in orde zal komen. Een meerderheid van de Amerikaanse kiezers heeft die versterkingen niet gewild en laat weten dat de soldaten zo snel mogelijk naar huis moeten. Niet alleen heeft de president de oorlog catastrofaal aangepakt, hij handelt nu ook tegen de wil van de democratische meerderheid.

Toch hebben de Amerikanen in vergelijking met de Nederlanders één voordeel. Geleidelijk wordt het daar, dankzij openbaar onderzoek, duidelijk dat de aanval met leugens werd gerechtvaardigd. Massavernietigingswapens bleken niet te bestaan. Het verhaal over het kopen van uranium in Niger was flauwekul.

Maar dan was er nog altijd het nauwe contact tussen Saddam Hoessein en al-Qaeda. Een hoge vertegenwoordiger van Saddam had in Praag een ontmoeting gehad met de piloot Mohammed Atta. Misschien hadden de terroristen die in 1993 de eerste aanslag op het World Trade Center uitvoerden, al contact met de kliek van Saddam gehad. Ook allemaal uit de duim gezogen. Door de onderministers van Buitenlandse Zaken Douglas Feith en Paul Wolfowitz, zoals nu is gebleken. De cia twijfelde aan deze rapporten. Dat was des te slechter voor de cia. Vice-president Dick Cheney liet de door hem gewenste voorstelling van zaken maken. Die werd gelekt naar de Weekly Standard en daarop kon Cheney weer zeggen dat deze informatie ‘uit de beste bron’ kwam. Dit alles komt nu stukje bij beetje aan het licht, al heeft het nog geen politieke gevolgen.

In het halve jaar dat aan de oorlog voorafging, zijn in Nederland enigszins vergelijkbare dingen gebeurd. Het kabinet- Balkenende I, met Jaap de Hoop Scheffer als minister van Buitenlandse Zaken, liet zich leiden door de Amerikaanse inlichtingen. Waren die afkomstig van de cia? Of van Feith? Of durfden of wilden de Amerikaanse ambtenaren een buitenlandse zusterdienst niet van hun eigen twijfel op de hoogte te brengen en gaven ze dus voor alle zekerheid door wat Feith, Wolfowitz en Cheney hadden verzonnen?

Dat weten we niet. Maar wel had onze Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst het sterke vermoeden dat de cia al dan niet op gezag van Cheney de dreiging overdreef. Een uitvoerig onderzoek daarover is gepubliceerd in NRC Handelsblad van 12 juni 2004.

Volkenrechtelijk valt het Nederlandse standpunt niet te verdedigen. Het kabinet heeft ingestemd met de Amerikaanse aanval door te verwijzen naar resolutie 1441 van de Veiligheidsraad, maar deze tekst geeft geen legitimering om tot de aanval over te gaan. Volgens premier Balkenende was het de schuld van Saddam Hoessein, die ‘twaalf jaar lang de wereld om de tuin leidde’. Dat deed hij dus door zijn niet bestaande mvw’s te verstoppen.

Het kabinet stuurde pas troepen nadat president Bush had verklaard dat de oorlog voorbij was. De soldaten gingen naar een ‘veilig gebied’ waar ze scholen en bruggen bouwden en ‘op sociale patrouille’ liepen. Niettemin zijn daar twee Nederlanders gesneuveld. Nadat de deconfiture duidelijk was geworden, kwamen de laatste troepen terug. Toen drie jaar geleden minister Bot, opvolger van De Hoop Scheffer, naar de nadere toedracht van het Nederlandse aandeel in de oorlog werd gevraagd, zei hij dat het ging om een dreiging zoals die toen werd ervaren. En het had ‘geen zin om weer eens in dat potje te gaan roeren’.

Dit is dus het potje van leugen en bedrog dat met bescheiden maar hartelijke Nederlandse hulp op het vuur is gezet. Nieuwe oppositie, houd u aan de normen en waarden. Net als de Amerikanen willen we precies weten wat er toen gebeurd is. Samen weten hoort er ook bij.