Irak: oud verhaal

De Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu van de anglicaanse kerk is van mening dat ex-president George W. Bush en ex-premier Tony Blair voor het Internationaal Strafhof moeten verschijnen om zich te verantwoorden voor de leugens waarmee ze in 2003 de oorlog tegen Saddam Hoessein zijn begonnen.

Dat heeft hij op de opiniepagina’s van The Observer laten weten. Tutu is niet de eerste die dit vindt. In 2008 verscheen het boek van Vincent Bugliosi, The Prosecution of George W. Bush for Murder. Bugliosi is een gerespecteerd jurist, als openbare aanklager beroemd geworden door het proces tegen Charles Manson in 1971. Dit boek over Bush werd een bestseller, hoewel het in de kwaliteitsmedia vrijwel werd genegeerd. Tutu heeft in 1984 de Nobelprijs voor de vrede gewonnen. Zal zijn interventie nu de gewenste gevolgen krijgen? Nee. Blair heeft al laten weten dat het een ‘oud verhaal’ is en van Bush hebben we nog niets gehoord.

Volgens Tutu is er geen conflict dat de wereld zo diep heeft verdeeld als de oorlog in Irak. Als hij zich daarmee beperkt tot de meest recente geschiedenis, na de Koude Oorlog, heeft hij gelijk. En bovendien was er geen noodzaak om Saddam aan te vallen. Nadat op bevel van Bush sr. de Amerikaanse troepen de verovering van Koeweit ongedaan hadden gemaakt en hij zo verstandig was geweest niet naar Bagdad op te marcheren, was Saddam feitelijk tot machteloosheid gereduceerd. Eenheden van de Verenigde Naties onder commando van Hans Blix voerden inspecties uit. Feitelijk stond het regime van Saddam onder curatele. Er was geen noodzaak tot een invasie.

Dit was volstrekt tegen alles wat Bush jr. en zijn neoconservatieven van plan waren. Nadat ze dachten dat ze de Taliban in Afghanistan hadden verslagen, begonnen ze met de constructie van de rechtvaardiging om het Irak van Saddam aan te vallen. Hij zou massavernietigingswapens willen maken of al voltooid hebben, in Niger uranium willen kopen en geheime banden met al-Qaeda onderhouden. Allemaal verzinsels, maar in die tijd dienden ze tot rechtvaardiging van de aanval. En Condoleezza Rice, toen veiligheidsadviseur, kwam met het finale argument. Het bevrijde Irak zou het voorbeeld zijn voor de democratisering van het hele Midden-Oosten. Tony Blair, de Britse premier, was het met alles eens. Hij werd het poedeltje van Bush genoemd.

Er is ook een Nederlandse kant aan deze geschiedenis. Onder leiding van het kabinet-Balkenende schaarden wij ons in de ‘coalition of the willing’, gingen mee in alle leugens en hebben we ook nog troepen gestuurd, naar een relatief veilig gebied, al-Muttanah, waar toch nog drie soldaten gesneuveld zijn. Ten slotte heeft deze oorlog aan ongeveer 110.000 Irakezen en 4500 Amerikaanse soldaten het leven gekost. Later heeft de commissie-Davids een onderzoek gedaan naar de manier waarop wij ons in deze oorlog hebben laten betrekken, maar dat ging alleen over de vraag of alles volgens het internationaal recht in orde was. Over de leugenpropaganda is niet gerept.

En nu komt bisschop Tutu met zijn voorstel om Bush en Blair voor het gerecht te brengen. Zijn ‘oude verhaal’ hoort tot de meest recente geschiedenis waarvan de meeste hoofdrolspelers nog in de kracht van hun leven zijn en dus gemakkelijk in staat om voor het gerecht rekenschap af te leggen. Tutu heeft theoretisch gelijk, maar praktisch zal hij het niet krijgen. Dat komt in het algemeen doordat hij de geest van de tijd tegen heeft. Stel je voor dat Bush en zijn medearchitecten van de oorlog, Paul Wolfowitz, John Bolton, Condoleezza Rice en misschien Colin Powell in Den Haag voor de rechters zouden verschijnen. In deze laatste fase van de Amerikaanse verkiezingscampagne is dat al ondenkbaar. Bovendien zouden de zittingen een wereldpubliciteit trekken waarvan we ons de gevolgen niet kunnen voorstellen.

Maar afgezien daarvan, wat zou de invloed zijn op de Amerikaanse buitenlandse politiek? Nadat Bush met grenzeloze zelfoverschatting zijn puinhopen had aangericht, is gebleken dat Barack Obama aan vier jaar niet genoeg heeft gehad om dat allemaal op te ruimen. Wel is in het Midden-Oosten de Arabische lente uitgebroken, maar die is zelfstandig uit de massa’s geboren, mede dankzij de sociale media. En ook ten gevolge van de deconfitures van Bush c.s. heeft Washington zich niet met de nieuwe conflicten bemoeid, behalve in Libië waar de nieuwe strategie van ‘leading from behind’ is toegepast. Aan Syrië zal Washington zijn handen niet branden. De operatie in Afghanistan is nog lang niet afgerond, maar wel is de regering-Obama nu vast van plan er binnen afzienbare tijd te vertrekken (wat ook voor Nederland, in het bijzonder ons defensiebudget, van het grootste belang is). Heeft Amerika op het ogenblik nog een duidelijk omschrijfbare buitenlandse politiek? Dat we die vraag kunnen stellen is ook een resultaat van acht jaar Bush.

De Republikeinen lijken aan het begin van de campagne nog geen samenhangende denkbeelden te hebben. De toespraak waarmee Mitt Romney zijn kandidatuur aanvaardde duurde 39 minuten en daarvan waren er drie aan dit onderwerp gewijd. Afghanistan kwam er niet in voor. Is Amerika op weg naar een nieuw rechts isolationisme? Dat zou dan de schuld zijn van Bush. Als Romney wint zullen we het leren.