Nederland over Irak

‘Irak’ ziekt door

Vijf jaar geleden verleende het demissionaire kabinet-Balkenende I politieke steun aan de inval in Irak. Tot nu toe is er geen parlementair onderzoek geweest naar de precieze gang van zaken rondom die steunverlening. Een reconstructie in citaten.

‘We hebben alles gedaan om een oorlog te voorkomen. Pas toen de onderhandelingen waren vastgelopen, heb ik de oorlogsvorsten opgeroepen. Het Westen laat zich niet beledigen.’

(Uitspraak van Menelaos, in het toneelstuk Odysseus, zoals gespeeld door de Haagse Toneelgroep De Appel)

‘Mijnheer de voorzitter. De wereld staat aan de vooravond van een oorlog die niemand heeft gewild.’

Zo begint minister-president Jan Peter Balkenende vijf jaar geleden, op 18 maart 2003, in de Tweede Kamer het debat over de oorlog in Irak. Binnen 48 uur zullen de Amerikanen en Britten het Irak van Saddam Hoessein binnenvallen, om anderhalve maand later, op 1 mei, bij monde van president Bush van de Verenigde Staten de oorlog als beëindigd te beschouwen.

Balkenende staat in de Kamer als demissionair premier. In het najaar, op de avond van de begrafenis van prins Claus, was zijn eerste kabinet gevallen. De lpf-ministers en staatssecretarissen stapten op, de cda- en vvd-bewindslieden bleven tot het aantreden van een nieuw kabinet de honneurs waarnemen.

Ten tijde van het debat over Irak is Balkenende met pvda-leider Wouter Bos verwikkeld in coalitiebesprekingen.

‘Oorlog als laatste middel is door ons dus nooit uitgesloten. Maar wij hebben er ook nooit een misverstand over laten bestaan dat de stap naar een preventieve oorlog alleen gezet kan worden als allerlaatste redmiddel en op basis van duidelijke politieke steun in de Veiligheidsraad.’

pvda-leider Bos wijst er in maart 2003 op dat die vereiste brede politieke steun in de Veiligheidsraad voor een oorlog er niet is. Hij voegt daar aan toe dat ‘de pvda hier ook geen steun aan kan geven’. De pvda-leider noemt de internationale rechtsorde de grootste verliezer van die dag.

‘Politieke steun geven en dan militair boycotten, is hypocriet (…) Dit compromis lijkt de vrucht te zijn van een slepende formatie.’

vvd-fractievoorzitter Gerrit Zalm laat er in zijn bijdrage aan dat debat geen misverstand over bestaan hoe zijn fractie erover denkt. Wat hem betreft kunnen Nederlandse militairen ook actief deelnemen aan de inval in Irak. De vvd vindt dat Hoessein lang genoeg de tijd heeft gehad om wapeninspecteurs van de Verenigde Naties toe te laten. ‘Twaalf jaar zijn er voorbij gegaan zonder dat er consequenties aan zijn verbonden. Creëren die niet een rechtsgrond gelegen in het brede volkenrecht?’ daagt Zalm de Kamer, en met name coalitiegenoot het cda uit.

‘Het kabinet is van oordeel dat Saddam de consequenties die nu op hem afkomen over zichzelf heeft afgeroepen (…) Een eventuele actie tegen Saddam kan het kabinet daarom politiek steunen.’ >

Omdat er geen breed draagvlak voor is in de Tweede Kamer komt er geen militaire steun voor de inval. De politieke steunverlening wordt gebaseerd op twaalf jaar lang niet meewerken door Hoessein aan VN-resoluties, waarmee de Iraakse dictator volgens Balkenende heeft bewezen de internationale gemeenschap niet serieus te nemen. Daarin ligt volgens de minister-president de juridische grondslag voor de inval. Daarom is volgens hem geen nieuwe VN-resolutie nodig. Over dat punt, de vraag of twaalf jaar lang VN-resoluties negeren voldoende rechtsgrond was voor de inval, bestaat nog steeds discussie. Ook binnen zijn eigen cda.

‘Dat argument gaat voorbij aan het feit dat het niet op de weg ligt van individuele lidstaten naleving van resoluties van de Veiligheidsraad af te dwingen, indien daartoe door de Raad niet wordt opgeroepen.’

cda-partijgenoot en oud-minister Peter Kooijmans van Buitenlandse Zaken schrijft in zijn boek Burgers en barbaren (2007) hoe hij als volkenrechtdeskundige denkt over de inval.

‘Als je twee juristen bij elkaar zet, heb je drie verschillende opvattingen.’

De huidige minister van Buitenlandse Zaken, de cda’er Maxime Verhagen, is niet onder de indruk van de juridische twijfel aan de legitimiteit van de inval, zo blijkt uit dit citaat van de minister tijdens een debat over Irak in april vorig jaar. Verhagen benadrukt dan nog eens dat de Nederlandse politieke steun niet was gebaseerd op de vermeende aanwezigheid in Irak van massavernietingswapens. Fractievoorzitter Femke Halsema van GroenLinks twijfelt daar echter aan.

‘De essentie is echter de ontwapening van een agressor die massavernietigingswapens in zijn bezit heeft.’

Halsema memoreert in datzelfde debat deze uitspraak van Balkenende, gedaan twee dagen voor de inval. Volgens haar bewijst dit citaat dat Nederland zich wel degelijk beriep op massavernietigingswapens, zoals ook de Verenigde Staten en Groot-Brittannië destijds deden. In die landen is inmiddels wél onderzoek gedaan naar de aanloop van de oorlog. Daardoor weet de wereld dat ‘het gedegen inlichtingenwerk’ waar de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell zich kort voor de inval in de Veiligheidsraad op beriep minder gedegen was dan hij toen deed voorkomen. En Tony Blairs claim dat Saddam binnen 45 minuten chemische en biologische wapens kon activeren, was ook minder dreigend dan de Britse premier de wereld wilde doen geloven.

‘Daarin (in het radioprogramma Argos – red.) wordt gesproken over de inzet van F16-gevechtsvliegtuigen boven Irak en de inzet van speciale eenheden in Irak. Dat zijn ernstige beschuldigingen.’

Niet alleen aan de ware argumentatie achter het steunen van de inval wordt getwijfeld door een aantal fracties in de Tweede Kamer, ook rijst in de loop der jaren de vraag of Nederland niet toch in het geheim actief heeft meegewerkt aan de inval. Het SP-Kamerlid Harry van Bommel wil daarom in 2007 van het kabinet weten of er inderdaad sprake is geweest van geheime missies, of daarover is gesproken in de geheime commissie voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en waarom de Kamer en het Nederlandse volk dat jaren na dato niet mogen weten.

‘Als er, om bij dit voorbeeld te blijven, geen Nederlandse F16 boven Irak heeft gevlogen, wordt het lastig om documenten naar boven te halen waarin staat dat dit wel het geval zou zijn.’

Het is minister Eimert van Middelkoop van Defensie (ChristenUnie) die mede antwoord geeft op de vraag van Van Bommel. Van Middelkoop vraagt het SP-Kamerlid of hij dit soort beschuldigingen een volgende keer wil documenteren. Van Bommel vindt dat getuigen van een dubbele moraal: journalisten die hun bronnen openbaar moeten maken, maar een kabinet dat dit zelf niet doet.

De SP denkt dat het kabinet-Balkenende I, vóórdat het ten val kwam en de verkiezingen van januari 2003 de lpf klein en de pvda weer groot maakten, bereid was geweest de inval in Irak ook actief te steunen, dus met inzet van militairen en materieel. In november 2002 vragen de VS in een brief aan de Nederlandse regering inderdaad ‘om bij te dragen aan de planning ten behoeve van een mogelijk militair optreden’. Dat verzoek wordt volgens het kabinet gedaan ‘met het oog op het opvoeren van de druk’ op Irak.

‘(…) voor veel mensen lijken er twee soorten militaire druk te bestaan: militaire druk als voorspel van militaire actie en militaire druk die alleen als politiek drukmiddel is bedoeld (…) Het probleem is alleen dat de beide soorten niet van elkaar te onderscheiden zijn.’

De vertegenwoordiger van Nederland bij de VN-Veiligheidsraad in 1999 en 2000, Peter van Walsum, schrijft dit een goede maand voor de inval in een opiniebijdrage in NRC Handelsblad. Volgens Van Walsum maakt de geringste hint dat militaire druk niet gevolgd zal worden door daadwerkelijk ingrijpen het middel onbruikbaar. Volgens Van Bommel gaat het in de brief van de VS wel degelijk om een verzoek deel te nemen aan een oorlog omdat een wapenlijst was bijgevoegd. Wapens die volgens het SP-Kamerlid in een vroeg stadium van het conflict worden ingezet.

‘Als wij deelname aan het kabinet hadden afgewezen, was er nog steeds geen onderzoek naar de besluitvorming over Irak.’

In het voorjaar van 2007 blijkt dat bij de formatie van het kabinet-Balkenende IV de afspraak is gemaakt tussen cda en pvda dat die laatste partij niet langer zal aandringen op een parlementair onderzoek. Het pvda-Kamerlid Martijn van Dam verdedigt die afspraak in een Kamerdebat in april vorig jaar. Vanuit de eigen pvda is veel kritiek op het ‘weggeven’ van het Irakonderzoek, maar ook in de Eerste Kamer drukken de pvda-senatoren zo’n onderzoek uiteindelijk niet door.

Van Dam verklaart de handelswijze van zijn fractie als volgt: ‘Door wel aan het kabinet deel te nemen, kunnen wij in ieder geval voorkomen dat het in de toekomst weer op deze manier (zoals bij Irak – red.) gaat en dat zullen wij ook doen.’

‘ik wil even zeggen dat wij hierover van mening verschillen.’

cda-Kamerlid Karien van Gennip valt haar coalitiegenoot Van Dam in april 2007 in de rede als deze de productie van een Iraans kernwapen die nog vijf jaar weg is geen acute dreiging noemt. De twee coalitiepartijen geven elk een andere uitleg aan het begrip ‘acute dreiging’. Het is een cruciale term in het stuk waarin het huidige kabinet heeft vastgelegd onder welke voorwaarden Nederlandse militaire missies geoorloofd zijn. Die voorwaarden gelden voortaan ook voor politieke steunbetuigingen.

‘Tegen de minister-president die dit hele dossier erg persoonlijk raakt, zou ik willen zeggen: dit onderwerp gaat niet vanzelf weg door er niets over te zeggen.’

SP-Kamerlid Van Bommel eindigt zijn bijdrage in een debat met het huidige kabinet met een rechtstreeks op Balkenende toegespitste opmerking. Op 18 maart 2003 vraagt zijn partijleider Jan Marijnissen zich ook al af: ‘Wat is het toch dat deze minister-president zo ontzettend graag in het kamp van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zit?’

‘Odysseus. In één ding heb je misschien gelijk. Feiten bestaan niet. Zelfs met zoveel getuigen is de waarheid nog niet verteld.’

(Uitspraak van Achilles, in het toneelstuk Odysseus, zoals gespeeld door De Appel)