Iran aast op een snelweg naar de Middellandse Zee

Kocho – ‘Ik kon niet anders dan meedoen’, zegt Talal, terwijl hij in een gloednieuw uniform wachtloopt in Sinjar, een Iraaks bergdistrict pal naast de Syrische grens. Zijn AK47 heeft hij nog wat onwennig over zijn schouder. De 21-jarige jezidi is sinds kort lid van Hashd al-Shaabi, een groep van voornamelijk sjiitische volksmilities die hier onlangs een stukje IS-kalifaat ontmantelden. Voor Talal was het de kans om de terreurgroep, die in 2014 een massamoord op zijn gemeenschap pleegde, eindelijk uit de jezidi-streek te verjagen.

Hij wist niet dat het aan Iran gelieerde Hashd al-Shaabi een eigen agenda heeft. Zij zien het jezidi-gebied als springplank naar de sjiitische ‘landbrug’, een wegdek dat van Teheran tot aan de Middellandse Zee in Libanon moet lopen. Een geopolitiek project waar Iran al jaren aan werkt. Met de inlijving van zuidelijk Sinjar hebben de sjiieten nu, tot afschuw van Turkije en de Iraakse Koerden, de Syrische grens bereikt.

Dat Hashd al-Shaabi de herovering van Sinjar voor eigen gewin gebruikt, is niet nieuw in Irak. Integendeel zelfs, want achter de militaire strijd tegen IS gaat een ordinaire wedloop om land en macht schuil. Een gevecht dat wordt aangewakkerd door het ontbreken van een plan over de verdeling van de ‘oorlogsbuit’. Wie krijgt welk teruggewonnen stuk land in handen?

Zolang politieke overeenstemming over Iraks nieuwe binnengrenzen ontbreekt, geldt slechts één regel: wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Een gevaarlijke ontwikkeling, want landjepik leidt in Irak snel tot bloedvergieten. In het Iraakse achterland struikel je over de vlaggetjes van de ontelbare milities. Over bestuur of wederopbouw heeft niemand het. In plaats daarvan zijn de milities druk bezig met vasthouden van ‘hun’ land, liefst met hulp van plaatselijke splintermilities. Teruggekeerde ontheemden met een ‘verkeerde’ politieke overtuiging of sektarische achtergrond riskeren zelfs uitzetting.

De nieuwste ‘schoonmaakronde’ komt volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch van de Koerden. Familieleden van jezidi-strijders die met Hashd al-Shaabi heulen, worden zonder pardon de Koerdische opvangkampen uit gebonjourd. ‘Ik maak me daar niet druk om, hoor’, zegt Talal, hakkelend in het Arabisch, en onder het toeziend oog van zijn sjiitische meerdere. Want als religieuze minderheid in Irak is dat het enige wat van je wordt verwacht: je onderwerpen aan een beschermheer. Gewoon opzitten en pootjes geven.