H.J.A. Hofland

IRAN ALS KERNMACHT

Moeten we serieus rekening houden met de mogelijkheid dat er een Franse kernbom in Iran ontploft? Dat kan de strekking zijn van de boodschap die de wereld vorige week van president Chirac heeft ontvangen. «De leiders van staten die terroristische middelen tegen ons zouden gebruiken, en zij die zouden overwegen op een of andere manier massavernietigingswapens tegen ons in te zetten, moeten begrijpen dat ze zich blootstellen aan een krachtig en passend antwoord van onze kant. Dit antwoord kan conventioneel zijn, maar het kan ook van andere aard zijn.» Moeten we dit opvatten als de kern van de Chirac-doctrine tot beveiliging van Frankrijk tegen alle denkbare internationale boosaardigheid? Wil de Franse president hiermee collega Bush met zijn theorie van de preventieve oorlog concurrentie aandoen? Of kunnen we dit populair en vrij vertalen met: hou me vast of ik bega een ongeluk!

Onder internationale deskundigen overheerst de opvatting dat Chirac op een nieuwe manier de druk op Teheran wil opvoeren. President Amadinejad heeft sinds zijn ambtsaanvaarding niets nagelaten om zich als de nieuwe mondiale schurk te profileren. Hij ontkent de holocaust, wil Israël vernietigen en heeft de onderhandelingen met het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) en de grote Europese landen afgebroken. Voor de harde lijn van Amerika was Iran al eerder niet ontvankelijk. De diplomatieke benadering van Europa is ook vastgelopen. Een door Moskou voorgesteld compromis, waarbij essentiële onderdelen van een vreedzaam productieproces op Russisch grondgebied zouden plaatsvinden, is verworpen. Niets zal Iran ervan weerhouden zijn eigen installaties voor kernenergie te bouwen, heeft de Iraanse president laten weten. Daarbij verzekert hij dat het om vreedzame energie gaat. Iran kan zich zijn dédain voor de zorgen van de internationale gemeenschap veroorloven. Om te beginnen beschikt het over grote oliereserves. Daardoor kan het rekenen op de geclausuleerde vriendschap van de nieuwe, expanderende industriële grootmachten China en India.

Een preventieve aanval door Amerika, nu? Terwijl de Amerikanen tot hun nek in het Iraakse probleem zitten en niet weten hoe ze zich daaruit met goed fatsoen moeten bevrijden? Terwijl de kosten niet meer te becijferen zijn en de publieke opinie met de dag kritischer wordt op deze onderneming? Terwijl er dit najaar tussentijdse verkiezingen worden gehouden?

Wil het bewind van George W. Bush aan de volgende oorlog in de regio beginnen, dan moet daar wel een noodtoestand van het ergste soort uitbreken. Internationaal gezien heeft Amadinejad een comfortabele positie.

Er is nog een mogelijkheid waarmee we rekening moeten houden: dat Iran wel vreedzame bedoelingen heeft, maar het verstandiger vindt de wereld daarover in het onzekere te laten. In dat geval speelt Amadinejad een forse partij poker. Dan wil hij zijn macht bewijzen, louter door de indruk te wekken dat Iran binnen afzienbare tijd een bom zou kunnen maken. De wereld tarten en de regio imponeren ten behoeve van een megalomane politiek die op bluf is gebaseerd. Hoe langer hij dit zou volhouden, des te geloofwaardiger zou hij worden, en daarmee dus het risico van een werkelijke oorlog vergroten. Het absurde en tragische einde zou dan kunnen zijn dat een Bush of een Chirac besluit tot een chirurgische ingreep en zodoende een niet bestaande kernwapenfabriek vernietigt. Na de oorlog tot verwijdering van de niet bestaande massavernietigingswapens in Irak is zo’n gang van zaken niet meer ondenkbaar.

En dan de laatste mogelijkheid: Amadinejad liegt, zoals zijn voorgangers hebben gelogen, en hij blijft liegen. Er wordt niet preventief ingegrepen en zo zien we binnen zekere tijd op onze televisie de eerste Iraanse proefexplosie. De wereld is weer een kernmacht rijker. Daarmee is het gevaar dat een gek, een terrorist zich van een bom meester zal maken, opnieuw toegenomen. We leven ermee sinds de opheffing van de Sovjet-Unie. Er is nog niets verschrikkelijks gebeurd, maar dat is geen reden om vergroting van het risico achteloos te behandelen. Kernmachten valt een andere behandeling te beurt, ze worden met meer egards behandeld, behoedzamer.

Daartegenover staat dat een kernmogendheid zich ook behoedzamer moet gedragen. Wil Iran een kernwapen hebben om daarmee Israël van de kaart te vegen? Dan schept het land daarmee de zekerheid dat Teheran dezelfde dag of de volgende ochtend in een paddestoelwolk is opgegaan. In een regio met twee of meer kernmachten worden de regels van de Koude Oorlog van kracht. Daar begint het spel van de wederzijdse afschrikking. Zo is het veertig jaar tussen de Sovjet-Unie en het Westen gegaan, tot de tegenstelling zich langzamerhand in de détente oploste. Zo gaat het op het ogenblik tussen India en Pakistan, waar de regeringsleiders elkaar in geval van de hoogste nood met een rode telefoon kunnen bellen. Als Amadinejad beseft dat hem en zijn installaties tijdens of na een aanval op Israël onmiddellijke verpulvering zou wachten, heeft hij de betrekkelijke macht van het kernwapen begrepen.

Maar als de betrokken leiders op deze gang van zaken rekenen voordat de verhoudingen in de regio zich volgens de regels van de wederzijdse afschrikking hebben gestabiliseerd, nemen ze de onoverzienbare risico’s van de preventieve aanval. Iran stelt de keuze tussen drie mogelijkheden: alles op zijn beloop laten tot het land een kernmogendheid is en dan hopen dat het zich naar die status gedraagt; een preventieve aanval; of blijven onderhandelen, hardnekkig, in de hoop dat het goed afloopt. We kiezen nog altijd voor de laatste optie.