Iran strijdt tegen ‘westers’ hondenbezit

Teheran – Een gezelschapshond is een statussymbool in Iran. Het geeft aan dat je genoeg geld hebt om voor het beest te zorgen. Maar bovenal dat je een verhipt modern persoon bent, bijna Europees eigenlijk.

Dat is nu precies de belangrijkste reden dat de Iraanse regering het verboden heeft om in het openbaar je hond uit te laten. Wie dit toch doet, riskeert niet alleen een fikse boete maar ook dat zijn hond in beslag wordt genomen. Honden­bezit is immers een vorm van westerse decadentie. De Iraanse schrijver Jalal Al-e Ahmad, een fervent criticus van de sjah, omschreef het in de jaren zestig van de vorige eeuw al als een heuse aandoening, die verwesterdheid, en noemde het qarbzadeki. Een ziekte die de pest en cholera doet verbleken en waar tot nu toe geen vaccin tegen bestaat.

De Iraanse ayatollah Nasser Makaram Shirazi vond het altijd al maar niets, dat getut met een hond. Hij vaardigde dan ook in 2010 al een fatwa uit waarin de vloer werd aangeveegd met ‘nutteloos’ hondenbezit. De dieren zouden volgens de islam onrein zijn en ziektes verspreiden. Na de fatwa verscheen er ook nog eens een al dan niet bewerkte foto op internet waarop een jonge vrouw te zien was die haar hondje uitliet in een Iraans bedevaartsoord. Heilige grond dus. Dat liet de gemoederen niet onberoerd. Ook een paar spotjes op de staats-tv moesten de publieke opinie beïnvloeden. Westerse hondenbezitters werden in de spotjes afgekraakt. Er kwam een heel zielig jochie in voor die op ingestudeerde toon zei dat papa hem geen aandacht meer gaf sinds ze een hond hadden.

Nu zie je de hond dus even wat minder. Mensen houden de dieren thuis of laten ze ’s avonds uit wanneer het donker is. In de lente en zomer is de moraliteitspolitie extra actief met het oppakken van alles wat te westers oogt. In de herfst zullen de Iraanse Fikkies echter de paden weer op gaan. Met opgeheven snuit. Want er is geen kruid tegen gewassen: qarbzadeki.