TONEEL: In die nag

Ironie die ernaast schiet

De voorstelling In die nag (Dood Paard, tekst: Rob de Graaf) begint naast de zaal, in het café van het theater. Vier mensen (een echtpaar? twee zoons?) spreken schreeuwend over Nederland als het land dat is geweest en over Afrika als het land van de toekomst. In de zaal aangekomen trekken ze (letterlijk) een exotisch kleurige sluier over henzelf én ons heen, verbeeldend de reis ‘van mislukking naar illusie’ die in poëtische taal bij elkaar wordt gefluisterd. Eenmaal aangekomen blijkt de illusie een mislukking. Het lege land van hun hoop is een doodlopende steeg waarin een lusteloos dialect wordt gesproken, ergens tussen Noord-Gronings en witman-Afrikaans in: ‘Ons maak die sirkel ’n bietjie kleiner/ ’n Kompakte sfeer, dan is ons die beste/ beskerm teen gevaar van buite.’ Het eind van In die nag ís eigenlijk een groot terug naar af. Met de bijpassende troosteloze tekst: ‘Sal ek dan maar die lig afskakel?’

De voorstelling Timon van Athene (vrij naar Shakespeare, in de regie van Arie de Mol gespeeld door Toneelgroep Maastricht) begint als de folderkleurige enkele reis naar een Grieks strand met dito villa of etablissement. Timon, de rentenier dan wel uitbater van de uitspanning, strooit grootmoedig bezittingen rond in zijn vriendenkring van louche zakenlui, 37ste-rangs-artisans en andere zakkenvullers. Timon raakt heftig in de schulden. En blijkt dan opeens geen vrienden meer te hebben maar een baai vol mensenhaaien. Hij reist gedesillusioneerd af naar een ruig oord, vindt daar (zwart) goud, raakt weer in de mode én in de gunst, maar pleegt uit wroeging en/of woede zelfmoord. Zijn voormalige vrienden vegen hun doodlopende (politieke) stegen schoon, vullen hun jerrycans met Timons zwarte goud en reizen af naar hun treurige business as usual.

Beide voorstellingen hebben de schoon­geschrobde, koene blik van we-zullen-u-eens-even… en na die puntjes volgen er (althans in mijn toeschouwersbeleving) zeurderige mededelingen en boodschappen over de op drift geraakte Boze Burger Boordevol. Veel daarvan is nogal voor de hand liggend, maar toch bepoteld met het waarmerk ‘bijzonder’. Oftewel, zoals men bij ons op het dorp placht te zeggen: niet gepiest en toch nat. En, jawel, alles is, in de woorden van een recensent van de Timon van Athene-bewerking, ook nog eens ‘moeiteloos naar de hedendaagse tijd van kredietcrisis en beursfraude getrokken’. Het heet geloof ik allemaal ‘ironie’. En het is bedoeld als een spottende en bijtende karikatuur op en over van alles en nog wat.

Als kijker had ik ongeveer de volgende ervaringen. De als graploze stand-up gebrachte opening van In die nag liet zich beluisteren als een talentloze Publikumsbeschimpfung met een gelikt foefje (freeze). Het lyrische middendeel van de voorstelling bleek bij nader inzien de opening van een ­tandeloze muil, waarna iemand het licht ­uitdeed. Timon van Athene maakte op mij vooral de indruk van rood geschilderde rode tulpen, bij elkaar geschreeuwde ­tekstbrouwsels met af en toe een flauwe echo van blank vers. Verder kreeg ik de indruk dat komische talenten tragisch moesten brullen, en vice versa. Voor de verdere rest werd er charmant gemusiceerd, gedanst en gezongen. Van het geheel werd ik voornamelijk doodmoe. Van ironie die er bijna ­voortdurend náást schiet of er ­bielsendik bovenop ligt krijg ik eigenlijk alleen maar hoofdpijn.

In die nag door Dood Paard, tournee t/m 13 februari, doodpaard.nl. Timon van Athene door Toneelgroep Maastricht, tournee t/m 18 februari, toneelgroepmaastricht.nl