Irrelevant

Dit is de week van Margaret Atwood. Zij ontpopt zich als de tough cookie van de grote drie van Canada, waartoe naast haar Alice Munro en Carol Shields behoren. De laatste heeft niet meer mee kunnen profiteren van de algehele herwaardering van de vrouwelijke schrijver. Ze stierf aan borstkanker toen ze 68 was, en dat is alweer zestien jaar geleden. In 1993 won ze de Pulitzer Prize met The Stone Diaries. Opeens kreeg huiselijk leven het mysterie dat het verdiende. Details uit haar boeken zijn mij altijd bij gebleven. Een vader die medelijdend toekijkt hoe zijn dochter de dressing maakt voor een ceasarsalade. Een echtgenote die tot haar schrik in bed belandt met een passant.

De dingen die je onthoudt. Dat de moeder van een vroeger vriendje de tuin in stapte om haar haren te kammen. Hoe Carrie Bradshaw in Sex and the City om vergeving smeekt op de drempel van het huis van Aidan. Wat Colm Toíbín vertelde over Margaret Atwood en Alice Munro, bijeen op een schrijversconferentie in New York.

Een van de eerste besprekingen die ik schreef ging over een roman van Carol Shields, Swann: A Mystery, in vertaling verschenen in 1996 als Het Swann-symposium. Ik wist niet goed hoe ik mijn plezier in dit boek moest verbergen, en durf mijn recensie van destijds dan ook niet terug te lezen. Ik ben kritisch dus ik ben; ik denk dat ik dat toen in borduursteken boven mijn bureau had hangen.

Het Swann-symposium was een satire op de academische wereld waarin strikte regels over het schrijven van biografieën golden en ondertussen iedereen aan de haal ging met elk flintertje foute informatie. Het had niets te maken met Possession van A.S. Byatt, dat ook ging over biografen en hun obsessies, maar toch ook weer wel. Het was lichter, en grappiger. Het leek voor mij een deur te openen, maar ik dacht ook er verre van te moeten blijven, zoals ik nog steeds laat op de avond denk dat ik als Harry Mulisch moet schrijven. Of m’n pen in as moet dopen, als Coetzee.

Met Manon Uphoff, schrijfster van de actuele klassieker Vallen is als vliegen, had ik het er pas over hoe het kan gaan, met waardering, kritiek, reputaties. Vrouwen. Wij groeiden op met in onze bloedbaan het werk van mannen. Als er al eens een vrouwelijke auteur werd uitverkoren, was meteen ook de plaats bezet. Desondanks zijn we in een hoopvol verleden nog wel eens gezamenlijk afgezakt richting CPNB: of het geen tijd werd dat een vrouw het Boekenweekgeschenk zou gaan schrijven. Daar zaten we, in de tuin van een grachtenpand, het schaamrood op de kaken. Want zeiden we eigenlijk niet dat we zelf het Boekenweekgeschenk wilden schrijven?

Wij groeiden op met in onze bloedbaan het werk van mannen

Nee zeg. We kwamen braaf aanzetten met een lijst met namen van onze schrijvende zusters. We kregen koffie, of een glaasje wijn, ik weet het niet meer. Water. Ik weet wel dat we weer buiten stonden en elkaar niet eens hoefden aan te kijken om te weten dat het een vergeefs bezoek was geweest. Alles op z’n eigen tijd.

‘Ik wil me niet meer kapot concurreren’, zei Manon. ‘En denken dat dat moet.’

Nog zo’n recensie van mezelf die ik niet terug durf te lezen: die over eerder werk van Manon Uphoff.

‘Ze zagen er allebei prachtig uit’, vertelde Colm Toíbín over Atwood en Munro. ‘En ze hadden de grootste lol samen.’ Wat hij leek te zeggen: ze hadden verder niemand nodig.

‘Voor mij is het makkelijk’, zei Atwood vorige week in een interview, in antwoord op de vraag of schrijvers in deze tijd meer moed zouden moeten hebben. ‘Ik ben oud.’ En als je maar oud genoeg wordt, zo suggereerde ze, word je omhelsd als icoon, of als heilige. Óf je wordt irrelevant verklaard.

Ik denk dat Carol Shields al ziek was toen ze haar laatste roman schreef, al klinkt dat wat kleverig. In elk geval maakt ze in Unless, in vertaling verschenen als Tenzij in 2003, de balans op: van de plaats van vrouwen in de wereld, in de literatuur. Zonder onderdrukte dienstmaagden, maar met een dochter die in leefstaking ging door op de hoek van de straat te gaan zitten met een bord om haar nek. ‘Goodness’ had ze daarop geschreven. Een roman als een stormkogel, ik weet nog dat het in de krant werd afgedaan als een vrouwenboek met vrouwendingetjes. Dat waren de dagen.