Irt-hasj

`Een toneelstuk met heel slechte acteurs’, zo noemt voorzitter Hans van Duijn van de Nederlandse Politiebond (NPB) de afwikkeling van het IRT- schandaal. Hij slaat de plank echter heel erg mis: er wordt door alle betrokkenen juist fantastisch geacteerd in deze zaak.

Alleen barst het scenario zo van de onwaarschijnlijkheden dat zelfs de sterkste pokerface op een gegeven moment door de mand valt. Zelden is er in de Nederlandse politiek een geval geweest waarbij zo veel mensen tegelijk boter op hun hoofd hadden, dwars door alle politieke scheidslijnen heen. Het officiele debat over dit corruptieschandaal kenmerkte zich door een gigantische hoeveelheid afleidingsmanoeuvres, met als dieptepunt de behandeling van het rapport-Wierenga in de Tweede Kamer, waarbij alle deelnemers zich in duizend bochten wrongen ter verbloeming van de essentie van de zaak. Kern van de IRT-kwestie is en blijft dat politie en justitie een partij van maar liefst 25 ton hasj hebben geimporteerd en op de markt hebben gebracht. Een volkomen illegale actie waarbij geen enkel justitieel doel werd gediend en waarvan de opbrengsten verdwenen in het criminele circuit. Tijdens het IRT-debat in de Tweede Kamer blijkt het parlement systematisch te zijn voorgelogen over de betrokkenheid van justitie bij die transporten. Als dat geen reden is voor ontslagen in de verantwoordelijke politieke en ambtelijke echelons, wat dan wel?
De systematische onwil van het parlement komt ongetwijfeld voort uit het feit dat alle grote kamerfracties met het oog op de verkiezingen iets te verliezen hebben met de onthulling van de naakte IRT-waarheid. Zo valt het gebrek aan aanvalslust bij de VVD alleen maar te verklaren uit de rol die de liberale coryfee Korthals Altes als voorganger van Ernst Hirsch Ballin op Justitie heeft gespeeld in het lanceren van steeds dollere opsporingsmethoden. Iedereen heeft wat te verliezen en daarom hoeft het ook geen verbazing te wekken dat minister Ed. van Thijn van Binnenlandse Zaken eerder deze week de Amsterdamse hoofdcommissaris Eric Nordholt heeft vrijgepleit van schuld, terwijl de Kamer in navolging van de commissie-Wierenga juist Nordholt als voornaamste zondebok had aangewezen. De angst dat de commissaris bij ontslag alle verzwegen informatie alsnog op tafel zou gooien, woog zwaarder dan de behoefte aan tenminste een politiek-ritueel offer.
Vanuit de politiek hoeft geen enkel initiatief op IRT-gebied te worden verwacht. Vandaar dat de ogen nu zijn gericht op de meer dan vijftig advocaten die zich onlangs hebben verenigd in een collectieve actie ter opening van de IRT-beerput. De advocaten zullen bij iedere strafzaak tegen hasjhandelaren komen met de verdediging dat de client geen enkele blaam treft, daar hij handelde in opdracht van de overheid. Alle coffeeshops prijzen hun waren inmiddels aan als ‘IRT-hasj’ - aan het Openbaar Ministerie de taak om te bewijzen dat dat niet zo is. Op deze wijze komt er wellicht toch nog enig licht in deze zaak. En zo groeit de advocatuur uit tot de echte volksvertegenwoordiging.