Irt-lont smeult

Durft de Tweede Kamer een parlementaire enquete naar de IRT- affaire aan? De eerste tekenen wijzen erop, al zal het merendeel der cruciale getuigenissen dan achter gesloten deuren plaatsvinden.

Niet bekend
De gewraakte transporten speelden zich af in 1992 en 1993, toen het Interregionale Recherche Team Noord-Holland/Utrecht met allerlei undercover-operaties zicht probeerde te krijgen op de activiteiten van de vanuit Amsterdam opererende drugsbende van de in 1991 vermoorde Klaas Bruinsma. De bende, die onder leiding van Bruinsma’s rechterhand Etienne Urka heette te staan, werd verantwoordelijk geacht voor de import van enorme hoeveelheden Colombiaanse cocaine naar Nederland. Ook zou de Urka-groep zich bezighouden met de import en export van weed, XTC-pillen en semtex, het bij terroristen zo populaire kneedexplosief. ‘Operatie Delta’, zo ging deze actie de boeken in, en het was de meest ambitieuze undercover-operatie die Justitie zich ooit had gepermitteerd, gericht op het oprollen van het gehele internationale imperium dat Bruinsma, alias de Dominee, vanaf de jaren zeventig had opgebouwd.
Bruinsma, zoon van de ondernemersfamilie die het frisdrankenconcern Raak stichtte, deed niet alleen in drugs; zijn netwerk handelde ook in vele liquidaties en was met behulp van de creme de la creme van de Nederlandse advocatuur inmiddels ook een speler van gewicht in het landelijke en internationale beleggerscircuit. De brutaliteit en hardheid van deze misdaadonderneming kenden in Nederland hun weerga niet. Een officier van justitie of politiecommissaris die het voor elkaar zou krijgen om dat imperium te ontmantelen, zou de rest van zijn leven worden bedolven met ridderordes en andere dankbetuigingen. De motivatie om alles uit de kast te halen in de strijd met deze bende was dan ook diep en breed gezaaid - men kreeg carte blanche, zowel financieel als ten opzichte van de te gebruiken infiltratiemethoden.
Teneinde te infiltreren in de Urka-groep engageerde het IRT een drugssmokkelaar die door zijn grote partijen, financiele slagkracht en ijver als vanzelf zou worden opgenomen in de achtergebleven familie van de Dominee. Door middel van allerlei radarapparatuur en zelfs satellietlijnen zou Justitie op deze manier perfect zicht moeten krijgen op de smokkelroutes van de bende, alsmede een staalkaart krijgen van met de dopehandel gemoeide personen. Dat de gebruikte methoden niet helemaal in overeenstemming waren met het geldende protocol, hoefde in deze collectieve jongensdroom op weinig tot geen consideratie te rekenen. De goedkeuring zou vanzelf wel komen, zodra de bende in ketenen voor de rechter was geleid.
Afgesproken werd dat sommige partijen drugs die door de justitiele informant werden binnengebracht, uiteindelijk zouden worden 'weggetipt’, dat wil zeggen met een politie-actie zouden worden geconfisqueerd. Echter: om te voorkomen dat er een verdenking zou vallen op de IRT-informant, zou het noodzakelijk zijn om af en toe een partij door te laten gaan naar de afnemers. De angst voor het verraden van de informant had verstrekkende gevolgen: het zou ertoe leiden dat er onder gezag en met betaling van de Nederlandse autoriteiten containers vol Colombiaanse weed en XTC-pillen naar Engeland werden getransporteerd, zonder dat de Britse douane daarin werd gekend. De angst dat de Britten met hun dienstijver de hele operatie zouden doen mislukken was het motief voor de geheimhouding. Zo werd minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie in 1992 en 1993 een smokkelkoning op Britse bodem. De met veerboten naar Engeland gebrachte partijen, vervoerd via Rotterdam en enige Belgische havens, vonden stuk voor stuk ongestoord hun weg naar hun afnemers. De opbrengsten verdwenen in de zak van de IRT-infiltrant, c.q. de Urka-groep.
Uit al deze acties volgde geen enkele aanhouding. Het Britse avontuur van het IRT zorgde er alleen voor dat een paar duizend Britse house-fans voor de eerstkomende maanden in 1992 waren verzekerd van een eersteklas trip richting extase, geheel opgebracht door de Nederlandse belastingbetaler. En dat terwijl de Nederlandse minister van Justitie dezelfde drug juist dat jaar met het nodige politieke drukwerk op de lijst van hard drugs had weten te plaatsen, vanwege de grote schade die XTC zou toebrengen aan de volksgezondheid.
DE ZEER ONDERKOELDE reactie van de Britse ambassade op de onthulling van Het Parool viel vooral op door de weigering om werkelijk op de materie in te gaan. De suggestie werd gewekt als zouden de Britse autoriteiten van de smokkeloperatie op de hoogte zijn. Dat de zaak iets gecompliceerder ligt, blijkt uit een telefonisch onderhoud met Nan Biles, zegsvrouw van Her Majesty’s Customs en Excise in Londen. Eerst volstaat ze met de mededeling dat de Britse autoriteiten altijd perfect hebben samengewerkt in de gezamenlijke strijd tegen het drugsmonster, en dat er in gevallen van grensoverschrijdende justitiele acties altijd 'binnen de overeengekomen parameters is gehandeld’. Betekent dat dan dat het Verenigd Koninkrijk van de door Het Parool gesignaleerde transporten op Engels grondgebied op de hoogte was? Nee, dat was niet het geval, verklaart ze. De Londense dienst is inmiddels begonnen aan een eigen onderzoek naar de Delta-connectie en zal voor dat doel ook gesprekken hebben met vertegenwoordigers van de Nederlandse autoriteiten.
Inmiddels blijkt ook de in Londen gevestigde Criminal Intelligence Service, de evenknie van de Nederlandse Centrale Recherche Informatiedienst (CRI), belangstelling voor de zaak te hebben opgevat. Ook deze dienst heeft een eigen onderzoek gestart. Hetgeen tot pikante situaties zou kunnen leiden: op grond van de nu beschikbare feiten kan de Britse regering zonder enige schaamte vragen om de uitlevering van bijvoorbeeld Ernst Hirsch Ballin, zoals de Amerikanen ooit Manuel Noriega arresteerden vanwege zijn betrokkenheid bij internationale drugshandel. De IRT-operatie Delta brengt Nederland terug naar de wildste dagen van de Verenigde Oostindische Compagnie en de staatsgecontroleerde opiumhandel.
Kort na de Britse transporten ging niet de Urka-bende, maar het IRT voor de bijl. Met name in de Utrechtse hoek was het enthousiasme over de infiltratietechniek zo gegroeid dat men plannen begon op te stellen voor het importeren van vijfduizend kilo cocaine ten behoeve van de Urka-clan. Op deze wijze zou de bende op heterdaad kunnen worden betrapt. Volgens Middelburg en Van Es was het vervolgens aan de huiver van de Amsterdamse hoofdofficier van justitie J. Vrakking en politiecommissaris Nordholt te danken dat deze operatie werd afgeblazen. Een scheuring der geesten binnen het Interregionale Recherche Team was het resultaat, hetgeen in december 1993 leidde tot de gehele ontmanteling van dat team.
IN HET RAPPORT van de commissie-Wierenga, die de methoden van het IRT op hun deugdelijkheid moest keuren, zijn voor zo ver bekend (grote onderdelen van het verslag zijn geheim) geen harde noten gekraakt over de Britse smokkeloperatie. In het verleden week vrijdag gepresenteerde onderzoek van de parlementaire commissie onder leiding van PvdA-kamerlid Maarten van Traa naar de bijzondere opsporingsmethoden van politie en justitie ontbreekt een dergelijke paragraaf eveneens. De commissie scheert wel even rakelings langs dit politieke pijnpunt van de eerste orde door te stellen dat een IRT-informant goede handel heeft gedaan met door Justitie geimporteerde drugs: 'In een enkel geval heeft de werkgroep moeten constateren dat een informant werd beloond door het toestaan van verkoop van drugs die door dezelfde informant, met behulp van de politie, Nederland waren binnengebracht.’
Het nieuwe van de bevindingen van de groep-Van Traa is dat deze er vooralsnog van overtuigd lijkt dat de methoden van het opgeheven IRT inderdaad niet door de beugel konden. En dat staat, zoals bekend, haaks op de warme liefde die de commissie-Wierenga nog voor dit stuntteam uitdroeg. Van Traa heeft dan ook voorgesteld een parlementaire enquete uit te schrijven. Begin november zal de Tweede Kamer zich over de wenselijkheid daarvan uitspreken.
Nu al staat vast dat een fors gedeelte van die enquete zich achter gesloten deuren zal afspelen. Formeel gebeurt dat op uitdrukkelijke wens van minister Sorgdrager, die zo hoopt te voorkomen dat de onderwereld alles te weten komt over de door Justitie ingezette infiltratiemethoden. Maar die beslotenheid komt ook nog wel voor andere zaken van pas. Een geheel openbaar onderzoek naar de handel en wandel van het IRT zou onherroepelijk leiden tot de val van een hele generatie bewindslieden, kopstukken uit het openbaar ministerie en de politie. Met volle medewerking van de Nederlandse regering heeft het rechercheteam voor tonnen aan soft en hard drugs naar het buitenland gesmokkeld zonder dat betrokken landen daarin werden gekend en zonder dat er enig justitieel doel mee werd gediend. De financiele opbrengsten van deze operatie verdwenen stelselmatig in de zakken van de criminelen die men wenste te bestrijden. Welk land zou zo'n opeenstapeling van mislukkingen in het openbaar wensen te bespreken?