Is Amerika als Weimar dat op instorten staat?

‘Laten we er eerlijk over zijn: dit alles is behoorlijk Weimar.’ De Amerikaanse politiek commentator Andrew Sullivan haalde afgelopen week een van de zwaarste historische analogieën van stal. Net zoals in 2016, toen Donald Trump opstoomde als voorman van de Republikeinse Partij, voorziet Sullivan het einde van de Amerikaanse democratie. ‘Het politieke midden is ingestort. Bewapende straatbendes van extreem-rechts en extreem-links voeren oorlog in de straten’, wanhoopt hij. Sullivan is aanjager van een aanzwellend debat over ‘Weimerica’.

Zou het? Stevenen de Verenigde Staten af op een implosie van het politieke stelsel? Het feit alleen al dat het Amerikaanse debat zwanger is van dit soort onheilstijding is verbazingwekkend, maar er moet nog heel wat gebeuren wil het zwartste scenario bewaarheid worden. In een repliek wees historicus Niall Ferguson Sullivan terecht. Hyperinflatie, een weinig gewortelde democratie en een militaire en bestuurlijke elite die bereid was de nazi’s de macht te gunnen waren belangrijke redenen waarom Weimar instortte, zo doceerde Ferguson, die promoveerde op Duitsland in de jaren dertig. Deze voorwaarden ontbreken in het Amerika van nu.

Wat niet wil zeggen dat de situatie in Amerika niet zorgelijk is. De wapenverkoop is enorm gestegen, met een recordaantal burgers die voor het eerst een vuurwapen aanschaffen. De zittende president weigert te beloven de verkiezingsuitslag te erkennen en inderdaad waren er in verschillende Amerikaanse steden de afgelopen maanden vernielingen en geweld met dodelijke afloop. Ondertussen wordt er druk gespeculeerd over wat het leger en de politie zullen doen mocht Trump bij verlies het Witte Huis niet verlaten. Het is in korte tijd normaal geworden om over Amerika te schrijven in termen die eerder voorbehouden waren aan een bananenrepubliek.

Het is normaal geworden om over de VS te schrijven als over een bananenrepubliek

Het stuk van Sullivan blijft door mijn hoofd spoken. Hij zet de huidige chaos dik aan. Hij beschrijft onze gedeelde woonplaats Washington D.C. als plek van anarchie. Voor zover ik kan overzien zijn de straten eerder in beslag genomen door extra grote terrassen, met dank aan covid, dan door ‘meutes’. De momenten waarop het de afgelopen tijd misging in D.C. was toen Trump de Black Lives Matter-protesten met zware inzet van ordetroepen beantwoordde. Voor conservatief Amerika is het waarschijnlijk andersom, maar staatsgeweld blijft gevaarlijker dan burgergeweld. Een ingegooide ruit kan vervangen worden. Een blind oog als gevolg van een rubberkogel niet.

Het idee dat Amerika in brand staat is kortom een uitsnede, het extrapoleren van rellen op specifieke plekken – Portland, Kenosha – naar het hele land. Dat dit beeld domineert is een gevolg van het politieke discours dat Amerika heeft opgetuigd, nog eens versterkt door de uit de hand gelopen pandemie: iedereen thuis, aan het scherm gekleefd en ontvankelijk voor wat sensationalistische pers en sociale media de geesten inpompen.

Die angst voor anarchie is juist wat Trump nodig heeft om een eventuele overwinning binnen te slepen. ‘Als een partij alles ondersteunt waar ik voor sta, maar niet gelooft in law and order altijd en overal, dan steun ik de partij die dat wel doet.’ Sullivan verwoordde precies het sentiment waarvan de Republikeinen weten dat het onder veel Amerikaanse kiezers leeft. Dat Trump en de Republikeinen hun hele verkiezingscampagne hebben opgehangen aan onrust in Amerika en die verbinden met de Democraten, komt door een gebrek aan eigen programma. De partij heeft na vier jaar Trump geen verdere agenda voor Amerika meer, anders dan blind de impulsen van deze president volgen.

Van alle problemen die de Amerikaanse democratie teisteren, hoort dan ook dit op het lijstje: een partij die ophoudt partij te zijn en de rivaliserende partij meesleept in een politieke doodsstrijd waarin niet het verwezenlijken van de eigen agenda maar het verslaan van de ander het allerbelangrijkste is.