IS blijft haar tegenstanders een stap voor

Het was een slechte week, qua Islamitische Staat. De slechtste week in driekwart jaar, voor wie geloofde dat de uitroeiing van Islamitische Staat een kwestie van tijd geworden was.

Medium ihn

Verschillende zaken rolden over elkaar heen. Wat schokeffect betreft kwam de inname van Palmyra ongetwijfeld bovenaan, een stad die alle barbarij sinds het Romeinse Rijk heeft overleefd. Tot nu toe. Daar bovenop kwam het verwijt van de vluchtelingen uit die stad – aan ons persoonlijk – dat we meer geven om oude stenen dan om levende mensen. Ikzelf, net als waarschijnlijk duizenden andere krantenlezers, moest erkennen dat dat waar is, terwijl niemand dat openlijk zou willen verdedigen.

Drie andere nieuwsfeiten kwamen in de schaduw van Palmyra te staan, terwijl ze voor de strijd tegen IS van minstens even groot belang zijn. Ten eerste natuurlijk de inname van Ramadi. IS-strijders trokken daar binnen onder dekking van een zandstorm, die alle Amerikaanse technologie verstoorde en luchtaanvallen onmogelijk maakte – het is om moedeloos van te worden hoe simpel het machtigste leger ter wereld soms te ontregelen blijkt. De val van Ramadi onderstreept dat het aangekondigde ‘lente-offensief’ van Irak plus de VS tegen IS in scherven ligt. Al sinds de aankondiging daarvan, in februari, was er verwarring over. Toch leek het ervan te komen toen het Iraakse leger Tikrit veroverde op 1 april: dat werd aangekondigd als een soort opwarmer voor de bevrijding van Mosul, de grootste stad onder controle van IS. Nu is het duidelijk dat er helemaal geen lente-offensief komt, en bovendien dat IS nog steeds niet in het defensief is gedrukt in Irak. Extra pijnlijk was dat het Iraakse regeringsleger in Ramadi opnieuw de benen nam, ondanks een overtal – precies als tijdens de verbluffende opmars van IS een jaar geleden.

IS blijft via onverwachte aanvallen tactisch een stap voor op haar vele vijanden

Ten tweede garandeert de manier waarop Irak Ramadi wil heroveren bijna dat er de komende jaren burgeroorlog zal zijn in Anbar, Iraks onrustigste provincie. Want een ander nieuwsfeit van afgelopen week was dat de Iraakse regering ‘vrijwilligers’ opriep om Ramadi te helpen bevrijden. Dat betekent in de praktijk: sjiitische milities die staan te springen om IS te lijf te gaan. Ramadi ligt in een gebied dat de ‘soennitische driehoek’ werd genoemd tijdens de Irakoorlog, en de inzet van fanatieke sjiieten zal zeker zijn weerslag hebben op de bevolking. Het hart van de Amerikaanse strategie tegen IS in Irak was nou juist om de strijdbare stammen in dit gebied naar de kant van de Iraakse regering te lokken, ten koste van IS. Dat was al eens gelukt in 2007, tijdens de zogenaamde ‘surge’ die eindelijk een soort van vrede bracht in Irak. Nu duidelijk niet meer.

Ten derde blies een zelfmoordcommando zich op bij een moskee in Saoedi-Arabië en nam negentien sjiieten mee de dood in. De aanslag werd geclaimd door IS, die daarmee haar dreigement lijkt waar te maken om de heilige oorlog (zoals IS die ziet) uit te breiden naar Saoedi-Arabië zelf, de hoofdprijs van de jihad. Als het fundamentalistisch-soennitische Saoedi-Arabië te weinig doet om zijn sjiitische minderheid te beschermen zal Iran het daar mogelijk bij helpen, met alle risico’s van dien.

IS blijft op deze manier superieur aan haar tegenstanders in bijna alles behalve militaire hardware. Ze blijft via onverwachte aanvallen tactisch een stap voor op haar vele vijanden, blijft zich kundig in het brandpunt van het nieuws en onze angst houden, en blijft in hoog tempo vrijwilligers aantrekken. Als we IS beschouwen als de erfgenaam van de vele extremistische groepen die westelijk Irak in de afgelopen twaalf jaar heeft voortgebracht, dan lijkt IS een succesformule te hebben gevonden voor destabiliteit. Via trial and error en steeds weer opnieuw beginnen. Helaas mag het resultaat er zijn.