Peter Noordanus over staatsondermijning

‘Is de overheid nu gekke Henkie of niet?’

De onderwereld wordt brutaler, zo laten de aanslagen op De Telegraaf en Panorama zien. Dat de drugscriminaliteit de rechtsstaat aantast, is lang genegeerd. Maar nu vecht de overheid terug. Peter Noordanus van het Strategisch Beraad Ondermijning: ‘We zijn laat, maar niet te laat.’

Onderzoek bij een drugslab in Geldrop, 16 juni. Het laboratorium werd ontdekt nadat op straat een dode man was aangetroffen © ROB ENGELAAR / ANP

In het Brabantse dorp Veen werden onlangs bij een politie-inval in een pand vier kilo amfetamine, 150 gram cocaïne, 250 pillen, een boksbeugel en pepperspray aangetroffen. Als grap zijn een keer de naambordjes van het dorp vervangen door bordjes met ‘Vrijstaat Sicilië’. Een paar maanden geleden werd de burgemeester van de Limburgse gemeente Voerendaal op straat door een gemaskerde man met een vuurwapen bedreigd. Nog recent vond de politie in Brabant na een tip midden in een maïsveld chemisch afval, gedumpt door drugsproducenten, er kon net worden voorkomen dat het gif het grondwater in zou lekken. De boerenorganisatie lto meldde twee weken geleden dat drugscriminelen het hebben gemunt op agrariërs met financiële zorgen en hen misbruiken om in hun schuren drugslabs onder te brengen.

Dit soort berichten duikt bijna wekelijks op in het nieuws. Het zijn geen incidenten maar symptomen van een fenomeen dat zich in de afgelopen decennia op de vleugels van het gedoogbeleid heeft kunnen wortelen in de Nederlandse samenleving. De hennepteelt en de productie van synthetische drugs vinden plaats in koeienstallen, huisjes in vakantieparken, panden op bedrijventerreinen of gewoon knus op zolder in doorzonwoningen binnen de bebouwde kom. Het is een parallelle samenleving waar heel veel geld in omgaat, dat niet – via de belastingdienst – terechtkomt bij de overheid.

De criminele netwerken proberen bovendien invloed te krijgen op het lokale bestuur en daarin binnen te dringen. De onderwereld vermengt zich langzamerhand zodanig met de bovenwereld dat er sprake is van grootschalige ondermijning van de rechtsstaat, aldus het onderzoek Sluipend gif (2018) van de Politieacademie in opdracht van de Nationale Politie. Nederland is een narcostaat geworden, concludeert het pamflet Noodkreet Recherche (2018) van de Nederlandse Politiebond na een rondgang langs zo’n vierhonderd rechercheurs.

‘We hebben het allemaal laten gebeuren – nu pas gaan we het serieus aanpakken. We zijn laat. Maar niet te laat’, zegt Peter Noordanus, oud-burgemeester (pvda) van Tilburg en sinds twee maanden voorzitter van het kersverse Strategisch Beraad Ondermijning (sbo). Het is opgericht mede onder druk van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (vng) die al jaren alarm slaat. Gemeenten – vooral in Brabant en Zeeland – geven aan de drugscriminaliteit niet langer alleen aan te kunnen en vinden dat Den Haag te weinig doet. Dat gaat nu veranderen met het platform; dat adviseert de minister van Justitie en Veiligheid over de besteding van een aantal fondsen, waaronder de honderd miljoen die in het regeerakkoord is vrijgemaakt voor een Ondermijningsfonds. De bedoeling is dat in de bestrijding van ondermijning landelijk wordt samengewerkt met ketenpartners: vng, Openbaar Ministerie, politie, de fiscale opsporingsdienst fiod, de Nederlandse Financial Intelligence Unit (fiu), Justitie, Sociale Zaken, maar ook met brancheorganisaties, zoals autoverhuurbedrijven of makelaars. ‘Nu ik weer terug ben in het Haagse Byzantium kan ik voor deze taak ruim putten uit mijn lokale ervaring’, zegt Noordanus in zijn woning in een pittoresk hofje midden in Den Haag.

‘Als je dit als overheid laat lopen, zet je het vertrouwen op het spel van gewone burgers die hard werken’

Toen hij burgemeester was van de zesde stad van Nederland (2010-2017) vielen hem de schellen van de ogen. ‘Je gaat het pas snappen als je het ziet’, zegt hij, en vertelt het ene verhaal na het andere over hoe hij langzamerhand inzicht kreeg in de ernst van de ondermijning in zijn gemeente. Zo kwam hij een keer tijdens het spreekuur voor burgers een man tegen die in een café totaal in elkaar was geslagen en leed aan een forse ptss. Motorclubs zitten dik in de drugsproductie en hij wilde dat milieu verlaten. ‘Het is net als Hotel Californië: als je er eenmaal inzit, kun je er niet meer uitstappen’, zegt hij.

Noordanus vertelt: ‘Ik heb gesprekken gevoerd met leerlingen van het roc om te horen hoe zij ermee te maken krijgen. Ze vertelden dat er rond hun school wordt geronseld en ze veel kunnen verdienen met henneptoppen knippen of pillen bezorgen. Ik ging langs bij slachtoffers van drugscriminaliteit en sprak met iemand die hennep kweekte op zolder en te maken had gekregen met een ripdeal. Toen ik hem vroeg wat zijn teelt nou schuift, noemde hij een bedrag van een salaris Kamerlid-plus. Of je zag het aan de bananenimport – die was in Brabant opeens kolossaal gestegen. Zoveel eten ze daar toch niet aan bananen? Er bleek drugshandel onder te liggen. Nog een voorbeeld: er zijn in Tilburg 35 autoverhuurbedrijven, dat is een hele industrie geworden, en je weet dat dit niet klopt ten opzichte van het aantal toeristen dat naar Tilburg komt, ook al is het een mooie stad. Deels was het een dekmantel voor drugskoeriers. De meeste burgers zien hier allemaal niks van. Amsterdam kampt nu met een cocaïneoorlog en dan wordt het voor het grote publiek merkbaar waar we het over hebben.’

Wat er in die onzichtbare wereld in krimpgebieden plaatsvindt, is te lezen in het publieksboek De achterkant van Nederland (2017) van Pieter Tops, hoogleraar bestuurskunde aan Tilburg University, en journalist Jan Tromp. Hun onderzoek naar de drugscriminaliteit in bepaalde wijken in Tilburg is onthutsend. Volksbuurten die worden overgenomen door drugshandelaren die buurtbewoners intimideren. Trucs om geld wit te wassen, de wereldwijde handel in pillen via het dark web, afrekeningen, bedreigingen van lokale bestuurders. ‘De Vogeltjesbuurt in Tilburg is niet de enige buurt waar georganiseerde criminaliteit is opgelost in het buurtleven. Overal in Brabant zijn gemeenschappen waar de georganiseerde drugscriminaliteit de gewone maatschappij ondermijnt’, schrijven de auteurs.

Ze constateren dat de grens tussen goed en fout niet zo gemakkelijk te trekken is. ‘Er is een criminele kern: kampers, motorbendes en de Turkse maffia. Maar er zijn ook mensen die onbewust meedoen, bewust wegkijken, een graantje meepikken of hand-en-spandiensten verrichten. Het is een conglomeraat van hele en halve criminelen, allemaal met een cover-up, maar onderling heel goed verbonden.’

Noordanus liet als burgemeester zelf ook onderzoek doen door de Tilburgse universiteit om de ondergrondse economie in kaart te brengen. Waar Tops en Tromp schatten dat alleen al in Tilburg in de wietteelt jaarlijks zo’n achthonderd miljoen euro wordt omgezet, noemt Noordanus het getal van zo’n driekwart miljard – en dat is meer dan het gemeentelijke jaarbudget. ‘Ik heb een keer in een interview gezegd: “Als we niet oppassen krijgen we hier Italiaanse toestanden” – ik kreeg meteen een brief van de ambassadeur van Italië, hij was diep beledigd. Ik heb mijn excuses aangeboden. Maar ik meende het wél. Met onze aloude voc-mentaliteit, open samenleving en een mild strafklimaat zijn wij op het gebied van hennepteelt en handel one of the largest trading floors van West-Europa geworden.’

En voor de synthetische drugs, zegt hij, is Nederland zelfs marktleider in de wereld. ‘Ja, jullie horen het goed. De grondstoffen komen uit China, het wordt hier geproduceerd en de pillen verspreiden zich voor de verkoop via het internet over de hele wereld. Het is serious business. De drugswereld zet de sociale cohesie op het spel, het ondermijnt uiteindelijk de rechtsstaat en de overheid. Er zijn in sommige gemeenten wijken en gebieden ontstaan waar je als overheid nauwelijks meer in komt. Als je dit als overheid laat lopen, zoals decennia is gebeurd, zet je het vertrouwen op het spel van gewone burgers die hard werken en belasting betalen.’

‘Makelaars, bedrijven, banken. De hele maatschappij moet medeverantwoordelijk gemaakt worden’

In zijn nieuwe functie zal hij er alles aan doen om het tij te keren, zegt hij. Maar hoe dring je nu de criminele netwerken terug als coffeeshops worden gedoogd, maar het achterdeurbeleid van de toeleveranciers illegaal is? En vooral: wat kan de overheid doen als het openbaar bestuur wordt aangetast door georganiseerde criminaliteit? Noordanus beschrijft als een doorgewinterde bestuurder het plan van aanpak dat het platform de aanstaande jaren wil uitrollen. ‘Je kunt er op een aantal niveaus naar kijken: repressie, handhaving en preventie. Handhaving gebeurt in ons land vaak op een onbeholpen manier. Te weinig vanuit het idee van één samenwerkende overheid. Ik geef een voorbeeld van een gezin dat formeel geen inkomsten heeft, er staan in de gang fietsen van de bijstand, maar voor de deur staat een dikke auto die is verdiend met zwart geld. Is de overheid nu gekke Henkie of niet? Zoiets heeft een enorm ondermijnend effect op het rechtsgevoel. Ook van de mensen in de buurt.’

© NIELS WENSTEDT / ANP

De overheid moet zich volgens Noordanus glashelder opstellen. Hij noemt dat een ‘stellige overheid’. Daarmee bedoelt hij: ‘Stelselmatig handhaven. Schandelijke plekken stevig aanpakken, bijvoorbeeld via de woningwet zoals is gebeurd met Fort Oranje in het Brabantse Zundert. De overheid kan het niet alleen en moet samenwerken met andere spelers, zoals makelaars, logistieke bedrijven en banken. De hele maatschappij moet medeverantwoordelijk gemaakt worden. De drugsbusiness is namelijk zeer profijtelijk en onzichtbaar. Voor iedereen die eraan meepeuzelt is het voordelig om het systeem in stand te houden. In agrarische buitengebieden staat het water aan de lippen, dus als ze een lucratief aanbod krijgen, dan is de verleiding groot om te beginnen – vaak eerst nog klein – met hennepteelt. Ik ben ervan overtuigd dat we met harde afspraken veel meer kunnen bereiken, met brancheorganisaties als de Land- en Tuinbouworganisatie of de bovag. En beroepsverenigingen moeten de gedragsnormering binnen de eigen clubs strakker handhaven. Ook bij advocaten of notarissen zitten soms rotte appels in de mand en ook zij moeten zorgen voor een onberispelijk blazoen. Slag voor slag gaan we daarmee het criminele vestigingsklimaat verpesten.’

Effectiever handhaven, dat is het ene deel van de nieuwe aanpak. Het andere deel is volgens hem minstens zo taai: de mentaliteit in de samenleving. Hij wil ‘weerbaarheid’ organiseren in gemeenschappen die kwetsbaar zijn. Bijvoorbeeld zoals in Tilburg gebeurde door binnen de Turkse gemeenschap voorlichting te geven aan ouders over de verleidingen voor hun kinderen. Of door perspectief te bieden aan jongens – de drugshandel is een dominant mannelijke wereld – op een baan. ‘In achterstandswijken zijn de risico’s op een criminele carrière groter dan in Wassenaar, daar ligt ook mijn intrinsieke zorg.’ Hij noemt de aanpak in Rotterdam-Zuid als een voorbeeld van wat hij bedoelt: een combinatie van wijkgericht werken, consequent en op verschillende niveaus, en het daarbij behorende Bildungsideaal – het is een proces van lange adem.

Hier klinkt de stem van de sociaal-democraat die Noordanus in hart en nieren is en blijft. Tegelijk zegt hij dat er een moreel debat moet worden gevoerd over drugsgebruik. Pillen slikken en blowen is in de afgelopen kwart eeuw ingeburgerd geraakt, onder jongeren hoort het er op festivals en feesten zo’n beetje standaard bij – niemand die zich daar druk over maakt. Die geest is vanaf de jaren zestig, zeventig uit de fles gegaan. En sinds de jaren negentig is er een wereldwijde markt van vraag en aanbod ontstaan die laat zien dat de productie van drugs als het ware is gedemocratiseerd: naast ‘de grote jongens’ zitten op kleine schaal ook burgers in de teelt en handel.

‘Maar er wordt niet nagedacht over de smerige industrie achter het pilletje en wat die in de samenleving veroorzaakt aan grof geweld en aantasting van de rechtsstaat en het rechtsgevoel’, zegt Noordanus. ‘Daar zouden we het met z’n allen over moeten hebben. Het gaat om de keuzes die iedereen – als bestuurder, als burger, als bezoeker van een festival – maakt. Ik weet het, een morele discussie over individueel verantwoordelijkheid nemen is niet iets wat makkelijk ligt – en zeker niet bij linkse politici. Criminaliteitsbestrijding is van oudsher een rechts thema. Ik ben daar zelf in veranderd, ik kijk er als realist tegenaan. We kunnen ons in wijken geen parallelle samenleving permitteren.’

‘Slag voor slag gaan we het criminele vestigingsklimaat verpesten’

Kritiek zal er zeker komen op al die ambities. Nu al wordt er in Haagse kringen voorspeld dat het platform zal vastlopen in veel plannen maar weinig daden, dat het een strooppot wordt van ambtelijke regels en geruzie om wie het geld mag gaan besteden. En dan is er ook nog een praktisch probleem: capaciteit. Te weinig agenten in de periferie. Noordanus geeft zelf aan dat de huidige wetgeving tekortschiet. Volgens hem zijn criminelen razend slim in het omzeilen van de Opiumwet; ze vinden bijvoorbeeld steeds weer een ander stofje dat er niet onder valt.

Hij zegt wel dat de minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus ‘bezig is met een ondermijningswet’ – meer kan hij daar nu nog niet over zeggen. Een ander punt is het waterbedeffect: als je het ene gebied schoonveegt, duikt het elders op. De teelt en productie zouden zich bijvoorbeeld kunnen verkassen van Brabant naar Groningen, dat straks zonder de gaswinning economisch nog kwetsbaarder wordt.

Noordanus wil hier even niks van weten, van de valkuilen en beren op de weg. ‘Het platform moet een bewegende organisatie zijn en niet verzanden in polderoverleg. De urgentie is te groot.’ En dan begint hij weer te vertellen over de werkelijkheid zoals hij die leerde kennen in Brabant. ‘We zagen een keer bij een inval in een growshop een verborgen kelder waar meer dan vier miljoen euro aan bankbiljetten lag opgeslagen, overigens naast wapens en springstoffen. Een van de moeilijkste klussen is het aanpakken van zwart geld; we slagen er nu nog maar in om zo’n vijf procent af te pakken – en dat moet en kan echt beter.’

Spaanse Polder, het goede voorbeeld

Bedrijventerrein Spaanse Polder, op de grens van Rotterdam en Schiedam, staat bekend als gebied waar veel georganiseerde criminaliteit plaatsvindt. Louche autobedrijven en andere op papier bonafide ondernemingen die als dekmantel dienen voor de onderwereld. Drugs, mensenhandel en spookwoningen, het is voor weinigen een geheim hoe de centen echt worden verdiend. Sinds vorig jaar werken Rotterdam en Schiedam samen om er de ondermijnende criminaliteit terug te dringen. Eerder gebeurde het wel dat een bedrijf dat in Rotterdam stond de deuren moest sluiten om enkele weken later en enkele tientallen meters (en dus net in Schiedam) verder opnieuw te beginnen.

Er is sinds enige tijd een stadsmarinier die een vaste plek op het terrein heeft en waar ondernemers terecht kunnen met klachten en meldingen van zaken die ze niet vertrouwen. De politie, Belastingdienst, Sociale Dienst, Milieudienst en bijvoorbeeld energiebedrijven trekken door Spaanse Polder om te pas en te onpas te controleren. Met nog een reeks maatregelen zorgen ze ervoor dat het bedrijventerrein onaantrekkelijk wordt voor criminelen en juist interessant voor nette ondernemers: niet ‘bestrijden’, maar ‘bevrijden’.

Rotterdam geldt sowieso als voorloper als het gaat om de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Ook elders in de stad werkt de gemeente niet alleen samen met onder meer het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst en de politie, maar ook met bewoners en ondernemers.

Een van de andere maatregelen in de Maasstad is dat crimineel geld wordt afgepakt en (deels) gebruikt voor het maatschappelijk belang. ‘Dit idee werd in 2017 concreet met een in beslag genomen drugsboot. De boot, gebruikt voor drugstransporten, werd geschonken aan het Rotterdamse Scheepvaart en Transport College’, maakte de gemeente bekend. Ook in andere delen van de stad zijn initiatieven. Zo hebben bedrijven in Rotterdam-Zuid banen beschikbaar gesteld voor jongeren uit de achterstandswijk die een diploma halen om hen zo te stimuleren een opleiding af te maken en niet voor de criminaliteit te kiezen.