‘is die grap van jou?’

ER ZIJN LANDEN waar ze de mogelijkheden van hun beroemde kinderboekenschrijvers beter benutten dan bij ons. Engeland maakte met de verfilming van De heksen, Daantje de wereldkampioen of De reuzenperzik wereldwijde publiekstrekkers en in Zweden leverde het werk van Astrid Lindgren onder vele kwaliteitsfilms het meesterwerk Ronja de roversdochter op. In vergelijking daarmee is het met onze jeugdliteraire koningin treurig gesteld. Er bestaan cassettes waarop Annie Schmidt met haar doorrookte stem onnavolgbaar voorleest uit eigen werk. Pluk van de Petteflet veranderde in een tenenkrommend slechte musical en gelukkig ook in een opgewekt hoorspel, met Kitty Courbois als grootse vertelster, maar daarmee hebben we het wel gehad.

Dit najaar lijkt de inhaalmanoeuvre dan toch ingezet. De Avro zendt sinds begin oktober op zaterdagmiddag de dertiendelige serie Otje uit, de belevenissen van het ondernemende meisje dat met de dieren kan praten. Samen met vader Tos probeert ze een plek te vinden in een wereld waar weinig ruimte is voor warhoofden zonder papieren. Het is een nogal magere vertoning, die het moet hebben van de grappige bijna echte dieren, de muziekjes en van ons aller Annie-sentiment. Vooral zonder het laatste doen de bordpapieren entourage, de hoofdpijnkleuren en het opgelegde acteerwerk mij verlangen naar Schmidt & Westendorp op papier.
En deze week is het eindelijk zover: in bijna honderd bioscopen tegelijk is hij te zien, Abeltje, de liftboy van Warenhuis Knots te Middelum. Door op het mysterieuze bovenste knopje van het bedieningspaneel te drukken schiet de lift door het dak de ruimte in, het avontuur tegemoet. Toevallige medepassagiers zijn de zangpedagoge juffrouw Klaterhoen, meneer Tump, handelaar in motteballen en Abeltjes acrobatische vriendinnetje Laura. Dit merkwaardige viertal wordt op het witte doek gebracht door Ben Sombogaart en Burny Bos. Op het gebied van de Nederlandse kinderfilm vormen zij een inmiddels befaamd duo - Mijn vader woont in Rio, Het zakmes -, Sombogaart als regisseur met een uitzonderlijk oog voor het naturel van zijn kinderacteurs, Bos als scenarioschrijver en producent.
ONGEVEER ACHT jaar is Bos in de weer geweest om zijn doel te bereiken. Annie Schmidt, die toen nog leefde, moest zijn scenariowerk goedkeuren (‘Goh jongen, is die grap van jou of van mij?’). De onderhandelingen over de rechten waren moeizaam en de fondswerving in binnen- en buitenland was een regelrechte uitputtingsslag. Voor de film was het naar Nederlandse maatstaven astronomische bedrag van ruim negen miljoen gulden nodig. Er is op locatie gedraaid in New York en Spanje en vooral de computermanipulaties slokten een enorm stuk van het budget op. Een lift vliegt niet voor niks de oceaan over.
De niet geringe ambitie van de makers is dat hun film de concurrentie aan zal kunnen met de Disneyproductie, die elke kerstvakantie met groot promotioneel vertoon het vaderlandse gezinsleven inpakt. Daarom organiseerde distributeur Warner Bros. een vergelijkbaar offensief, met de in elk medium opduikende hoofden van Bos en Sombogaart, een cd van de soundtrack en Abeltjebonnen bij zaktelefoons en op pakken sinaasappelsap. Maar de hamvraag blijft natuurlijk hoe goed de film is.
Voor Annie Schmidt was Abeltje in 1953 haar eerste lange verhaal, na een aantal versjesbundels en de net begonnen belevenissen van Jip en Janneke. Het verscheen in de Jeugdserie van de Arbeiderspers. Daarvoor spaarde je zegeltjes, waarna de boeken in de winter(= lees)tijd werden geleverd. Het verhaal biedt een aaneenschakeling van dolle toestanden en wordt gestuurd door het toeval en de veertienjarige schoolverlater Abeltje Roef, aan wie de wijde wereld harder trekt dan het bloemenwinkeltje van zijn moeder. Emigreren is aan de orde van de dag en Juffrouw Klaterhoen laat in de diverse buitenlanden 'Waar de blanke top der duinen’ of 'Lammetje loop je zo eenzaam te blaten’ instuderen. De nog nauwelijks bestaande kinderboekenkritiek sprak van een 'alleraardigst kinderverhaal’. In 1954 bewerkte Gabri de Wagt het tot een hoorspelserie op de Vara-zondagmiddag, met Paul van der Lek als Abeltje.
VOOR KRITISCHE hedendaagse ogen leverde Schmidt haar zwakste boek, maar daar heeft scenarist Burny Bos dwars doorheen weten te schrijven. Hij liet de avontuurlijke hoofdlijnen intact, maakte Abeltje drie jaar jonger, gaf hem een ringetje in zijn oor en een skateboard onder zijn gympen. Buurmeisje Laura kreeg een aanzienlijk belangrijker rol dan haar oorspronkelijke toebedeeld. Abeltje heeft haar net als vriendinnetje aan de kant gezet, maar ze is een meid van haar tijd en laat onverstoorbaar merken hoe 'cool’ en 'vet tof’ ze haar ex-liefje vindt, wat zorgt voor enige onderhuidse spanning. Bos’ mooiste ingreep betreft moeder Roef, omgesmeed van bloemenvrouwtje tot potige garagehoudster, die nooit een blad voor de mond neemt en voor wie geen zee te hoog gaat om haar zoon weer veilig thuis te krijgen. Geheel in motorleer verpakt geeft Annet Malherbe haar fors gestalte. Haar dubbelrol in wapperende veren en satijn met peilloos decolleté, als de eveneens hysterisch naar haar zoon speurende Amerikaanse moeder Cockle-Smith, krijgt er extra glans door.
Vanaf de eerste minuut raast Abeltje als een orkaan over het doek. Muren en daken splijten, er wordt adembenemend achtervolgd en boven de rondzwemmende haaien gebalanceerd. De montage heeft een dusdanig ijltempo dat de kijker zodra hij zich realiseert waar hij is alweer naar elders wordt geslingerd. De alomtegenwoordige muziek (Henny Vrienten) biedt voor elke generatie wat wils. Naast Trijntje Oosterhuis klinkt er een oude hit van Doe Maar en om de moed erin te houden zingen de liftpassagiers 'In een rijtuigie’. Schitterend is Klaterhoen, die gewapend met stemvork in New York een verzameling loslopende types uit de bol laat gaan op 'Twips, twips, twips, eerst de handen op de heupen, dan de handen op de bips’ (uit Ja zuster, nee zuster). Marisa van Eyle speelt haar onvergetelijk. Licht loensend marcheert ze rond in het verkeerde roze mantelpak, de verruwing in de wereld bestrijdend.
De casting van alle volwassenen is trouwens sterk, met als top Frits Lambrechts als mannetje Tump, wiens motteballen het hele verhaal bijeenhouden. Hilarisch is zijn act van de stervende mot tijdens zijn verkooppogingen in New York, griezelig zijn grootheidswaanzin als president van de bananenrepubliek Perugona. Juist in de groteske kleinheid van de grote mensen is de film trouw aan Annie Schmidt en haar kijk op de wereld. De kinderen steken daar nogal bleek bij af. Abeltje en Laura zijn er om op knopjes te drukken en erop af te gaan. Daaraan heeft ook het miniliefdesconflict weinig toe te voegen. Dat is enigszins teleurstellend, want de films van Ben Sombogaart laten je zonder zwaarwichtigheid juist zo mooi 'binnenin’ kinderen kijken. Hij geeft ze alle tijd om te laten zien wat hen beweegt en wie ze zijn. En tijd is er niet in Abeltje, want stel je voor dat iemand ook maar een fractie van een seconde de aanvechting zou krijgen zich te vervelen!
MISSCHIEN WREEKT zich toch ook dat Annie Schmidt, zeker in haar werk voor kinderen, niet de auteur was van het grote innerlijke conflict. Haar jeugdige helden zijn oningevuld en achtergrondloos, min of meer blanco om goed te kunnen laten zien hoe merkwaardig de wereld om hen heen in elkaar zit. Bovendien ontbreekt een stevige samenhang, omdat Schmidt in hart en nieren afleveringen-schrijfster ten behoeve van krant of tijdschrift was en juist in Abeltje is dat heel duidelijk. Het volgende boek op het programma van Burny Bos is Minoes, Annies mooiste roman op kinderhoogte, over een poes die een juffrouw wordt, maar katse neigingen houdt. Het is een hecht gestructureerd verhaal, waarin elk personage een functie heeft, elke gebeurtenis een aanvankelijk verborgen bedoeling en elke handeling een consequentie. Wat niet deugt wordt in de gestalte van de vreselijke Ellemeet tamelijk karikaturaal neergezet, maar de hoofdpersonen zijn mensen van vlees en bloed, met hun zwaktes en verlangens. Dat sommigen een vacht en snorren hebben, doet daar niets aan af. Met gemak kunnen zij het opnemen tegen Sjakie, Abeltje, Daantje en Matilda, Ronja, Madieke en de broertjes Leeuwenhart.