De crisis heeft de Argentijnen opstandiger gemaakt

Is die mijn mijn mijn? Of jullie mijn?

Er was altijd één ding waar je steevast op kon rekenen in kwesties van internationale handel: de wanhoop van de armen. Maar opeens frustreren arme landen handelsbijeenkomsten, komen in opstand tegen het IMF en wijzen buitenlandse investeringen af. Kan het zijn dat als je eenmaal genoeg hebt verloren wanhoop omslaat in opstandigheid?

Neem de bevolking van Esquel, een stadje in Zuid-Argentinië. Een jaar geleden kocht het Amerikaans-Canadese goudmijnbedrijf Meridian het Britse Bancote Holdings, dat een goudvoorraad bezat in Esquel met een geschatte waarde van een miljard (Amerikaanse) dollars. De tijd leek rijp om een reusachtige open mijn te bouwen: de goudprijs was hoog en die van Argentinië, met zijn verwoeste economie, laag.

Het bedrijf informeerde de gemeente Esquel dat het de gelukkige ontvanger ging worden van vierhonderd banen in de mijnbouw. Het flanste een milieu-effectrapportage in elkaar, verzekerde de gemeenschap dat het gebruik van 2700 kilo cyanide per dag niet gevaarlijker was dan naar je werk rijden, en maakte zich klaar om te gaan graven.

Ook de gemeenschap ging graven. Niet naar goud, maar naar informatie. De uitverkoop van natuurlijke rijkdommen en openbare voorzieningen aan buitenlandse investeerders heeft voor Argentinië niet goed uitgepakt. Die investeringen hebben het land geenszins de beloofde voorspoed gebracht maar integendeel minder banen, groeiende schulden, dure voorzieningen en verdacht rijke politici. Toen Meridian zei: «Vertrouw ons», was Esquel niet in staat mee te gaan.

Esquel ligt in een prachtig deel van Patagonië; de mijn slechts zeven kilometer van de stad van 32.000 inwoners vandaan, wat ernstige bezorgdheid oproept over de effecten van cyanide en andere giffen op de watervoorziening en de toeristische industrie.

Omdat het bedrijf weinig informatie losliet, nam het stadje zelf mijndeskundigen in de arm. Die ontdekten dat «open» gouddelven met gebruik van cyanide is verboden in Montana. En dat wanneer cyanide wordt afgebroken door middel van het voorgestelde INCO «destructie»-proces, het giffen blijft bevatten, en dat restanten nog steeds rampzalig zijn.

Naast deze gezondheids- en milieuproblemen geloven veel mensen in Esquel dat de mijn de zoveelste slechte deal voor Argen tinië is. Tegenstanders zeggen dat Meridian (uit Reno, Nevada) de eerste vijf jaar geen belasting zal betalen (het project is gepland voor slechts negen jaar). Ook beweren ze dat de regering meer geld zal verliezen aan export dan ze verdient aan de mijn. Het zorgwekkendst: als de mijn gaat lekken na sluiting, zou de gemeenschap opgescheept kunnen zitten met de kosten van de schoonmaak.

Op 23 maart hield de gemeente Esquel een referendum over de mijn. 75 procent van de bevolking ging stemmen; 81 procent daarvan stemde tegen de mijn. De uitslag is niet bindend, maar met provinciale en gemeenteraads verkiezingen in het verschiet wel overtuigend. Lokale politici hebben niet de vergunningen verstrekt die Meridian nodig heeft om te kunnen beginnen met de bouw, zodat het project is stilgezet.

Meridian doet grote moeite om te bewijzen dat het heeft geleerd van fouten in het verleden. Het nam de Business for Social Responsibility uit San Francisco in de arm om «het bedrijf te helpen luisteren en de zorgen van de gemeenschap te begrijpen». Het BSR-rapport, door veel mensen in Esquel afgedaan als een pr-stunt, snijdt niet de belangrijke ecologische en economische kwesties aan. In plaats daarvan bekritiseert het Meridian voor zijn «schokkende gebrek aan betrokkenheid». Volgens het rapport vertoonden de werknemers «een houding van disrespect» voor de gemeenschap en stonden «defensief en afwijzend» tegenover bezorgdheid. «Het bedrijf was onwillig om informatie te delen over de geplande mijn (…) en maakte het soms moeilijk om informatie te verkrijgen», stelt het rapport.

Meridian aanvaardde de kritiek en legde zich toe op transparantie en het delen van informatie in de toekomst. Het bedrijf zegt dat zijn activiteiten «in de ijskast» staan en dat het niet zal voortgaan «zonder de steun van de gemeenschap van Esquel». Investor Relations Manager Deborah Liston vertelt me dat het bedrijf «een pijnlijke les heeft geleerd…» Haar baas, Peter Dougherty, vice-president en hoofd Financiën, praat eveneens over «wachten op de gemeenschap» en zegt dat «soms, als er moeilijk heden zijn, definiëren die uiteindelijk wie jij bent».

Maar er zijn bewijzen dat Meridian zijn gedrag niet helemaal heeft veranderd. Meridian heeft stilletjes een nieuwe mijn geregistreerd op slechts vier kilometer van Esquel, nog dichterbij dan de vorige. En ondanks al het gepraat over totale transparantie zou het bedrijf nog steeds informatie kunnen achterhouden voor het publiek. Meridian heeft lang beloofd een uitputtend, onafhankelijk wateronderzoek te produceren, cruciaal voor de gemeenschap om de risico’s van de mijn in te schatten. Vijf maanden na de deadline wacht Esquel nog steeds. Ik was dan ook verrast toen mevrouw Liston zei dat ze het onderzoek had gezien, dat de conclusies gunstig voor het bedrijf waren, maar dat «we het nog niet hebben vrijgegeven. Het is niet het goede moment. Nu willen ze [het publiek] dat niet horen.»

Als ik Dougherty vraag naar de opmerkingen van mevrouw Liston ontkent hij dat het bedrijf zich bemoeit met het vrijgeven van het onderzoek, aangezien dat «onze onafhankelijkheid in gevaar zou brengen». Hij zei het, niet ik.

En wat gebeurt er als, na al het luisteren en hand-vasthouden, de gemeente nog steeds geen goudmijn wil? Zal Meridian dan uit Esquel weggaan, zoals de gemeenschap eist, en de democratische wensen van de burgers respecteren? «Kijk», zegt Dougherty, «we zijn op deze aarde en als het niet omhoog groeit, dan zullen we ernaar moeten graven… Onze hele planeet is gebouwd op de mogelijkheid met goud imperiums te vormen. Goud is door de tijden heen een stabiliserende factor geweest.» Dat is een passende historische verwijzing. Meridian reed Esquel binnen als moderne conquistadores met mijnwerkershelmen, overtuigd dat de wanhopige bevolking dankbaar zou zijn om het Empire van iemand anders te mogen voeden. Maar de economische crisis heeft niet alleen de Argentijnen wanhopiger gemaakt, het heeft ze ook opstandiger gemaakt, meer geneigd om voorbij de glanzende beloften van toekomstige welvaart te kijken en te beschermen wat ze nog hebben. Want als je hele land leeg gegraven is, zul je oppassen voor verlossers met mijnwerkershelmen.

Vertaling: Rob van Erkelens