Toneel: Lange Dagreis (2)

Is dit een gekte geworden?

Op het grote podium van de schouwburg speelt zich het drankovergoten en morfinebenevelde familiedrama Lange dagreis naar de nacht van Eugene O’Neill af. In het decor zit een groot donker raam. Daarachter is een tweede voorstelling gaande, Achterkant, voor een veertighoofdig publiek dat zich een klein uur vóór de voorkant begint, moet melden bij de achterkant.

Twee acteurs van de Warme Winkel, een klein gezelschap dwarsliggers literair-historische toneelfanaten, spelen in een bedompte ruimte in het achterhuis van de schouwburg een soort commentaar op het toneelgeweld op het grote podium. Een vriendin (die niet meer hier woont en die het toneel een goed hart toedraagt) vroeg of het navelpeuteren hier soms een gekte is geworden als gevolg van de brute kunstbezuinigingen. Ik kon haar een beetje geruststellen. Gekte is het niet. Wat het wél is laat zich bezien. De acteurs Vincent Rietveld en Ward Weemhoff zijn vet bepruikt en spreken met het lijzige accent van oudere jongeren die van bier en een stickie houden. Ze spelen dat het 2026 is. Ze zijn stand-in voor de jonge broers in het O’Neill-stuk, dat al voor het dertiende seizoen op het repertoire staat. En ze komen nooit aan de bak omdat Ramsey Nasr en Roeland Fernhout, over wie zijdelings grappen worden gemaakt, niet kapot zijn te krijgen. Die twee lopen overigens regelmatig door de Achterkant naar hún voorkant, die wij in flarden zien en via de intercom horen.

Door de lange baarden van de Warme Winkel-grappen en door dat oervervelende Koos Koets-toontje zijn die eerste negentig minuten van Achterkant niet de sterkste. Maar dan slaan de actreutel-kwellers toe. Terwijl het schouwburgpubliek naar de koffie slentert, doen Weemhoff en Rietveld op het grote podium een act die de surrealistisch-absurdistische krochten opent onder de mensenhel op het voortoneel. Daarna boren ze voor ons, het veertigkoppige publiek, de poëtische lagen van hun toneel-commentaren aan. Eigenlijk spiegelen ze daarin O’Neills voorkant, die voor de pauze een schier eindeloze stroom bekentenistoneel is, om daarna enkele welgemikte doffe dreunen uit te delen. De twee Warme Winkel-jongens stelen in hún tweede deel onze harten met een lofzang op eenvoud en dichterlijke urgentie in de kunsten, daarbij geholpen door Marieke Heebink, die op het grote toneel een tijdlang af is, en zich híer komt laven aan wat haar personage dáár aan warmte wordt onthouden. Tegen het eind sluipen we, blootsvoets en zwart gevoileerd, met z’n veertigen het grote podium op, om het slot van O’Neill van dichtbij (en voor de kijkers da drüben onzichtbaar) mee te maken. Als spoken uit een andere wereld applaudisseren wij voor de toneelspelers van de voor- zowel als van de achterkant. Over de grote kunst van het toneelspelen word je in Achterkant geen steek wijzer. Toneel is goed georganiseerde leugenkunst, die kunst is van de spelers, daar krijg je als kijker nooit je vinger achter. Fracties van de organisatie van de leugens zie je hier voor je neus. En je leert geluidloos met een sluier sluipen. Ik hield aan het avontuur, zowel vóór als áchter de illusie, twee puike toneelavonden over.


Lange dagreis naar de nacht Achterkant, t/m half december, Toneelgroep Amsterdam en Warme Winkel (06-45359284)