Gent in de greep van ‘Over the Edges’

Is dit kunst? Over mijn lijk!

De Ghoede Stede Gent lijkt sinds vorige week op een belegerde stad waar kunstenaars het heft in handen hebben genomen. Curator Jan Hoet lanceerde er in samenwerking met Giacinto di Pietrantonio een offensief dat Gent gedurende drie maanden omtovert in een gigantisch ‘psycho-geografisch experiment’ waarin de grenzen tussen kunst en dagelijks leven zijn opgeheven. Een stadslabyrint, zoals de situationisten Guy Debord en Raoul Vaneigem dat ooit voor ogen moet hebben gestaan.

Over the Edges heet de manifestatie waaraan meer dan vijftig internationale beeldend kunstenaars en talloze dichters en muzikanten deelnemen. De expositie is een radicalere voortzetting van de Chambres d’Amis tentoonstelling uit 1986, waarmee Jan Hoet wereldberoemd werd. Van de steriliteit van het museum naar de beslotenheid van de huiskamer, naar de open dynamiek van de straat: het is een logische stap in een proces waarbij de eigenzinnige curator het museum directer wil laten ingrijpen in de belevenis van alleman en alledag. ‘De grenzen tussen stad en instituut, binnen en buiten, publiek en privaat moeten permeabel gemaakt’, verklaart Jan Hoet in zijn voorwoord van de expositiecatalogus. De kunstenaars zijn door beide curatoren dan ook bijeengezocht op het vermogen gevestigde muren te slechten. Hoet meldde aan De Morgen dat ‘de kunstenaar de verbinding kan maken tussen al die afgesloten werelden die we om ons heen zien: het gerecht, de musea, de commercie, al die bastions. Ik verzet me tegen het beeld van de kunstenaar als kluizenaar die zich afsluit van de wereld.’


Of alle genodigde kunstenaars het hier mee eens zijn, betwijfel ik. Maar dat Hoets’ keuze effect heeft, blijkt bij de opening heel duidelijk. In de Hoornstraat vergapen honderden mensen zich aan de neoklassieke zuilengalerij van de aula van de universiteit, die door Jan Fabre op oogverblindende wijze is ingepakt met plakken rauwe ham. Tussen de zuilen heeft zich een handjevol leden van de Actiegroep Dierenbevrijding opgesteld met spandoeken waarop te lezen staat: ‘Is dit kunst? Over mijn lijk’ en ‘Deze kunst is wansmaak’. Een dame van de VZW Poezenboot Caprice deelt pamfletten uit en roept dat het een schande is wat hier tentoon wordt gesteld. De politie, in behoorlijken getale aanwezig, slaat het spektakel met gemengde gevoelens gade maar laat de boel betijen. Op straat vinden discussies plaats over de betekenis van de ham. ‘Fabre heeft er letterlijk de benen van wetenschap en kennis mee willen symboliseren’, weet Gentenaar Jan Haerynck, vriend van de kunstenaar. Even later krijgt hij het aan de stok met enkele leden van de Dierenbevrijdingsorganisatie, die tot zijn ergernis een open zicht op het kunstwerk blokkeren. De politie springt met vier man toe, smijt Jan Haerynck tegen de muur en knoopt zijn armen in een houdgreep. Jan wordt in de boeien geslagen en kan nog net schreeuwen, voor hij op de achterbank van een politiewagen wordt platgedrukt: ‘Stelletje eco-fundamentalisten! Dommeriken!’


Op het hoofdkantoor van de politie blijkt de kille wachtkamer door de Kosovaarse kunstenaar Sisley Xhafa aangekleed met allerlei huiselijke attributen zoals tapijten, schemerlampen, een hifi-installatie en zelfs een krultafeltje met drank en sigaren. Uit de muziekinstallatie klinkt operettemuziek. De agenten houden zich zoveel mogelijk afzijdig van het binnendruppelende publiek. Aan hun gezichten kun je aflezen dat ze het maar niks vinden. Een politiekantoor is toch geen museum.


Aan de balie neem ik plaats op een antiek salonstoeltje. Ik schenk wat van Xhafa’s whisky in een glas en op dat moment valt de stroom uit. De bezoekers van Over the Edges zitten opgesloten op het bureau. Het euvel duurt een kwartier, dan kan de wacht weer worden afgelost. Ik lees in de catalogus-introductie van Jan Hoet: ‘Belangrijker nog dan dit aftasten van grenzen is de bijna experimentele manier waarop wordt nagegaan hoe kunst in een stad kan functioneren. De individuele ervaring van het kunstwerk wordt ingebed in een meer algemene ervaring van stedelijke beleving.’


Veel werken op Over the Edges hebben het karakter van een happening en dragen bij aan een verwarrende sfeer die je in de hele stad kunt bespeuren. Op een zwevende zwarte preekstoel op het plein voor de kathedraal (de ‘chantoir’, een ontwerp van de Vlaamse kunstenaar Thierry de Cordier) bespeelt een organist een analoge klankmodule. Ugo Rondinone plaatste tragikomische clowns op de hoek van de Veldstraat en op verschillende plekken midden in het middeleeuwse stadshart hoor je de jungle-kreet van Tarzan weergalmen. Op de oever van de Ketelvaart heeft de Italiaan Mario Airó een draaiende radar gemonteerd op een verlichtingspaal. De radar vangt beelden op uit de ruimte en toont die als computerbeelden op een monitor. Bij navraag blijken de computerbeelden fictief. Dat is ook de bedoeling, aldus co-curator Di Pietrantonio. ‘Kunst is immers een spel tussen waarheid en leugen.’


Of dit ook het geval is bij het werk van Alberto Garutti, die de lampen op de Vrijdagsmarkt even heel fel laat oplichten, telkens als er een navelstreng wordt doorgesneden in een Gentse geboortekliniek, is niet duidelijk. Garutti liet zich voor dit werk inspireren door Gustave Courbets L’origine du monde, waarin vanuit een lage hoek het geslacht van een vrouw is geschilderd. De Italiaan legt een verbintenis tussen de primaire hoek van het vrouwelijk geslacht, de oorsprong van menselijk leven, en de hoeken van het Gentse marktplein.


Een van de meest fascinerende werken op Over the Edges is het gotisch ogende glas-in-loodraam met röntgenfoto’s van vrijende paren. Wim Delvoye heeft het in een leegstaande, vervallen Norbertijner kapel in het middeleeuwse Patershol aangebracht. Het resultaat van deze mechanisch doorgelichte liefde werkt buitengewoon ontluisterend: van de hartstochtelijke omhelzingen resteren slechts skeletten in een ijselijk luchtledige. Helemaal bovenin zweeft een doorgestraald gsm-toestelletje. Een ironisch symbool van de heilige geest, maar ook een schrijnende roep om contact. Een duif ‘intervenieert’ door klapperend plaats te nemen in een nis boven het raam. De mobiele telefoon is als een takje in zijn klauwen. Is de vogel deel van het artistiek complot? Het antwoord vind ik als ik verder ga, verdwalend in het sublieme stadslabyrint dat Gent tot eind juni zal zijn.



Over the Edges, verspreid over het gehele centrum van Gent. Curatoren: Jan Hoet en Giacinto Di Pietrantonio.

Over the Edges loopt tot 30 juni. Kaartjes (inclusief plattegrond en ticket voor het SMAK) kosten BF300 (ƒ 16,-). Informatie: 00-32-70-233.888, SMAK tel 00-32-9-221 17 03. www.smak.be of www.charlesv2000.org