Anne (1)

Is dit wel toneel?

Een vriend vroeg me: is Anne eigenlijk wel een voorstelling? Is het toneel? Of moeten we ernaar kijken zoals we kijken naar een sociaal-cultureel fenomeen, een evenement? Ik zag de voorstelling de avond na de première. En loop nu een week rond met veel beelden op mijn netvlies. En met de vraag van die vriend.

Wat zien we? Een immens halfrond scherm dat een groot deel van de avond overvol is met geprojecteerde beelden. Het scherm kan splijten en wijken. De ruimte daarachter biedt zicht op vier achtereenvolgende locaties. Eerst een chic restaurant in Parijs. Stijl en aankleding: jaren vijftig. Dus van na de oorlog. Hier komt Anne Frank in haar droom te spreken met iemand die haar (dag)boek wil uitgeven. Dat is de raamvertelling die de schrijvers Leon de Winter en Jessica Durlacher hebben bedacht: Anne Frank als toekomstig schrijver. Het restaurant verdwijnt, maar het tafeltje met de uitgever blijft de hele voorstelling. Anne holt erheen, om commentaar te geven op haar leven tussen juni 1942 (haar dertiende verjaardag, ze krijgt een dagboek) en augustus 1944 (als de onderduikers van het Achterhuis worden gearresteerd). De verjaardag wordt gespeeld op de tweede locatie: een straat in Amsterdam-Zuid, het bovenhuis van de familie Frank. De derde locatie is de één kwartslag gedraaide, opgerekte en opengewerkte versie van het pand Prinsengracht 263, met in het centrum een draaiende versie van het onderduikadres, het beroemde Achterhuis. Als laatste locatie zien we een vlakte met wachttorens, bomen, een doodlopende spoorlijn, sneeuw. Daarover later meer.

Het zijn grote decors, bedacht door Bernhard Hammer, vaste ontwerper van regisseur Theu Boermans. In het monumentale van de vormgeving zit een deel van het antwoord op de vraag van die vriend. Verpakt in een wedervraag. Heeft een toneelvertelling nog wel adem genoeg, binnen deze barokke vormen, die duidelijk zijn gemaakt om indruk te maken op de burger, om hem en haar te verbazen? Te meer daar de toneelspelende mensen in deze overdaad lijken teruggebracht tot elektronisch versterkte lilliputters die ondanks ons schamele zicht op hun verrichtingen toch min of meer naturel moeten spelen, net echt. Terwijl ze daartoe nauwelijks kans lijken te krijgen. Dit is niet zozeer toneel. Het is meer film. Of toneelfilmtoneel. In cinemascopeformaat. Maar zonder close-ups. Alleen totaalshots. Soms lelijk. En zeer verwarrend.

De raamvertelling (met de volwassen Anne en haar uitgever) helpt het drama in elk geval niet vooruit. Het is misschien een vondst. Maar wel typisch de vondst van romanciers. In een dramatische setting heb je te maken met fysieke opbouw van spanning, met ritme, met compactheid van scènes, met karakterontwikkeling, allemaal gespeeld door levende mensen in een concrete setting. Dan is zo’n raamvertelling een lastig ding. Zwaar werk ook. Een soort schaatsen in yoghurt. Het houdt op, vertraagt, het maakt toneel taai en potentieel saai. Durlacher en De Winter zijn ongetwijfeld geharnaste prozaschrijvers. Maar hoe je scènes construeert en figuren van het papier naar een podium kan laten dansen, dat is een vak apart. Dat het om een verhaal gaat waarvan we de afloop al kennen, doet hier overigens niet terzake. De toeschouwers van Griekse tragedies kenden alle verhalen ook al lang. Het was niet de afloop waarvoor ze kwamen maar het verloop. En in het verloop van het verhaal van Anne Frank zit ruim voldoende dramatische springstof. (wordt vervolgd)


Anne is te zien in Theater Amsterdam in het Westelijk Havengebied, dinsdag t/m zaterdag 20 uur, zaterdag en zondag ook 14 uur.