Robbert Dijkgraaf

Is er leven in Europa?

De buitenlandse politiek van de huidige Amerikaanse regering kent geen grenzen. President Bush «Lightyear» heeft zijn zinnen nu gezet op de planeet Mars. Deze ruimteplannen hebben wel een gepaste «keizerlijke» tint. Mars is vanwege haar rode kleur vernoemd naar de Romeinse oorlogsgod en wordt begeleid door twee kleine, aardappelvormige manen die luisteren naar de namen Phobos en Deimos — Vrees en Paniek.

De kosten zullen gigantisch zijn en de wetenschappelijke verdiensten zijn verre van duidelijk, maar projecten in de ruimte hebben zo hun eigen logica. Zo gaat het internationale ruimtestation, dat nu baantjes om de aarde draait, waarschijnlijk meer dan honderd miljard dollar kosten. Afhankelijk van je prioriteiten kun je daar ook tien van de nieuwste en grootste deeltjesversnellers voor kopen of tweehonderd keer de zeer succesvolle Hubble-ruimtetelescoop voor laten vernieuwen. Of, anders gezegd, de bezetting van die paar kubieke meters ruimte is even duur als een jaar bezetting van Irak. En de belangrijkste functie van dat ruimtestation lijkt als afmeerplaats te dienen voor de verouderde ruimteveren om zo de grote toeleverende ruimte-industrie draaiende te houden.

Toch leef ik mee met de avonturen van de robotjes die nu Mars bezoeken. Het is fascinerend om zo vanuit de aarde mee te mogen kijken. Vooral de close-ups van een paar vierkante centimeters Marsbodem deden me wat. Dat zachte rullige zand, een soort potaarde. Alsof je er zo je hand in kon stoppen om er in een warm voorjaarszonnetje een begonia in te planten. In de oudheid dacht men dat alles op aarde gemaakt was uit de vier elementen aarde, water, lucht en vuur, maar dat de planeten en sterren uit een buitenaardse stof bestonden — het vijfde element, de kwintessens. Deze beelden uit Mars tonen prachtig aan hoe verkeerd die gedachte is, hoe «aards» het heelal kan zijn.

Maar het ziet er wel kaal uit op Mars. Ze is een koude, rode rotswoestijn met wilde stofstormen waar letterlijk niet veel te beleven lijkt. Mars is dan ook niet de beste kandidaat voor buitenaards leven in het zonnestelsel. Het is er veel te koud, met veel te weinig atmosfeer en nog minder water.

Nee, laat de Amerikanen hun ambities overstijgen en direct doorvliegen naar Europa. Daar is veel meer kans op leven, hoewel niet gegarandeerd van het intelligente soort. Europa biedt namelijk ongekende mogelijkheden: er is een goede atmosfeer met genoeg zuurstof. Ze biedt ook ruim plaats, is meer dan drieduizend kilometer groot. En anders dan op Mars is er veel en aangenaam warm water te vinden. Ze moet echter wel voorzichtig betreden worden, want Europa is een volledig in zichzelf gekeerde wereld.

Ik heb het dus niet over ons oude vertrouwde werelddeel. Europa is naast een continent op de planeet aarde namelijk ook één van de meer dan zestig manen die als een soort minizonnestelsel om de reuzenplaneet Jupiter draaien. Galileo ontdekte vier van die manen toen hij als eerste mens een telescoop naar de hemel richtte. (Hij zag toen ook direct met eigen ogen wat Copernicus had beweerd: niet alles in de ruimte draait om de aarde.) Europa is de op twee na grootste maan van Jupiter. Zoals de indrukwekkende foto’s van satellieten laten zien, is zij bedekt met een wel twintig kilometer dikke ijslaag die is besmeurd met roestbruine vegen, krassen en barsten.

Dat pokdalige uiterlijk wijst erop dat er iets broeit onder het ijs. Hoogstwaarschijnlijk is dat een oceaan. Door de getijdenwerking van de kolossale zwaartekracht van Jupiter wordt Europa namelijk heftig gemasseerd, als een antistress-massageballetje in de handen van een overwerkte manager. Daardoor wordt de kern van de maan opgewarmd. Zoals in een pannetje op het vuur een diepgevroren pak soep ontdooit, smelt het ijs aan de onderkant af. Er moet dan ook veel vloeibaar water op Europa zijn, ongeveer net zo veel als in alle oceanen op aarde bij elkaar. Die warme ijszee wordt gevoed door onderaardse vulkanen en heeft veel weg van de oersoep die vier miljard jaar geleden op aarde te vinden was. Het lijkt een ideale broedplaats voor eencelligen, vooral vlak bij de hete uitlaatpijpen van de vulkanen die zich op de oceaanbodem moeten bevinden. In ons zonnestelsel is Europa dan ook de aangewezen plaats om naar leven te gaan zoeken.

Er zijn al een paar oefeningen op aarde aan de gang voor een uiteindelijke expeditie naar deze maan van Jupiter. Zo probeert men op Antarctica het Vostokmeer te bereiken, een soort binnenzee die bijna vier kilometer diep onder het zuidpoolijs verborgen zit. Ook zijn er alvast robotjes gestuurd naar de vulkanen op de bodem van de oceaan bij Hawaii.

Uiteindelijk moet er een raket met een boorstation naar Europa. Die landt op het ijzige oppervlak van de maan. Uit de raket rijdt een wagentje. Dat robotje slaat een gat in het ijs, boort een tunnel van twintig kilometer diepte en maakt contact met een volledig afgesloten wereld. Komt er alleen opgewarmd smeltwater naar boven? Leven er eencelligen? Of maken we contact met intelligente waterwezens die al die tijd rond hebben gezwommen in hun warme bad, niets vermoedend van een compleet universum buiten de ijsmuren van hun afgesloten wereld?