Is er leven na emily?

GER BEUKENKAMP en Dick van den Heuvel vormen een onwaarschijnlijk duo. De 41-jarige Van den Heuvel, afgestudeerd aan de filmacademie, put zijn inspiratie uit een strijdbare en diepgewortelde christelijke levensovertuiging. Van den Heuvel: ‘Jep, ik ben nu zo'n christenhond waar Theodor Holman het over heeft. In het toneelwereldje vindt men dat maar raar, maar mijn geloof zorgt ervoor dat ik midden in de maatschappij sta, me afvraag waarom geld en eigendom zo verdeeld zijn als ze zijn. Vragen die je in mijn werk, zeker nu weer met de zaak-Ries, altijd weer tegenkomt. Zo'n man als dominee Visser van de Pauluskerk, daar voel ik me verbonden mee.’

Ger Beukenkamp, 51 jaar, langs autodidactische weg uitgegroeid tot een van de meestgevraagde scenaristen van het land, is juist een goddeloze heiden. Hij werd geboren in een communistisch nest in de Jordaan. ‘Mijn vader ging op zondag voor de deur staan om papen uit te kafferen. Langslopende katholieke kerkbezoekers kregen de volle laag, dat was een soort sport voor hem. “Laat je maar weer besodemieteren door die zwartjurken”, riep hij dan. Ik heb naar ik vrees toch een beetje een tik van diezelfde molen gekregen. In ieder geval ben ik van mening dat het een goede zaak zou zijn als er in de huidige strijd tegen de invloed van de islam ook gelijk een offensief komt om het christendom definitief onder de groene zoden te krijgen.’
Ondanks deze schijnbaar onoverbrugbare ideologische kloof vormen Beukenkamp en Van den Heuvel het meest productieve koppel van het hedendaagse nationale toneel. Ze zijn de Lennon en McCartney van een vorm van toneel die in Nederland maar zeer dun is gezaaid: vaak op historische feiten berustend, gericht op de tere plekjes van de nationale collectieve herinnering. Het toneel van Toetssteen is politiek zonder propagandistisch te zijn en wordt in het algemeen gedragen door een aangename loszinnigheid. Er is in de beste traditie van het volkstheater altijd plaats voor een lach en een traan. De kwaliteit van de teksten is zonder uitzondering hoog, terwijl het spel der acteurs, gedreven amateurs als ze zijn, niet onderdoet voor dat van hun professionele collega’s.
BEUKENKAMP EN Van den Heuvel begonnen als acteur in het gezelschap, maar stegen al snel in de hiërarchie. Beiden zijn enige jaren artistiek leider van het gezelschap geweest. Al dan niet gezamenlijk stonden ze aan de wieg van de best bekeken stukken van Toetssteen. In 1982 gaven Beukenkamp en Van den Heuvel een gezamenlijk visitiekaartje af met de voorstelling Onze jongens, een bitter-vrolijke revue, gesitueerd ten tijde van de Derde Wereldoorlog.
Een andere klapper was het stuk Greet Hofmans, een affaire, handelend over de hofzieneres van koningin Juliana, opgevoerd in 1988. Script en spel bleken zo levensecht dat de voorstellingen in De Engelenbak gaandeweg een sekte-achtig karakter kregen: tal van bewonderaars van de in 1968 overleden Amsterdamse mystica meenden dat Greets 'astrale fluïdum’ over de toneelvloer hing als de voorstelling gaande was. Juliana’s privésecretaris uit de era-Hofmans, baron Heeckeren van Molencaten, toonde zich diep getroffen door de voorstelling en gaf enkele tekstuele adviezen waardoor de voorstelling nog realistischer werd.
Een andere tour de force was De terugkeer van Potasch en Perlemoer, een stuk uit 1992, handelend over de ervaringen van Nederlandse joden die uit de nazi-kampen terugkeerden naar huis. Op verzoek van de KRO werkt Beukenkamp momenteel aan een tv-versie van deze revue-achtige voorstelling, die bij een uitvoering door Toetssteen voor het Auschwitzcomité overigens voor sterk afkeurende geluiden zorgde. Van den Heuvel: 'We hadden daar niets te zoeken. Stonden we daar als goj-gezelschap een stuk te spelen over zaken die de mensen in die zaal allemaal aan den lijve hadden ondervonden. Vooral het musicalkarakter viel helemaal verkeerd, net als de humor.’
Beukenkamp: 'Er zijn mensen die hebben gezworen dat dat stuk nooit op de tv te zien zal zijn. Dan heb ik het over invloedrijke mensen. Maar ik hou vol. De KRO wil er sowieso mee doorgaan.’
In 1996, ten slotte, was er Emily of het geheim van Huis ten Bosch. Het was de ultieme kraker van het vorige toneelseizoen. En verleden week ging De zaak-L.A. Ries in première, een ambitieus stuk van de hand van Van den Heuvel, handelend over politieke machinaties en internationale complotten die in het spel waren bij het zedenschandaal dat in 1936 de kop kostte van de Haagse topambtenaar L.A. Ries, thesauriër-generaal van H.M. koningin Wilhelmina (zie inzet).
VANWEGE DRUKKE werkzaamheden voor film en televisie is de band met Toetssteen inmiddels wat losser geworden, maar Beukenkamp en Van den Heuvel blijven hun favoriete afnemer bestoken met ideeën voor nieuw te schrijven scripts. Op het lijstje van voornemens staan stukken over Lou de Palingboer, de IRT-affaire, het schandaal met het psychofarmaceutische middel Halcion, een opera over de politieke broedermoord van Ruud Lubbers op Elco Brinkman, en ga zo maar door.
De rijke ervaring die Beukenkamp en Van den Heuvel opdeden bij Toetssteen, gebruiken ze nu bij hun werk voor film en tv. Van den Heuvel schreef de serie De legende van de bokkenrijders voor de KRO. Voor de Evangelische Omroep leverde hij het script van de dramaserie Tasten in het duister. Tot zeer kort geleden was Van den Heuvel ook betrokken bij het script voor de begin volgend jaar door Veronica uit te zenden serie Combat, een op instigatie van de Koninklijke Landmacht tot stand gekomen productie van John de Mol, ter meerdere eer en glorie van het Nederlandse beroepsleger. De serie wordt de tv-comeback van diva Willeke Alberti, maar moet het inmiddels zonder Van den Heuvels teksten stellen. Van den Heuvel: 'John de Mol en ik zijn tot de conclusie gekomen dat we niet voor elkaar zijn geschapen. We zitten te veel op een ander spoor. Ik wil in mijn werk toch vooral integer blijven, maar dat staat in de ogen van Endemol gelijk aan lage kijkcijfers. Volgens hen is het zo dat er gelijk niemand meer kijkt als de dialoog iets meer dan twee vadem diep gaat. Jammer is het wel, want ik heb die serie helemaal vanaf het begin opgezet. Zelf ben ik ex-dienstweigeraar, maar mijn contacten met de Koninklijke Landmacht, de opdrachtgever, waren uitstekend.’
Ger Beukenkamp is inmiddels een 'household-name’ in Hilversum. Hij ontvangt de ene opdracht na de andere. Voor de Vara is hij bezig aan een stuk over Klaas Bruinsma, alias de Dominee, de enige jaren geleden door een ex-agent doodgeschoten drugsbaas van het Octopus-kartel. Ook voor de sociaal-democratische omroep is een script voor een gedramatiseerd verslag van de TCR-affaire, het grootste vervuilingsschandaal uit de Nederlandse geschiedenis.
AFGELOPEN MEI ontving Beukenkamp de Lira-prijs voor zijn scenario voor de tv-film Ik ga naar Tahiti, over het leven van schilder Nicolaas Werkman. De bijbehorende eervolle oorkonde werd uitgereikt door staatssecretaris Nuis van Cultuur. Die was er echter niet helemaal bij met zijn hoofd. Stelselmatig sprak de bewindsman in zijn feestrede de laureaat abusievelijk aan als 'Beuzenkamp’. Een ambtenaar die het niet langer kon aanzien liep naar de bewindsman toe en fluisterde hem in het oor dat men hier te maken had met Ger Beukenkamp - 'U weet wel, een van de schrijvers van Emily’.
Nuis reageerde als door een wesp gestoken. De affaire-Emily was en is het grootste fiasco in de bestuurlijke carrière van de D66-cultuurpaus. Nuis’ desperate pogingen om het stuk in de embryonale fase de kop om te draaien - via het dichtdraaien van de subsidiekraan - resulteerden in een lawine aan free publicity. Nuis had zijn liberale imago te grabbel gegooid teneinde Toetssteen zesduizend gulden overheidssteun te onthouden in het meefinancieren van de kosten van het scenario. Maar dat verlies werd ruimschoots gecompenseerd door uitverkochte zalen in het gehele land. De voorstelling over het kommervolle liefdesleven van kroonprins Willem-Alexander en zijn Limburgse burgerliefje werd een hit bij pers en publiek. Hoogtepunt was de vertoning van Emily of het geheim van Huis ten Bosch op de Vara-televisie, in april dit jaar. Toen Nuis eenmaal wist wie hij in de figuur van Beukenkamp tegenover zich had, nam zijn speech een geheel andere wending. 'Dat had ik eerder moeten weten’, sprak de straatssecretaris, waarop hij de oorkonde demonstratief in duizend snippers verscheurde.
BEUKENKAMP ZAG het allemaal geamuseerd aan. Nuis’ uitval was het zoveelse bedrijf in de klucht die zich rond het tot nu toe succesvolste toneelstuk uit de 28-jarige geschiedenis van toneelgroep Toetssteen heeft gevormd. Beukenkamp: 'Met onze voorstelling over Greet Hofmans, de hofzieneres van Juliana, baarden we in 1988 ook al heel wat opzien. Toen zat de zaal van ons huistheater De Engelenbak tijdens de première als het ware afgeladen met mensen van de BVD en de Rijksvoorlichtingsdienst. Aardig detail was dat de rol van Bernhard in dat stuk werd gespeeld door een hoge adviseur van Beatrix. Die man, Harry van Zon van het ministerie van Landbouw, is daarna gelijk uit Toetssteen gestapt. We zagen hem nooit meer, totdat Emily in de try-out ging. Ik denk dat hij toen even poolshoogte kwam nemen op last van de vorstin.
Emily sloeg alles. Daar gebeurde van alles mee. Als we hadden gewild, hadden we dat stuk eindeloos kunnen opvoeren, zo groot was de vraag. En dat terwijl er hier en daar nog boycotacties zijn gevoerd. Toen we vier voorstellingen in Leiden deden, vaardigde studentencorps Minerva een oekaze uit waarin alle Leidenaren werden opgeroepen om de voorstelling links te laten liggen. Volgens het dispuut was Emily kwetsend voor mede-corpslid Willem-Alexander. Veel richtte die actie niet uit. De zaal zat evengoed vol. Zelfs burgemeester Goedkoop van Leiden kwam langs.’
De - voorlopige - slotacte van de Emily-affaire was het rumoer rondom de censuur die de Vara-leiding zou hebben toegepast in de uitzending. Beukenkamp: 'Ook daar is nogal wat om te doen geweest. Ik moet zeggen dat ik dat allemaal met stijgende verbazing heb aangezien. Er is inderdaad een zinsnede weggehaald, op last van Vara-directeur Vera Keur. Welke zin dat was? Nou vooruit, het ging om een opmerking die we prins Friso in de mond hadden gelegd. Die had, zoals bekend, eerder omgang met Emily dan Willem-Alexander. In onze voorstelling zegt Friso op een gegeven moment tegen zijn broer dat hij alle gevoelige plekjes van Emily even goed kent als hij. Een tamelijk onschuldig zinnetje eigenlijk. Maar Vera zat er kennelijk nogal mee. Het moest en zou eruit, omdat het vrouwonvriendelijk zou zijn. Helemaal begrijpen deed ik het niet. Nog steeds niet eigenlijk. Zeker gezien de scène waarin Bernhard naar de tieten van Emily grijpt. Die scène is toch een stuk vrouwonvriendelijker, zou je zo denken. Maar die mocht dus wel blijven staan, overigens zonder dat dat nu tot massale volkswoede leidde. De Vara had erop gerekend dat de telefooncentrale roodgloeiend zou staan. Na de uitzending was er zo'n Korrelatie-achtige toestand, waarbij kijkers hun hart konden luchten door een speciaal nummer te draaien. Daar waren twaalf extra telefoonlijnen voor aangelegd, en er stond een hele divisie telefonistes klaar. Het netto resultaat bestond uit drie telefoontjes, waarvan er eentje kokend van verontwaardiging, eentje opgetogen en positief, en eentje van een meneer die vroeg wanneer de herhaling was, zodat hij het op zijn video kon opnemen.’
HISTORISCH BEWUSTZIJN, zeker wat betreft binnenlandse aangelegenheden, is mager gezaaid op de nationale toneelvloer. Met stukken als Soekarno van Jan Blokker en Srebrenica! van Ton Vorstenbosch heeft Toneelgroep Amsterdam zich weliswaar in het vaarwater van Toetssteen begeven, maar het aanbod op het toneel blijft schraal. Beukenkamp: 'Het gros van het toneel in Holland blijft toch allemaal relationeel, arty gedoe. Dat wat wij doen, vindt men daar niet artistiek verantwoord genoeg. Zelf denk ik er met geen haar op mijn hoofd over om ooit nog eens een stuk aan te bieden aan een ander gezelschap dan Toetssteen. Vroeger probeerde ik dat wel, maar dat heb ik opgegeven. Ze moeten me echt met een gouden koets van huis komen ophalen wil ik ooit iets doen voor Toneelgroep Amsterdam. Eigenlijk had een stuk als De zaak-L.A. Ries natuurlijk opgevoerd moeten worden in de Stadsschouwburg, maar dat komt er toch niet van. Het Hollandse toneel wordt geteisterd door de dramaturgenziekte. Wat voor leuke dingen je als schrijver ook verzint, er staat altijd wel weer zo'n asgrauwe dramaturg klaar die er zonodig ook iets van moet vinden, en dan weet je zeker dat het nooit meer wat wordt. Ik heb een tijdje bij het Zuidelijk Toneel Globe gezeten, dus breek me de bek niet open.’
Van den Heuvel: 'Ik hou van die intieme sfeer van Toetssteen, van de bescherming die geboden wordt door zo'n ensemble dat blind op je koerst, vertrouwen in je heeft. Met het professionele cynisme dat je elders zo vaak treft, kom ik geen stap verder. Dan wordt al het enthousiasme over een idee in de kiem gesmoord.’
Beukenkamp: 'Er zit natuurlijk ook iets geuzenachtigs in om te werken met amateurs. Het geeft je veel meer vrijheid, je bent niet afhankelijk van al te veel subsidies en beleidsorganen. Er bestaat in Nederland nu eenmaal een lijstje met onderwerpen waar een taboe op rust. Wat je ook doet, je krijgt nooit geld om een film- of toneelvoorstelling te maken over - ik noem maar een dwarsstraat - de Molukse treinkapingen. Dat is eenvoudigweg onmogelijk. Maar als wij dat met Toetssteen in ons hoofd halen, dan kan dat. Wie houdt ons tegen? Ik weet van regisseur Hans Hylkema dat hij samen met Ton Vorstenbosch jaren in de weer is geweest om een film over Greet Hofmans te maken. Dat lukte dus niet. Er kwam zwaar protest, de subsidiekraan bleef potdicht. Ons lukte het dus wel, danzij Toetssteen. Willem-Jan Otten probeerde geld te krijgen voor een voorstelling over prins Hendrik. Ook niet, dus. Zo is er een heel rijtje met taboe-onderwerpen. Met Toetssteen kunnen we tot ver in het volgende millennium vooruit. Hoewel, het moet ook niet overdreven worden. Pas kreeg ik een boek van iemand met alle schandalen in Nederland in de periode 1900-1940. Toen ik naar dat boek zat te staren, had ik er plotseling helemaal geen trek meer in.’