Hoofdcommentaar

Is er nog een middel tegen honger?

TEST: HOEVEEL HEEFT U in de afgelopen week meegekregen over een schandaal rond de ballonvaart van een Amerikaanse kleuter? Hoeveel over de zeilreis van een Australisch meisje? En hoeveel over het feit dat het aantal mensen dat honger lijdt voor het eerst in de geschiedenis boven de miljard is gekomen? Het is een Kinderen-voor-Kinderen-cliché om de minieme belangstelling voor honger en andere ellende in de wereld tegenover onze mediahypes over trivialiteiten en wissewasjes te stellen. Toch blijft het onverteerbaar welke urgentie dit soort berichten in de media krijgen – weggezet in tien-seconden-items en verzamelberichtjes – en in welke totaalstilte ze worden ontvangen.
Afgelopen week kwamen twee rapporten uit over honger in de wereld. De Organisatie voor Voedsel en Landbouw van de Verenigde Naties (FAO) publiceerde haar jaarlijkse schatting van het hongerprobleem. Dit jaar komt die op 1,02 miljard, wat betekent dat één op de zeven mensen honger lijdt. Dat is een dramatische achteruitgang, omdat het hongerprobleem jarenlang verbeterde. Het aantal hongerlijders bleef lang hangen tussen de achthonderd en negenhonderd miljoen mensen, terwijl de totale wereldbevolking steeds groeide. In de jaren negentig was er zelfs een dalende trend.
Maar vorig jaar was er opeens een sterke stijging, tot 915 miljoen. Afgelopen jaar kwamen daar zo’n honderdduizend mensen bij. Even verontrustend als de toename van honger is de oorzaak ervan. ‘Tot nog toe waren we gewoon aan het idee dat er (wereldwijd) voldoende voedsel was en dat er alleen een probleem van distributie was’, zei de Belg Olivier De Schutter, de VN-rapporteur voor voedsel, eerder dit jaar. ‘We zitten nu in de onuitgegeven situatie dat beide problemen even acuut zijn.’
De vraag waarom de voedselproductie niet meegroeit met wereldbevolking is onderwerp van bittere debatten: liberalisering van voedselmarkten in arme landen is een veelgenoemde oorzaak, maar ook dalende investeringen in landbouw, klimaatverandering en slecht bestuur worden vaak genoemd. Zeker is dat de economische crisis sinds 2008 de situatie veel slechter heeft gemaakt: voedsel werd veel duurder, waardoor honderden miljoenen armen over de hele wereld acuut in de problemen kwamen, er wordt flink gesnoeid in ontwikkelingshulp en arbeidsmigranten maken minder geld over naar hun families in arme regio’s.
Het is duidelijk waar de Britse ngo Action Aid staat in het debat: haar rapport over honger is een lange aanklacht tegen de ‘overrompeling van neoliberale hervormingen’ die ertoe heeft geleid dat honger wijdverbreid is onder de boeren van de wereld, terwijl zij hun producten desnoods als veevoer of biobrandstof proberen te krijgen naar landen die worstelen met obesitas. Action Aid heeft een ranglijst opgesteld van landen die het meest en het minst bijdragen aan de strijd tegen honger. De ontwikkelingslanden die de lijst aanvoeren – waaronder China, Brazilië en Vietnam – zijn alle linksdraaiend en Action Aid laat dat bepaald niet onbelicht. ‘Onze top-vijf-landen hebben alle de conventionele wijsheid van het vrijemarkt-tijdperk verworpen en een centrale plaats voor de staat behouden in landbouw’, aldus het rapport.
Dit is niet alleen niet waar – zo ligt het succes van China en Vietnam in de strijd tegen honger in hun land in de eerste plaats aan de introductie van de markteconomie – maar staatscontrole is al lang geprobeerd en doorgaans mislukt. Veel dichter bij de waarheid zou het zijn om te concluderen dat na het falen van liberalisering het repertoire aan economische wondermiddelen tegen armoede en honger zo’n beetje is uitgeput. We kunnen alleen maar vaststellen dat de honger in de wereld weer toeneemt en dat de voedselsituatie er bleekjes bij staat. Wie nu nog simpele oplossingen verkoopt, verkoopt helaas onzin.