Commentaar

Is er nog steun voor de missie?

‘IK SPREEK nogmaals de hoop uit dat de Nederlandse bevolking als één blok achter onze militairen en hun thuisfront blijft staan. Deze steun is essentieel en van groot belang bij het uitvoeren van ons werk’, zei Commandant der Strijdkrachten generaal Peter van Uhm nadat hij vorige week maandagavond bekend had gemaakt dat voor de 21ste keer een Nederlandse militair in Afghanistan was gesneuveld. Nog maar een dag eerder had hij de dood moeten aankondigen van de twintigste militair.
Een week later kreeg Van Uhm zijn antwoord. De militaire vakbond AFMP maakte bekend dat zij een eventuele verlenging van de missie in Uruzgan onbespreekbaar vindt als de huidige ‘ondemocratische’ Afghaanse regering aanblijft. ‘Ze zetten de vrouw terug in de Middeleeuwen en gooien kritische journalisten achter tralies. Hoe lang moet je zo’n regering blijven ondersteunen?’ vroeg AFMP-voorzitter Wim van den Burg zich af.
Staatssecretaris van Defensie Jack de Vries reageerde gepikeerd. Hij vond het ‘onbegrijpelijk’ en ‘ongepast’ dat de AFMP de militaire aanwezigheid publiekelijk ter discussie stelt. ‘De Nederlandse militairen hebben tijdens de zware missie in Uruzgan alle steun uit Nederland nodig, juist van de militaire vakbonden’, zei hij.
De uitlatingen van de AFMP-voorzitter zijn een teken aan de wand: de steun voor de missie kalft gevaarlijk af. Dat is begrijpelijk. In de grondwet staat dat de krijgsmacht wordt ingezet ter bevordering van de internationale rechtsorde. Toen Nederland de eerste Isaf-troepen stuurde, vlak na het verdrijven van het Taliban-regime, was dat zonder meer te verdedigen. In 2004 werd dat lastiger, toen de internationale gemeenschap de fraude bij de eerste presidentsverkiezingen wegpoetste. In 2005 organiseerden de Verenigde Naties middels een ondeugdelijk systeem parlementsverkiezingen met als gevolg dat het parlement nu wordt bevolkt door krijgsheren met oorlogsmisdaden op hun kerfstok. Nu duidelijk is dat Karzai wil gaan samenwerken met corrupte krijgsheren en dat er grootscheeps is gefraudeerd tijdens de verkiezingen van vorige maand, menen velen dat er geen rechtsorde bestáát in Afghanistan.
Al bij het begin van de Uruzgan-missie in 2006 werd die slechts door een minderheid van de bevolking expliciet gesteund, zo bleek uit cijfers van Defensie zelf. In de loop van de tijd steeg het percentage tegenstanders van de missie. Niet omdat er doden vielen, maar omdat het maar bergafwaarts bleef gaan met de oorlog. Steeds echter bleef de steun voor de militairen groot. Ook de AFMP-voorzitter sprak die onverbloemd uit. De steun die generaal Van Uhm voor zijn militairen vroeg, is er dus al. De gepikeerde reactie van Jack de Vries toont dat hij die steun, al dan niet moedwillig, verwart met draagvlak voor zijn Uruzgan-politiek. In het parlement kreeg de verlenging van de missie een krappe meerderheid (82 zetels).
Von Clausewitz, de Pruisische militair-filosoof, schreef over de drie-eenheid van krijgsmacht, politiek en bevolking. Die moeten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn om een oorlog te winnen. De bevolking heeft de missie nooit breed gesteund en in de Kamer is de marge klein. Blijft over de krijgsmacht. Ook daar groeit de scepsis. Directe gevolgen zal dat niet hebben. Militairen zijn gewend hun mening te scheiden van het onvoorwaardelijk uitvoeren van de missie.
Maar een verlenging van de militaire missie na augustus 2010, waar Amerikaanse generaals onlangs voor kwamen lobbyen, is gezien de afkalvende steun in de samenleving onverantwoord. Dat mag Nederland zijn militairen niet aandoen.