WANTROUWEN TEGEN DE DEMOCRATIE

Is er tegengif?

Het kabinet zonder bewijs beschuldigen van leugens is meer dan een volgende stap in de taalverruwing op het Binnenhof. Het zaaien van wantrouwen werkt als een gif dat het draagvlak voor de democratie wegvreet.

‘Elke goede staatsvorm vertoont zoveel overeenkomsten met zijn slechte pendant, dat hij daar gemakkelijk in overgaat.’ Niccolò Machiavelli, in Discorsi (1513-1517)

Omdat de juristen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat het juridisch jargon zelf ook niet meer begrijpen, lag de spitsstrook van de A1 er jarenlang verlaten bij. Automobilisten die er in de file lijdzaam langs sukkelden, konden er slechts begerig hun oog op laten vallen. Wisten we zo’n fout maar te relativeren met een rake, maar daarom voor de betrokken juristen niet minder pijnlijke mop.

Dat lukt echter niet meer in het huidige klimaat van wantrouwen jegens alles wat met ‘Den Haag’ te maken heeft. De fout van Verkeer en Waterstaat voedt dat wantrouwen juist weer. Zeker in de week dat de fractievoorzitter van de Partij voor de Vrijheid (pvv), Geert Wilders, tijdens het Kamerdebat over zijn film Fitna het kabinet ervan betichtte ‘een vod van een verklaring’ over hem naar buiten te hebben gebracht, een vod ‘dat leugens bevat’. Het blijkt een beschuldiging die een niet te verwaarlozen deel van de Nederlandse bevolking als de waarheid ziet. Ook al heeft Wilders daar geen bewijs voor.

Wie wel eens naar een debat in het Britse Lagerhuis kijkt, weet dat fors debatteren, met behulp van harde woorden, daar heel normaal is. Het is er ook al veel langer de gewoonte dan in het Nederlandse parlement, waar de voorzitter tot nog niet zo heel lang geleden een Kamerlid af kon hameren voor onparlementair taalgebruik.

In het Britse Lagerhuis mag het er weliswaar vaak hard aan toe gaan, de leden mogen elkaar niet voor leugenaar uitmaken. De Noord-Ierse Ian Paisley is er in de jaren negentig ooit voor geschorst. En onlangs nog werd prime minister Gordon Brown op zijn vingers getikt door de voorzitter van het Lagerhuis, toen hij de leider van de Conservatieve Partij, David Cameron, ervan beschuldigde de bevolking te ‘misleiden’.

Het is niet zonder reden dat het woord leugenaar of aanverwante beschuldigingen in het Britse parlement verboden zijn. In een parlementaire democratie is het de grofste beschuldiging die mogelijk is. Het gaat niet om zo maar een volgende stap in wat de één taalverruwing zal noemen en de ander zal betitelen als ‘het beestje bij de naam noemen’. Met woorden als ‘leugenaar’ of ‘een vod dat leugens bevat’ wordt gezaagd aan de poten van de democratie, omdat deze gebaseerd is op vertrouwen. Geen blind vertrouwen in een kabinet, maar het vertrouwen dat met alle ingebouwde checks and balances in een parlementaire democratie de instituties van de staat elkaar controleren, zodat de macht niet eenzijdig wordt uitgeoefend.

‘Iedereen heeft zijn eigen waarheid.’ Opvatting waar Kamerleden na het debat mee worstelden

cda-minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie keek zaterdag in een interview in Trouw terug op het Fitna-debat en de beschuldigingen aan met name zijn adres. ‘Ach, de heer Wilders zegt wel vaker vreselijke dingen’, zei de minister. Daar nog aan toevoegend: ‘Ik heb inmiddels voldoende ervaring om erop te kunnen vertrouwen dat op de lange duur de feiten zullen spreken.’

Bij zijn eigen fractie maakt men zich echter meer zorgen. cda-kamerlid Jan Schinkelshoek schreef direct ’s nachts na het debat op zijn weblog: ‘Zou voor te veel mensen Wilders toch niet “winnaar” zijn? Zou hij niet als de eenzame strijder voor weet-ik-wat gezien worden? (…) Die mensen zullen zich door een Kamerdebat als dat van gisteravond alleen maar in hun opvattingen gesterkt voelen. Geïsoleerd, maar nog meer vastbesloten en gelijkhebberig zetten ze hun strijd voort. Dat zal ons, ondanks alle mooie woorden, alle goede bedoelingen, blijven achtervolgen.’ Schinkelshoek besluit zijn weblog die nacht met de woorden: ‘Nee, de opluchting wil maar niet komen. Het voelt nog steeds als een gijzeling.’ Na een paar nachten slapen voelt dat voor Schinkelshoek nog steeds zo.

Ook GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema ziet de situatie ernstig in en sprak na het debat van een gif. Het gif van wantrouwen tegen de parlementaire democratie als zodanig. Kenmerk van een gif is dat het zich kan verspreiden, hetgeen het in dit geval – gezien de opiniepeilingen – ook doet.

Twee dagen na het Fitna-debat startte voormalig partijgenoot van Wilders Rita Verdonk haar campagne. Ook deze ex-vvd’er voedt het wantrouwen tegen ‘Den Haag’. Door onlangs in de rechtszaal te verschijnen en daar voor de camera’s vrijspraak te eisen voor de vrouw die na een tasjesroof de dader doodreed, liet ze als parlementariër zien lak te hebben aan de onafhankelijke rechtspraak. Ook dit was een actie van wantrouwen tegen de instituties van de staat. Als de parlementariër Verdonk vindt dat een slachtoffer van misdrijven te weinig mogelijkheden heeft zichzelf te verdedigen, moet zij daarvoor in de Kamer zijn. Daar kan zij proberen de wet op dit punt veranderd te krijgen.

De vraag is waar of wanneer dit wantrouwen stopt? Stel dat een Nederlandse politicus na een onwelgevallige stembusuitslag zonder enig bewijs roept: ‘Schande, een vod van een verklaring, leugens’, wat dan? Heeft de kiescommissie dan genoeg autoriteit? Is het afschaffen van de stemcomputer voldoende geweest?

Dat in de loop van een aantal decennia menig instituut of beroep zijn autoriteit heeft verloren, is geen nieuws. Interessanter is de vraag te stellen of een samenleving zonder autoriteiten kan. Welke autoriteit in de Nederlandse samenleving wordt nog wel geaccepteerd, als we niet, zoals Machiavelli in zijn tijd vreesde, in de slechte pendant van democratie, anarchie, willen belanden?

Verdonk liet vorige week bij de start van haar campagne weten vooral te vertrouwen ‘op u’, oftewel de kiezer die haar via internet zijn ideeën kenbaar kan maken. Uitgerekend deze week hield de in Amerika wonende Brit Andrew Keen in Amsterdam de Globaliseringslezing. De internetondernemer en journalist Keen verzet zich tegen de verheerlijking van de amateur, zoals op internet gebeurt, en tegen de idee dat de wijsheid van het volk komt. ‘We moeten ons hoeden voor de libertaire, anarchistische afwijzing van elke vorm van autoriteit’, zei Keen voorafgaand aan de lezing in een interview in de Volkskrant. Hij vroeg zich af wat er overblijft ‘als we de expert, de buitenlandse correspondent, de arts, de advocaat, de politicus van boord zetten’.

Keen pleit in tegenstelling tot Verdonk juist voor vertrouwen in de autoriteit van de expert, omdat anders de blinden de blinden gaan leiden. Nog voordat Keen dinsdagavond zijn lezing had uitgesproken, kreeg hij al gelijk: Verdonk had toen alleen nog maar reacties gekregen op haar website waarmee vooralsnog geen file zal worden opgelost.

Trotsopnederland.com blijkt vooral te worden bezocht door mensen die zich verschuilen achter namen als Verdonkeromaan en Neukfout, die opmerkingen plaatsen zoals: ‘Ik wil je zwanger maken.’

‘Want Tegengif in een afgezwakte dosis werkt niet.’ Uit de campagne van het Nederlands Danstheater

Als het wantrouwen tegen de democratie werkt als een gif, wat zou dan het tegengif kunnen zijn? Menige politieke partij in het parlement worstelt met deze vraag. Na het debat van vorige week was de uitkomst dat er op dat moment niets kon worden gedaan. Met het instellen van een nader onderzoek zou het parlement zijn meegegaan met het door Wilders gezaaide wantrouwen. Het zou, gezien de documenten die door het kabinet op tafel werden gelegd, zijn geweest alsof het parlement navorsing doet in een zaak waarin iemand wordt verdacht van valsheid in geschrifte.

Het wantrouwen zit bovendien veel dieper dan Wilders in zijn recente beschuldigingen uitdrukt. Dat is juist het probleem waar de politieke partijen al jaren mee worstelen. Wilders maakt er ‘hoogstens’ gebruik van, waarmee hij de zaak vervolgens wel weer verslechtert.

De SP is aan de slag gegaan met het laten zien dat de parlementariër Wilders niet opkomt voor de gewone man, ook al blijkt juist die gevoelig te zijn voor zijn opmerkingen over de islam. Op de eigen website legt de SP onder het kopje ‘Wat Wilders wil’ uit hoe de voormalige vvd’er in de ogen van de socialisten denkt en opereert.

Maar of deze aanpak de Wilders-aanhang overtuigt, zal mogelijk pas op de lange duur blijken. Want onderdeel van het probleem is dat een gemakkelijke slogan of een vlot geuite beschuldiging beter tot de kiezer doordringt dan een doorwrocht verhaal, ook al doet die slogan of die beschuldiging de werkelijkheid geweld aan. Daar maakt de SP, en zij niet alleen, zelf ook gebruik van. Een gemakkelijk in het gehoor liggende slogan appelleert bovendien aan de behoefte van menige onzekere kiezer aan geruststelling en doet het ook nog eens goed in de media.

Zo bezien zitten we, politiek, pers en kiezer, samen gevangen. Daar uitbreken blijkt ingewikkeld. De oplossing klinkt ook tegenstrijdig. Toch zal juist in een tijd waarin weinig meer heilig is, ook de staat niet, de staat heiliger moeten zijn dan ooit, zodat de kiezer de staat ook daadwerkelijk kan vertrouwen. Er is in een democratie geen andere autoriteit dan het volk dat de staat zijn legitimatie kan geven. ‘Heiligheid’ is het enige tegengif.

Die heiligheid bestaat dan wel uit aards ploeteren, met de poten in de modder, om ervoor te zorgen dat je als politicus niet losgezongen raakt van de dagelijkse werkelijkheid. Dat laatste bewijst de politicus overigens niet door hijgend in te zoomen op de waan van de dag. Daarmee vergroot hij slechts de idee dat de overheid voor alles verantwoordelijk is, hetgeen leidt tot weer meer wantrouwen als er in de huidige complexe samenleving iets fout gaat. De staat moet wel ‘heilig’ zijn, hij is niet almachtig.

Dat vraagt om politici die opereren op basis van kennis van zaken en argumenten, en niet uit angst voor slechte peilingen. Om experts dus, die ervan doordrongen zijn hoe broos de democratie is als deelnemers de grondregels van het politieke spel aan hun laars lappen. Zo zal dit kabinet zich moeten afvragen of het breken van de belofte dat het gesprek met Wilders vertrouwelijk was een zo belangrijk doel diende dat het geoorloofd was of juist heeft bijgedragen aan het verder afkalven van het vertrouwen in ‘Den Haag’.

Want ja, politiek bedrijven in een parlementaire democratie is een spel. Een spel waarmee geen spelletje mag worden gespeeld, door geen van de deelnemers, want er is geen alternatief.