Het WK van de hoop

Is het ‘t waard?

Vorige week liep de Britse campagne om het wereldkampioenschap voetbal 2018 te organiseren zware averij op, toen de directeur van de Britse voetbalbond FA een voormalige minnares vertelde dat Spanje en Rusland - die dat toernooi ook willen organiseren - het op een akkoordje willen gooien. Als Rusland bij het komende WK Spanje meehelpt om scheidsrechters om te kopen, zo had de Britse voetbalbaas vernomen in het circuit, dan zal Spanje als wederdienst zijn pogingen staken om het WK 2018 te organiseren en Rusland steunen.
De roodgelokte ex, bijna dertig jaar jonger dan de FA-directeur, bleek echter te zijn ingehuurd door boulevardkrant Mail on Sunday, en droeg een opnameapparaat bij zich. Exit FA-baas en waarschijnlijk exit Groot-Brittannië 2018. Want dergelijke vuile was hoort altijd binnenskamers te blijven. Of anders gezegd: de wereldvoetbalbond Fifa kan niet tolereren dat het merk World CupTM zulke imagoschade lijdt.
Iedereen weet dat voetbal een miljoenenspel geworden is en dat commerciële overwegingen steeds meer aspecten van het voetbal bepalen. Tegelijk lijkt het elke keer grote verbazing te wekken als dit ook consequenties blijkt te hebben: als Europese wedstrijden zijn ‘gefixt’ door Aziatische gokkartels, als Russische tycoons geld witwassen via de Premier League of als ’s werelds rijkste club door een sprinkhaaninvesteerder met schulden wordt overladen. Voetbal lijkt wel te mooi om achter de façade te willen kijken.
Bij een WK is die verleiding nog groter, zeker bij de komende editie: het wordt het moment 'waarop Afrika zijn rug rechtte en zich afkeerde van eeuwen van armoede en oorlog’, volgens de toenmalige Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki in de aanloop naar het toernooi. Het WK zou volgens hem 'sociale en economische mogelijkheden creëren in heel Afrika’. In de hierna volgende reportages blijkt hoe anders de werkelijkheid is. De Fifa is als een monsterconglomeraat neergestreken in Zuid-Afrika en heeft arme wijken en de informele economie nadrukkelijk buitenspel gezet. Tegelijkertijd is het budget zozeer uit de hand gelopen dat de Fifa vorige week honderd miljoen naar het Zuid-Afrikaanse organisatiecomité moest overmaken. De economische verwachtingen zijn al sterk naar beneden geschroefd voor er maar één bal is getrapt.
Het zuurste is dat Zuid-Afrika dit allemaal had kunnen weten. De economische neveneffecten van grote sportevenementen zijn namelijk al onderwerp van academische studie sinds de Olympische Spelen Montreal in 1976 opzadelden met een astronomische schuld die de stad dertig jaar kostte om af te betalen. Een serie aan studies bewees sindsdien dat gastlanden en organisatiecomités de positieve bijeffecten van sportevenementen vrijwel altijd chronisch overdrijven en de negatieve vrijwel altijd onderschatten.
Grote sportevenementen gaan altijd over budget en vaak wild: zo gingen de kosten voor de Spelen in Peking 25 maal over de kop. Ze genereren ook minder inkomsten: toeristische bestedingen gaan grotendeels naar de sportorganisatie zelf en de versterking van het 'profiel’ van een stad of land is vaak verwaarloosbaar of niet aan te tonen. En ten slotte staan na een groot sportevenement de nieuwe stadions en andere faciliteiten na afloop doorgaans leeg, terwijl ze duur zijn om te onderhouden.
Dit alles belast steden en landen soms zozeer - zoals Griekenland - dat het imf dit voorjaar de bevindingen bundelde in een advies getiteld Is it worth it?, met de raad aan bestuurders om nog eens 'lang, hard en nuchter’ na te denken over hun kandidatuur voor een groot sportevenement. Het WK voetbal wordt expliciet op de korrel genomen: 'Studies naar de impact van het WK wijzen uit dat het geen of nauwelijks inkomen of werkgelegenheid brengt naar het gastland’, concludeert het imf droog.
Van de recente WK’s sloten alleen Verenigde Staten 1994 en Duitsland 2006 af met winst en met een positieve economische erfenis. Die WK’s hadden twee zaken gemeen: ze vonden plaats in commercieel ingestelde, rijke landen met genoeg tegenwicht tegen de Fifa, en ze maakten het WK geen nationalistische uitbarsting die alle voorgaande WK’s moest overtreffen met nieuwe stadions. Hoop dus voor een eventueel Nederland 2018, als we ons niet generen voor het Abe Lenstra-stadion.
Het is al duidelijk dat het WK in Zuid-Afrika zich niet bij VS 1994 en Duitsland 2006 gaat voegen: de stadions zijn nieuw, duur en ver weg van de eigen voetbalfans, de toeristische neveneffecten vallen enorm tegen. 'Het systeem dat we hanteerden was niet perfect voor Zuid-Afrika en voor Afrika’, zei Jerome Valcke, secretaris-generaal van de Fifa, eerder deze maand in een aanval van eerlijkheid.
De vooruitzichten voor Brazilië 2014 zijn al niet veel beter. De Fifa is hooglijk geïrriteerd door hoe ver de Brazilianen al achterliggen op schema. Uit angst voor een verlies heeft de Fifa ook in Brazilië alle mogelijkheden dichtgetimmerd om geld te verdienen aan het WK, én daarnaast een belastingvrijstelling van vijfhonderd miljoen dollar bedongen. Behalve de belastingdienst maakt niemand zich daar druk om in Brasília. Waarom ook? Een overheidsstudie voorspelde vorige maand dat het WK 105 miljard dollar aan de economie gaat toevoegen, omgerekend een economische groei van zes procent door het WK alleen. Er worden 710.000 banen gecreëerd waarvan 330.000 permanent, aldus het rapport, en 8,5 miljard dollar extra belastingopbrengst. Dat is 33 maal zo hoog als de Fifa-vrijstelling, zei het ministerie van Sport er meteen bij. Het scenario voor het volgende WK van torenhoge verwachtingen en een pijnlijke ontmoeting met de realiteit is al geschreven.