Parijs: De ontsporing van de jihad

‘Is het terrorisme om jouw broeders te gaan helpen?’

Jonge radicale moslims in Nederland en België zagen de jihad aanvankelijk als een nobele en religieuze daad van medemenselijkheid. De Syrische broeders en zusters moesten geholpen worden. Onder invloed van IS radicaliseerden ze tot strijders die het geweld ook naar het Westen willen brengen. door Hassan Bahara

Medium hh 43125488

Twee maanden is het jihadproces Context nu al weer aan de gang. Het wordt het grootste proces in zijn soort van de afgelopen jaren genoemd. Het Openbaar Ministerie stak er duizend uren aan onderzoek in. Dat leverde tenlasteleggingen op tegen tien verdachten. Ronselen, opruien tot terroristische misdrijven en het deel uitmaken van een criminele organisatie met terroristisch oogmerk zijn de belangrijkste aanklachten. De afgelopen weken konden de verdachten zich in een beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp uitgebreid verdedigen.

Vooral de manier waarop het OM de aanklacht opruiing probeert rond te krijgen is interessant. Daarvoor verzamelde het een bulk van uitlatingen van de verdachten op internet en sociale media. Azzedine C., Rudolph H. en Oussama C. waren zeer actief op internet en plaatsten onder meer lezingen over de jihad op YouTube, bestierden sites waar jihadistische lectuur werd verspreid en gaven op Twitter en Facebook berichten door van Islamitische Staat.

Azzedine, die als hoofdverdachte geldt, en Rudolph verdedigen hun uitlatingen op internet als een gepeperde bijdrage aan het publieke debat over de islam en het tumult in het Midden-Oosten. Opruiing was nooit hun uitgangspunt. Om deze stelling kracht bij te zetten presenteerde het tweetal zich tijdens het proces als vredelievende verdedigers van de vrijheid van meningsuiting die nadrukkelijk afstand nemen van terroristisch geweld, of dat nu in het Midden-Oosten wordt gepleegd of hier in het Westen. Soms deed die presentatie de wenkbrauwen fronsen, zoals toen Rudolph beweerde dat hij over de jihad geen mening had omdat hij in zijn studie naar de islam daar nog niet aan toe was gekomen. Opmerkelijk voor iemand die een site als De Ware Religie beheerde, waar berichtgeving over de jihad een overheersend thema was.

Op 10 december zal de uitspraak volgen. Daar zal de rechtbank nog een zware kluif aan hebben, want hoe dit allemaal te wegen? Waar houdt de vrijheid van meningsuiting precies op en begint de strafbare opruiing? ‘Het is diep triest dat we in een rechtszaal zitten’, vatte Azzedine het op een van de zittingsdagen samen. ‘Wij horen thuis in een debatcentrum.’

Over één ding valt in ieder geval wel iets met zekerheid te zeggen. Dat betreft de ontspoorde betrokkenheid van de verdachten bij de burgeroorlog in Syrië. In de loop van 2012 en 2013, toen het conflict in Syrië een steeds grotere tol onder de burgerbevolking begon te eisen, klonk onder moslims in Europa vaker en vaker de roep om in actie te komen voor de soennitische medemoslims, zeker omdat de grote militaire machten weinig deden om Assads moordcampagne een halt toe te roepen. Azzedine, Rudolph en een andere verdachte in het jihadproces, Moussa L., namen bijvoorbeeld in die tijd een YouTube-filmpje op (Oproep aan de broeders en zusters op te staan voor Syrië) waarin ze hun medemoslims aanspoorden in actie te komen tegen de slachting onder de soennitische Syriërs. ‘Waar zijn de echte mannen?’ vraagt Moussa L. in het filmpje aan de kijker.

Azzedine, Rudolph, Moussa en enkele andere verdachten vormden destijds een los-vast verband van jonge orthodoxe moslims met een activistische inslag. Ze nodigden mensen uit tot de islam en organiseerden demonstraties voor vervolgde geloofsbroeders en -zusters. De jihad was ook een gespreksonderwerp onder deze jongens. Ze zagen die vooral als een middel om belegerde moslims te verdedigen. ‘Wij hebben een defensieapparaat’, zei Azzedine daarover in 2012 in een tv-programma van de Evangelische Omroep. ‘Als dat zijn werk doet binnen de islamitische grenzen staan wij daar onvoorwaardelijk achter.’

De opvattingen over jihad als verdedigingsmiddel en de oproepen om de Syrische broeders en zusters niet in de kou te laten staan, tekenden het gros van hun uitlatingen. ‘In het afgelopen driekwart jaar zijn honderd moslims vertrokken om ten strijde te trekken tegen het regime van Bashar al-Assad’, schreef Azzedine in mei 2013 op De Ware Religie. ‘De een in vluchtelingenkampen, de ander met het opzetten van infrastructuur en weer een ander om wapens op te pakken. Ik denk dat iedereen die helder nadenkt alleen maar lof kan uiten voor deze jongens.’

De yezidi’s werden ‘in een oneindige slachtofferrol’ gestoken om ‘aanvallen op IS te verantwoorden’

Bij het romantiseren en goedpraten van de jihadgang als altruïstische zelfopoffering was echter buiten de groeiende invloed van Islamitische Staat gerekend. Eind 2013 en in de loop van 2014 drong Islamitische Staat meer gematigde rebellengroeperingen naar de achtergrond en ging de beweging sterk het karakter van het conflict bepalen. Islamitische Staat had niet veel op met het idee van de jihad als verdedigingsmiddel, evenmin met het welzijn van Syriërs. Het stichten van een kalifaat waar de genadeloze wet van de sharia heerst en dat kalifaat zo bruut mogelijk verder uitbreiden – dat zag Islamitische Staat als haar belangrijkste taak in dit conflict. Op strijders die zich al op het slagveld begaven en op achterblijvers als Azzedine maakte de onverbiddelijkheid van IS enorme indruk. Toen IS in de zomer van 2014 het kalifaat uitriep, nam Azzedine een filmpje op waarin hij de islamitische gemeenschap met deze gebeurtenis feliciteerde. Ook was hij op sociale media enthousiast over het gelikte en ook bloedige propagandamateriaal dat IS de wereld in stuurde. Een film vol standrechtelijke executies als Salilul Sawarim 5 werd door Azzedine als volgt aangeprezen op Twitter: ‘Als de pers in NL de laatste video van IS(IS) ziet gaat het niet meer over #MH17. Deze overtreft Salilul Sawarim 4.’

Op de site De Ware Religie van Rudolph verschenen teksten waarin de gruweldaden van Islamitische Staat werden genuanceerd, zoals het artikel ‘Wie zijn nu die yezidi’s?’, over de religieuze minderheidsgroep die door Islamitische Staat meedogenloos werd vervolgd. Volgens de schrijver van het artikel werden yezidi’s ‘in een oneindige slachtofferrol’ gestoken om ‘aanvallen op Islamitische Staat te verantwoorden’. In dezelfde zomer van 2014 organiseerden Azzedine en anderen ook demonstraties waar antisemitische leuzen werden geroepen en Islamitische Staat werd geprezen.

Deze ontsporingen kwamen tijdens het proces helder voor het voetlicht. Tweet na tweet, en Facebook-bericht na Facebook-bericht zie je Azzedine en andere verdachten steeds verder weg drijven van hun initiële motieven om de jihad in Syrië aan te prijzen, namelijk als een nobele en religieuze daad van medemenselijkheid. Door de opkomst van Islamitische Staat veranderden ze langzaam maar zeker in IS-propagandisten en verdedigers van sektarisch geweld om het sektarisch geweld.

Een soortgelijke ontwikkeling vond ook plaats in België, waar een figuur als de Antwerpse Fouad Belkacem belangrijk was in de propaganda van de jihad. Deze leider van het inmiddels ontbonden radicaal-islamitische Sharia4Belgium zit sinds juni 2012 gevangen en werd afgelopen juni tot een straf van twaalf jaar veroordeeld voor het leiden van een terroristische organisatie. Met zijn Sharia4Belgium heeft Belkacem in Vlaanderen een belangrijke basis gelegd voor de propaganda van de jihad als noodzakelijk humanisme. ‘Is het terrorisme om jouw broeders te gaan helpen wanneer ze alle hoop in de mensheid hebben verloren?’, schreef Belkacem in 2013 over het Syrisch conflict in een brief vanuit de gevangenis aan zijn volgers. Rond tachtig leden van Sharia4Belgium – die in Antwerpen onder invloed stonden van Belkacem – vertrokken in de afgelopen jaren naar Syrië of Irak.

Belkacems propaganda voor de jihad heeft zwaardere consequenties gehad dan Azzedine’s propaganda. Volgens een telling van de Belgische arabist Pieter van Ostaeyen, die de jihadistische groeperingen in Syrië en Irak nauwgezet volgt, hebben 516 Belgische moslims op enig moment deelgenomen aan de jihad in Syrië of Irak. Geen enkel ander westers land heeft relatief gezien zo’n grote afvaardiging van jihadgangers. 79 van die 516 jihadisten zijn direct verbonden geweest aan Sharia4Belgium. Het merendeel van deze Sharia4Belgium-leden vecht inmiddels in de rangen van Islamitische Staat. Van de Belgische IS-strijders gaat ook een grotere dreiging uit dan van Nederlandse IS-strijders. Ze uiten vaak dreigementen richting België. Afgelopen augustus dreigde de Antwerpse IS-strijder en ex-Sharia4Belgium-lid Abdellah Nouamane (20) nog dat ‘alles in België de lucht in gaat’.

Dezelfde problematiek speelde zich ook af in de wijk Molenbeek in Brussel, een salafistische hub. Daar konden predikers als de Syrische Bassam Ayachi en zijn zoon Abdel Rahman Ayachi jarenlang propaganda maken voor de jihad als een humanistische weldaad voor moslims. Mede onder hun invloed groeide Brussel uit tot hofleverancier van Belgische jihadisten (101). Het merendeel daarvan heeft zich ook bij Islamitische Staat aangesloten. En nog meer dan hun Antwerpse mede-jihadisten zijn deze Brusselse jongens onder invloed van Islamitische Staat verder geradicaliseerd tot strijders die de jihad ook naar het Westen willen brengen. Drie van de acht terroristen die afgelopen vrijdag een slachting aanrichtten in Parijs hebben hun wortels in Brussel. Ook de vermoedelijke organisator van de aanslag, Abdelhamid Abaaoud, is een Brusselaar.

Wat precies het aandeel was van Azzedine en de anderen in de jihadgang van moslimjongeren naar Syrië valt moeilijk te bepalen. Het OM heeft geen bewijs dat Azzedine iemand gericht heeft geronseld. Maar dat hij met zijn provocatieve optreden het oor had van moslimjongeren die een trip naar Syrië overwogen, gaf Azzedine op een van de zittingsdagen ook toe: ‘Ik werd via Facebook wel eens benaderd door jongeren die wilden afreizen. Alsof ik een airline had.’

Een direct causaal verband valt niet te leggen tussen de jihadpropaganda van types als Azzedine, Fouad Belkacem en Bassam Ayachi en de daden van IS-strijders die in Syrië, Irak en Europa huishouden. Daarvoor ontbreekt een smoking gun. Zeker is in ieder geval wel dat Azzedine, Belkacem en Ayachi met hun optredens en boodschappen een hand hebben gehad in de totstandkoming van een context waarin de jihad als nastrevenswaardig kon worden beschouwd. Die context gaf een slinger aan de jihadgang. Honderden jongeren gingen zo vaak vanuit idealistische motieven naar Syrië om daar onder invloed van IS te veranderen in nihilistische jihadstrijders die met geweld de islam over de wereld willen verspreiden en bereid zijn om als levende bommen naar het Westen af te reizen.


Beeld: Antwerpen, 2014. Leden van Sharia4Belgium verschijnen voor de rechter. In de auto Fouad Belkacem (Gianni Barbieux /Photo News / HH)