Seks in jongerenbladen

Is zeven centimeter te weinig?

In de jongerenbladen is seks onderwerp nummer 1. Maar tussen beeld en kennis gaapt een groot gat.

Ze weten niet hoe ze zich moeten gedragen. De tienerbladen zijn dus een enorme groeimarkt. Elk jaar verschijnen er nieuwe titels voor exact dezelfde doelgroep. Want ze zijn jong, ze hebben geld te besteden en een enorme honger naar informatie over «de echte wereld». Volgens de glimmende tijdschriften wordt die wereld bevolkt door soapsterren en popidolen. De vele advertenties tussen de redactionele pagina’s, vol vrolijke beeldschone jonge mensen, stralen dezelfde glamoursfeer uit. Het is een wereld waar «sex-appeal» belangrijker is dan een diploma. Het is geen wonder dat de lezers, die alleen al door hun leeftijd zoeken naar identiteit en zelfbewustzijn, zich afvragen hoe ze zich moeten gedragen. Tijdschriften als BreakOut!, Girlz!, Hitkrant en Fancy geven daarop het antwoord.

BreakOut! en de Hitkrant richten zich zowel op jongens als op meisjes en hebben het vooral over «sterren». Seks is een prominent onder werp, maar wordt vooral niet geproblematiseerd. Beide bladen kunnen rekenen op een enorme oplagegroei: BreakOut! is in de afgelopen vijf jaar gestegen van een oplage van 83.387 in 1998 naar 92.988 in 2003. De Hitkrant ging van 70.643 in 1998 naar 104.051 in 2003.

Fancy is het blad «voor meiden die alles willen weten». Dat wil zeggen: alles over vriendjes, kleren en make-up. Dit tijdschrift zag zijn oplage dalen van 145.893 naar 132.449 door de komst van concurrerende nieuwkomers, zoals het in 2002 gelanceerde Girlz!, dat in twee jaar tijd van 38.969 naar 61.294 exemplaren ging, en ElleGirl en CosmoGirl, met een oplage van respectievelijk 75.339 en 88.000.

Zijn deze cijfers al enorm, het bereik van de bladen is nog veel groter omdat ze worden doorgegeven. Uit cijfers blijkt dat Fancy wordt gelezen door 44 procent van de meisjes tussen de veertien en de zeventien. Als dit doelgroepsegment zoveel jongeren bereikt, dan zegt dat iets over de aansluiting die het heeft bij de leefwereld van pubers. In Fancy staat elke week het dossier Vrijen en jij. Daarin beantwoordt de Fancy-psychologe vragen over ongeïnteres seer de vriendjes en of je sperma wel of niet moet doorslikken. In BreakOut! staat behalve de vaste naaktfoto (onder de achttien moet je wel toestemming aan je ouders vragen) ook een rubriek met vragen over liefde, seks en relaties. Een medewerkster van de Rutgers Nisso Groep (voorheen Rutgersstichting) geeft antwoord. Ook hier veel praktische en technische vragen: hoe moet ik aftrekken, wanneer word ik ongesteld als ik net aan de pil ben? Ook in Girlz! meer van hetzelfde: «Kun je zwanger worden als je sperma doorslikt?»

In de derde klas havo op het ivko in Amsterdam wordt duidelijk dat jongeren inderdaad veel met seks bezig zijn. In deze klas hebben de meeste meisjes «het» gedaan. Vijftienjarigen zijn vaak al met iemand naar bed geweest, dat weet iedereen zeker. De gemiddelde leeftijd waarop in hun omgeving met seks wordt begonnen is veertien. De hele klas is het eens met de stelling dat je wordt doodgegooid met seks. Maar alle informatie is welkom. Bijna niemand zegt erdoor beïnvloed te worden. Twee stille jongens bekennen aan het eind van het gesprek dat ze wel het idee krijgen dat je «het» hoort te doen omdat iedereen het doet. Maar, zeggen ze aarzelend, zij hebben «het» nog nooit gedaan.

Als we de media moeten geloven, zijn jongeren nu op veel vroegere leeftijd en veel meer met seks bezig dan vorige generaties. Zijn alle jongeren inderdaad rond hun veertiende seksueel actief? Het antwoord op die vraag varieert per onderzoek. Het laatste grote onderzoek naar seksueel gedrag van jongeren, Jeugd en seks, dateert uit 1995. Ruim tienduizend scholieren tussen de twaalf en de achttien, uit alle schooltypen, werden geënquêteerd over hun seksuele gedrag. Dezelfde vragen waren vijf jaar eerder ook gesteld. In 1990 had de helft van de ondervraagde jongeren geslachtsgemeenschap gehad voordat ze 17,5 waren. Die leeftijd was in 1995 met ruim twee maanden gedaald.

Volgens de Durex-enquête van 2001, gebaseerd op de antwoorden van duizend personen tussen de 16 en 55 jaar, is de gemiddelde leeftijd in Nederland voor «de eerste keer» sindsdien nog met één maand gedaald: tot 17,2. En de recentste statistiek (een onderzoek uit 2003 naar de effecten van het vmbo-lespakket Lang leve de liefde onder veertien- en vijftienjarige leerlingen) laat zien dat ruim twintig procent van de vijftienhonderd ondervraagden ervaring heeft met geslachtsgemeenschap. De leeftijd waarop ze voor het eerst seks hebben is gemiddeld 13,4.

Maar het is niet goed mogelijk uit al deze rapporten en evaluaties een helder beeld van de huidige situatie te schetsen. Niet alleen omdat vraagstelling en doel van de onderzoeken verschillen, maar ook omdat ze onder verschillende leeftijdsgroepen en opleidingsniveaus zijn gehouden. Soa Aids Nederland en Rutgers Nisso Groep werken momenteel aan een nieuw grootschalig onderzoek: Seks onder je 25ste. Want «er is een stijging van seksueel overdraagbare aandoeningen bij mensen onder de 25 jaar», volgens Suzanne Meijer van Soa Aids Nederland.

Die ontwikkeling was ook de aanleiding voor een verkennend rapport dat tno in 2002 liet opstellen. Dat is een compilatie van eerdere onderzoeken. Niet alleen de toename van geslachtsziekten, maar ook het groeiende aantal zwangerschappen onder tienermeisjes wijst erop dat er steeds jonger, en vooral onveiliger, wordt gevreeën. Sinds 1995 stijgt het aantal jonge meisjes dat zwanger wordt. Zowel abortussen als voldragen zwangerschappen onder de achttien nemen toe. Volgens tno signaleren hulpverleners dat dit te maken heeft met een groot gebrek aan kennis over anticonceptie. Geslachtsziekten komen het meest voor bij mannen en vrouwen onder de 24 jaar. Een aanzienlijk deel van die groep bestaat uit vrouwen jonger dan twintig. Dat zij meer seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) oplopen, wordt verklaard door het feit dat meisjes meer seksuele contacten hebben, vaak met oudere jongens, dan jongens van dezelfde leeftijd.

Maar omdat harde onderzoeksgegevens ontbreken, kunnen er alleen voorzichtige conclusies worden getrokken over het seksuele gedrag van jongeren. Het lijkt erop dat jongeren op het vmbo de laatste jaren eerder met seks beginnen. Die toename zou zich vooral voordoen onder jongens tussen elf en dertien jaar.

Seksuoloog Hans-Peter Gramberg werkt als abortushulpverlener bij MR70/Rutgershuis, een centrum voor seksuele gezondheid in Amsterdam. Hij ziet geen spectaculaire verschuiving in de afgelopen tien jaar. Gramberg heeft het vermoeden dat het niet zozeer de seksualisering van de maatschappij is die ertoe leidt dat jongeren eerder seks hebben, als wel een veranderd groeipatroon: «Meisjes van acht à negen jaar worden al ongesteld. Je ziet tegelijkertijd dat de menopauze bij vrouwen eerder begint. De geslachtsrijpe periode begint en eindigt vroeger.» Ook Gramberg ziet een lichte stijging van het aantal abortussen: «Er komen hier meer veertien- en vijftienjarigen dan tien jaar geleden. Die meisjes zijn al vroeg actief, maar vinden seks niet eens echt prettig. Wat wel opvalt is dat de vriendjes, jongens van vijftien, tegenwoordig vaak meekomen naar de abortuskliniek.»

Volgens Suzanne Meijer van Soa Aids Nederland moet seksuele voorlichting niet alleen praktisch zijn, maar vooral ook sociale vaardigheden op het seksuele vlak bijbrengen: «Je ziet steeds weer dat als het om seks gaat het jongeren aan weerbaarheid ontbreekt.»

Internationaal gezien is de situatie in Nederland overigens nog relatief gunstig. Het aantal tienermoeders in Nederland groeit wel, maar blijft toch ver achter bij bijvoorbeeld Engeland. Verkrijgbaarheid van de pil en gratis abortus zouden daar onder meer de oorzaak van zijn.

Ondanks de enorme hoeveelheid seks in tienerbladen, op televisie en internet blijft voorlichting nodig. Uit het onderzoek naar de effecten van Lang leve de liefde blijkt dat scholieren over het algemeen bar weinig informatie over seks krijgen. Niet de ouders zijn de voornaamste informatiebron, maar de school is dat. Voorlichting wordt alleen in de onderbouw van het middelbaar onderwijs gegeven. In de bovenbouw en het voortgezet onderwijs ontbreken dergelijke programma’s. Dat is vreemd, omdat juist deze groep de grootste risico’s loopt. Telefonische hulplijnen, zoals de kindertelefoon, krijgen dan ook veel vragen die wijzen op een gebrek aan kennis over de wer king van het lichaam en anticonceptie. Op de websites van de jongerenbladen en op sites als de Netdokter blijkt dat eveneens. Daar maken jongeren zich druk om hun lichaam («Mijn schaamlippen zijn te groot», of: «Is zeven centimeter te weinig?») en stellen veel technische en medische vragen.

Maar uiteindelijk willen ze maar één ding weten: ben ik wel normaal?