Eigen cultuur eerst De islam, religie of ideologie

Islam als splijtzwam

Een definitiestrijd over de islam - religie of ideologie - ontneemt het zicht op een dieper probleem: de politieke worsteling met de positie van moslims in de westerse wereld. De islam zal straks nog meer dan nu al de splijtzwam van de samenleving zijn.

NEDERLAND is na jarenlang debatteren over de multiculturele samenleving aangekomen op het punt dat een (mogelijke) rechtse minderheidsregering nog voordat zij op het bordes van de koningin plaatsneemt al van mening verschilt over een cruciaal thema: de aard en het karakter van de islam. In een gezamenlijke verklaring hierover zeiden de partijen elkaars verschil van inzicht - een religie (cda, vvd) of een politieke ideologie (pvv) - ‘te accepteren en hier ook op grond van hun eigen opvattingen naar te handelen’. Dit is voorlopig een theoretische oplossing, vooral om de onderhandelingen tot een succesvol einde te maken. Want iedereen kan op zijn klompen aanvoelen dat dit in de praktijk niet gaat werken.
De definitiekwestie is een heilloze weg, zeggen wetenschappers desgevraagd, want natuurlijk is het niet het één of het ander. Volgens hen vindt deze benaderingswijze in geen enkel Europees land op politiek niveau plaats. Wel binnen de moslimwereld, zoals in Pakistan, waar islamisten trachten hun politieke agenda door te drukken. Antropoloog Thijl Sunier, hoogleraar islam in Europa aan de Vrije Universiteit (VU), stoort zich dan ook enorm aan deze schijnkeuze. 'Ja, de islam kan binnen bepaalde stromingen binnen de islam een politieke ideologie zijn. In landen als Iran en Saoedi-Arabië is dat het geval, of bij bewegingen zoals Hamas en Hezbollah. Maar simpel gesteld is de islam niks anders dan een aantal geschriften en commentaren daarop en voor gelovigen is dat het woord van God. De praktijk daarvan is de tweede vraag: voor welk doel en met welke middelen wordt het geloof politiek ingezet?
Daar staat tegenover dat sommigen, zowel moslims als niet-moslims, nadrukkelijk gaan beweren dat de islam een vredelievend geloof is. Nee, natuurlijk zijn het niet allemaal lieverdjes. Theologen verschillen onderling al net zo van inzicht. De koran is zo ondoorzichtig en veellagig dat je die makkelijk op allerlei manieren kunt interpreteren. En hoewel in de mainstream islam het ook een dogma is dat alle verzen en teksten gelijkwaardig zijn, worden er vanuit verschillende overtuigingen bepaalde teksten naar voren geschoven. Er is anders dan de katholieke kerk geen formeel gezagsbouwwerk en dat betekent dat mensen er lokaal van alles uit kunnen pakken. Moslims hoor je vaak zeggen dat het een totale levenswijze is, die betrekking heeft op alle aspecten van het bestaan. Maar dat is niet uniek voor de islam.’
Daarover verschillen juist de meningen, want anders dan het christelijk geloof zou die levenshouding ook betrekking hebben op de rechtspraak - de sharia boven de seculiere wet stellen - of impliciet de westerse emancipatoire verworvenheden en de scheiding van kerk en staat afwijzen. Is de islam dan als geloof anders dan andere monotheïstische religies? Binnen de wereld van islamologen en arabisten is hierover al langer een strijd gaande, die in de afgelopen jaren op de golven van het gepolariseerde politieke debat is meegedeind. Arabist Hans Jansen stelt bijvoorbeeld dat de islam onvergelijkbaar is: een totalitaire religie waarin geen plaats is voor individuele interpretaties en hervormingen. Hij stelde enkele jaren geleden tijdens een debat in Utrecht: 'Koran en bijbel spreken beide niet positief over de vijanden van God. Toch is er een verschil. Het verschil zit ’m daarin dat sommige groepen militante moslims de koran als een jachtakte beschouwen, als een soort license to kill, terwijl de bijbel die functie in de wereld van het christendom verloren heeft.’
Hoogleraar Arabische taal en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam Ruud Peters, bekend om zijn genuanceerde visie op de islam en daardoor door islamcritici als naïef beschouwd, zegt: 'In het algemeen heeft iedere godsdienst een beeld van de werkelijkheid en een ideaalbeeld waar je naar streeft. De middelen verschillen, van bidden tot een gewapende strijd. Ook het jodendom heeft uitgebreide religieuze wetten, alleen zijn joden in de afgelopen tweeduizend jaar gedwongen geweest om hun geloof verspreid over de wereld te belijden waardoor ze zich hebben aangepast. Eenzelfde pragmatisme vindt plaats onder moslims die buiten hun moederland leven, de migranten in de westerse wereld. Ik zie een parallel met de diaspora van de joden. Over het islamitisch recht staat in de boeken: “Als moslims zich buiten het gebied van de islam bevinden, dan zijn zij gebonden aan de lokale wetgeving.” De zichtbare uitingen, zoals halal vlees in de supermarkt of het dragen van een hoofddoek, worden vaak negatief verbonden met de sharia, terwijl de meeste moslims in Europa en Amerika de sharia volledig afwijzen. Sinds de jaren tachtig zijn moslims zichtbaar geworden en het politieke ongemak daarover culmineert nu in een woordspel. Het is net als een procrustesbed, naar de Griekse mythe over Procrustes die reizigers op zijn bed legde en als ze te lang waren hun voeten afhakte. De discussie is een poging om de islam in een bepaalde mal te duwen en als het er politiek niet in past, dan dient het geloof anders gedefinieerd te worden. Ik voorspel dat hierover op het Binnenhof straks voortdurend gedonder gaat komen.’

FRED LEEMHUIS, emeritus universitair hoofddocent Arabische talen en islam aan de Universiteit van Groningen, constateert: 'Het is simpel, in absolute zin is de islam een godsdienst maar het wordt nu vernauwd tot een ideologie. Als je dat onderschrijft, is het risico dat er straks een zelfde versmalling op bijvoorbeeld het katholieke geloof toegepast kan worden. Denk bijvoorbeeld aan het beieren van kerkklokken op zondag waar mensen zich aan ergeren. Dit is onder meer ook het punt bij het cda.’
Leemhuis ziet dat moslims in de westerse wereld een proces van aanpassing doormaken, in tegenstelling tot de bewering van Wilders en vergelijkbare politici in Amerika en Europa dat er sprake is van een islamisering van de westerse samenleving en het aantasten van de Leitkultur. Volgens Leemhuis is dat beeld deels te danken aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (cbs), dat migranten uit islamitische landen automatisch aanmerkt als 'moslim’, waardoor de teller is komen te staan op circa een miljoen moslims op een bevolking van zeventien miljoen Nederlanders. Onderzoek door de Groningse faculteit der godgeleerdheid en godsdienstwetenschap naar de geloofsbelijdenis onder moslims kwam op een veel lager getal uit. Leemhuis: 'We hebben alle 420 moskeeën in Nederland gevraagd om een aantal weken lang het aantal bezoekers op vrijdag te tellen. Daar kwam ongeveer het getal van honderdduizend uit, en dat moet je grofweg verdubbelen, vanwege de vrouwen en kinderen die niet naar de moskee gaan. Daarnaast zijn er veel jongeren die hun geloof buiten de moskee beleven, en zich veelal via het internet laten informeren. Wij kwamen op ongeveer 250.000 actief belijdende moslims uit. Dat is nog steeds geen laag getal, maar ondertussen zien we ook dat er binnen de moslimgemeenschap een forse secularisatie plaatsvindt, een proces dat even snel verloopt als de ontkerkelijking van veertig jaar geleden. Tegelijk gooien door het verharde klimaat sinds 9/11 veel moslims de kont tegen de krib: ze gaan hun islamitische identiteit benadrukken - en dat is zichtbaar en voelbaar geworden.’

DAT NEEMT niet weg dat achter het meningsverschil over het karakter van de islam wél een dieper probleem schuilgaat: de politieke worsteling over de positie van moslims in de westerse wereld. Dat is niet opgelost met een woordkeuze en de daaraan verbonden staatsrechtelijke consequenties. Als religie geniet de islam net als andere godsdiensten het grondwettelijke recht van godsdienstvrijheid en daarmee extra voorrechten. Maar wordt de islam beschouwd als een politieke ideologie, dan gelden andere rechten. Het dragen van hoofddoeken in het openbaar, het ritueel slachten, de bouw van moskeeën, godslastering - het zal allemaal niet meer vallen onder artikel 6 van de grondwet, de godsdienstvrijheid.
Voor onderwijs is het in Nederland apart geregeld in artikel 23, waarin een algemene gelijkstelling van bijzondere (op godsdienstige basis, maar ook scholen van andere signatuur, zoals antroposofisch onderwijs) en openbare scholen is vastgelegd. Die wet kwam tot stand na een eeuwenlange sterk ideologisch geladen politieke strijd tussen christelijke en liberale partijen. Ook op dit punt zet de islam het staatsrechtelijke bestel onder druk. Enkele jaren geleden ontstond door de oprichting van islamitische scholen een politieke discussie of deze financiële gelijkstelling wel gehandhaafd moest blijven. Niet alleen bleek het onderwijs op veel islamitische scholen van twijfelachtige kwaliteit te zijn, maar ook zouden ze afbreuk doen aan de integratie van allochtonen in de Nederlandse samenleving.
Op het Binnenhof wordt de islam nu op z'n Hollands in een hokje geplaatst, maar er heerst al langer onvrede over moslims in de samenleving, gekatalyseerd door een aantal aanslagen op westerse bodem. Dat sluimerende onbehagen wordt al jaren uitgevochten rondom allerlei 'kwesties’, zoals het schudden van handen, het dragen van een hoofddoek of artistieke kritiek op de profeet Mohammed. In de hoofddoek komt de worsteling samen. Op een openbare school wordt het opgelost door een beroep op de neutraliteit en op een christelijke school door het invoeren van een verbod op het dragen van 'hoofddeksels’, zoals ook petten. Moeite hebben met 'vreemde gewoonten en kleding’ vermengt zich met allerlei formele argumenten, zoals dat onze emancipatoire verworvenheden en universele mensenrechten worden aangetast.
Wat ook telkens opspeelt is het wederkerigheidsbeginsel. Het suikerfeest mag op scholen worden gevierd, terwijl een Turkse man in Amsterdam weigert zijn kind naar een christelijk feest te laten gaan en daarvoor steun krijgt van een islamitische gemeenteambtenaar. Dit soort gevallen bevordert het gevoel dat moslims eenzijdig deelnemen aan de samenleving en selectief verontwaardigd zijn. De achterliggende gedachte is dat veel landen waar de migranten vandaan komen autoritaire regimes hebben en/of geen scheiding van kerk en staat kennen, waardoor migranten derhalve dat idee geïnternaliseerd zouden hebben en meegenomen naar Europa.
De massale instroom van moslims confronteert ons bovendien met de balans die we in de postmoderne seculiere samenleving dachten te hebben gevonden tussen de positie van het tanende geloof en de staat. De islam plaatst opnieuw godsdienst hoog op de agenda. Zie de worsteling binnen het cda, want het raakt ook de voorrechten van christenen. Maar het speelt net zo goed bij de pvda en de vvd. Alleen kunnen zij zich beter verschuilen achter het formele standpunt dat religie niet thuishoort in de publieke ruimte. Met het plakken van etiketten glijdt de politiek af naar een definitiestrijd, en daarmee zal de islam straks nog meer dan nu al het geval is de splijtzwam van de samenleving zijn.