Islamistan

Valt Centraal-Azië binnen afzienbare tijd ten prooi aan het islamitisch fundamentalisme? Honderden moslimrebellen zijn het zuiden van Kirgizstan binnengevallen. Maar in de hoofdstad Bishkek loopt de islam er vooralsnog blootshoofds en kortgerokt bij. Net zoals in het Kazachse Almaty.

ALMATY/BISHKEK - In Almaty kun je, zo heb ik me laten vertellen, de bergen in lopen en binnen een dag het Kirgizische Issyk Kul-meer bereiken. Nou ja, twee dagen dan, want je moet wel over een pas van zo'n drieduizend meter - alleen superatleten halen het tussen ochtendgloren en avondrood. Ik verkies een ommetje met de auto, via Bishkek, de hoofdstad van Kirgizstan. Want alvorens me aan het vermaarde meer te gaan vermeien in een van de sanatoria waar ooit de Moskouse nomenklatoera haar revolutionaire krachten ververste, wil ik in Bishkek meer te weten komen over het fundamentalistische gevaar in de Centraal-Aziatische regio.
In het zuiden van Kirgizstan heersen immers Dagestaanse toestanden. In die altijd al onrustige regio, waar Uzbekistan, Tadzjikistan en Kirgizstan voortdurend schouderduwen om de beste plekken in de vruchtbare en dichtbevolkte Fergana-vallei, wordt momenteel zwaar gevochten. Een paar honderd islamitische rebellen - de schattingen lopen uiteen van vier- tot achthonderd - zijn vanuit Tadzjikistan de bergen van Kirgizstan binnengevallen en hebben daar dorpsbewoners gegijzeld of op de vlucht gejaagd. Hun menselijke buit, in totaal zo'n dertig stuks, bevat bovendien een Kirgizische generaal en vier Japanse geologen. Genoeg reden tot internationale commotie. Uzbekistan schoot Kirgizstan onmiddellijk te hulp door een paar bommenwerpers naar het bedreigde gebied te sturen, die echter niet de stellingen van de rebellen maar een paar Kirgizische en Tadzjiekse dorpen onder vuur namen. Kazachstan verlaadde een aantal kisten militaire apparatuur en munitie, Rusland zond enkele experts met ervaring in Tsjetsjenië en Dagestan (een magere aanbeveling), en Japan zint nog altijd op een manier om op eigen houtje zijn landgenoten uit hun benarde positie te redden. Maar vooralsnog staan de strijdende partijen in een dodelijke patstelling, die, zo geloven sommigen, moeiteloos de winter en het nieuwe millennium zal halen.
Wie zijn de rebellen? Volgens de binnendruppelende en vaak tegenstrijdige informatie van officiële Kirgizische zijde - journalisten worden in het oorlogsgebied geweerd - gaat het om islamitische rebellen van Uzbeekse afkomst, die in Saudi-Arabië hun fundamentalistische vorming en in Afghanistan hun militaire vorming hebben gekregen. Hun militaire leider genoot in Uzbekistan bovendien ooit faam als succesvol treinrover. Het duurde lang voor de rebellen hun eisen bekendmaakten. Ze bleken de vrijlating te verlangen van hun fundamentalistische broeders in Uzbeekse gevangenissen - want kerk en staat mogen in het totalitaire Uzbekistan dicht tegen elkaar aan schurken, van fundamentalisme moet het regime niets hebben (evenmin als van Jehova’s en andere zware chris tenen, die er ook achter de tralies zitten).
VIERHONDERD kilometer benoorden de woelingen, in het mondaine Bishkek, lijkt ieder fundamentalisme verder weg dan waar ook in Centraal-Azië. Na twee dagen de stad te hebben doorkruist moet ik de eerste moskee en het eerste islamitische hoofddoekje nog tegenkomen. Wel herinnert in het hart van de stad, op een groot mar meren plein, bovenop een gigantische sokkel, de Grote Rode Superfundamentalist aan een recent totalitair verleden: Lenin, in wapperende overjas, de hand uitgestrekt in een leeg geworden retorisch gebaar. Waarom staat hij er nog? Omdat niemand van de relaxte Bishkekkers zich er kennelijk aan stoort. En omdat het een fraai decor vormt voor het popconcert, waarvoor op het plein de voorbereidingen in volle gang zijn.
Om mij over de toestanden in het zuiden te informeren meld ik mij bij de redactie van The Times of Central Asia, een dit jaar voor het eerst verschijnend, Engelstalig weekblad dat oogt als het jongere broertje van The Globe. Brothers in crime, kun je wel zeggen, want hoewel het blad er beter uitziet, beter Engels biedt en beter geïnformeerd lijkt dan The Globe, moet adjunct-hoofdredactrice Ainura Djoroyeva bekennen dat The Times net als The Globe de meeste nieuwsberichten van Internet ‘steelt’. Ze heeft weliswaar één correspondente in het roerige Kirgizische zuiden rondlopen, maar die beschikt daar niet over communicatiemiddelen en keert pas volgende week terug naar Bishkek om haar verhaal in te leveren. Dus behelpt ze zich met wat nieuwsleveranciers als Reuters, AFP, Radio Free Europe en Radio Liberty over de Uzbeekse rebellen op het web zetten. Het weekblad als knipselkrant van Internet.
In het jongste nummer van The Times of Central Asia dat ik ter redactie lees, stuit ik op een artikel over een internationaal forum, georganiseerd door de Unesco en gewijd aan 'Culture and Religion in Central Asia’. Plaats van handeling: Bishkek. Op het moment dat ik het bericht lees, heeft in het museum aan de voet van het Lenin-beeld zojuist de plechtige opening plaatsgevonden en spoeden de door de Unesco genodigde godsdienstvorsers zich richting een conferentieoord even buiten de stad. Ik race er in een taxi achteraan, in de verwachting dat het forum mij wijzer zal kunnen maken over de kansen dat Centraal-Azië binnenkort wordt overspoeld door een golf van fundamentalisme. Heel wat westerse analysen en commentaren hadden mij op dat gevaar gewezen, maar iedere lokale kenner die ik sprak woof de angst daarvoor laconiek weg. In de voormalige Centraal-Aziatische sovjetrepublieken zouden, zo werd mij keer op keer verzekerd, Afghaanse of Dagestaanse toestanden volstrekt zijn uitgesloten.
Aan de voet van de fenomenale bergen die Bishkek omzomen, in het midden van niets, rijst een mega-conferentieoord op van onmiskenbare sovjetorigine: zwaar, log en lelijk. Ik val de zaal binnen op het moment dat een mompelende geleerde uit Turkmenistan commentaar levert bij telkens net de verkeerde, wazige lichtbeelden van petrogliefen uit het Saimaly-Tashgebergte. Het gehoor bestaat uit duister kijkende Russen, slim ogende Aziaten, kleurrijke boeddhisten en goedgemutste westerlingen aan wie je kunt zien dat het dit jaar niet hun eerste snoepreisje is. Gelukkig komt niet iedere spreker met weer een nieuwe opgraving aanzetten, maar het zijn er genoeg om de dagvoorzitter op een gegeven moment geërgerd te laten uitroepen: 'Mag ik de dames en heren eraan herinneren dat het doel van dit congres is de bijdrage te onderzoeken die cultuur en religie kunnen leveren aan vrede en pluralisme, en mag ik als mijn bescheiden mening te kennen geven dat de overeenkomsten en verschillen tussen twee grafzerken, hoe interessant ook, daar niet bijster veel aan bijdragen?’ Het applaus dat hij krijgt stemt toch nog hoopvol voor de rest van de conferentie.
Anara Tabyshaliyeva van het Bishkekse Institute for Regional Studies heeft de doelstellingen van het forum goed begrepen. Weliswaar heeft ook zij het in haar paper over heilige begraafplaatsen, maar vooral om te laten zien hoe mensen daar nu mee omgaan, met name in de zo geplaagde Fergana-vallei. Jarenlang waren mensen daar gewend om vrijelijk over de Uzbeekse, Tadzjiekse en Kirgizische grenzen heen van heilige plek naar heilige plek te pelgrimeren. Sinds de Uzbeekse rebellen eerst in Tadzjikistan en nu ook in Kirgizstan de buurt onveilig maken, hebben de betrokken landen besloten de grenzen te sluiten.
Tabyshaliyeva’s uiteenzetting wordt door de klok afgebroken, dus stap ik in de pauze op haar af. 'Wat in het zuiden van mijn land wordt uitgevochten, is een interne Uzbeekse kwestie’, zeg ze ferm. 'Het is een strijd tussen regeringsgetrouwe en oppositionele islamitische leiders in Uzbekistan. Met Kirgizstan heeft het niets te maken.’ Wat niet wil zeggen dat de islam in Kirgizstan geen problemen kent. 'De islam heeft het wetenschappelijke atheïsme van de sovjettijd moeiteloos overleefd en is sindsdien sterker geworden: meer moskeeën, meer pelgrimages naar Mekka. Tegelijk is ze ook meer verstard geraakt en leerstelliger geworden. Samen met de Russisch-orthodoxe kerk vormt ze een conservatieve coalitie tegen iedere andere vorm van religie. En er zijn vrouwonvriendelijke tendensen in de islam - ik heb bijvoorbeeld moslims horen pleiten voor polygamie omdat daarmee armoede en prostitutie zouden kunnen worden teruggedrongen. Een aantal vrouwen heeft daarom de islam de rug toegekeerd en is op het protestantisme overgegaan.’
Hoe diep zit de islam bij haarzelf? Anara Tabyshaliyeva lacht verlegen. 'Ik ben ermee opgevoed, dus ik denk wel dat ik moslim ben. Maar de islam is voor mij vooral een object van onderzoek. Hoewel, ik was laatst in de Haya Sofia in Istanbul - ik moest, tot mijn eigen verbazing, haast huilen van de schoonheid die ik daar zag.’
We worden onderbroken door het blokfluitspel van een exotische eenling, die daarmee de volgende conferentiesessie aankondigt. Tilekhar Litbayev heet hij, ik zat met hem tijdens de lunch aan tafel. Hij komt uit Bishkek, oogt als George Harrison in diens Indische jaren, roept voortdurend 'Love and peace’, noemt zich messenger en is enig lid van zijn eigen eenmanskerk. 'Zo iemand’, zegt Tabyshaliyeva, 'is bij uitstek het bewijs van het pluralisme en de tolerantie die altijd al zo kenmerkend zijn geweest voor de religie in Centraal-Azië. Laten we hopen dat het zo blijft.’ En ze spoedt zich naar de zaal.
PLURALISME en tolerantie, zo was me eerder al in de Kazachse hoofdstad Almaty gebleken, hebben van de officiële, door de staat erkende en gesteunde islam voorlopig weinig te vrezen. Die wentelt zich tevreden in de nieuwe vrijheid die ze sinds de ondergang van het sovjetrijk toebedeeld heeft gekregen. De geestelijk leider van de moslims in Kazachstan, moefti Ratbekkazhy Nysanbai-Uly, telt zijn zegeningen: 'In de sovjettijd waren er vijfentwintig moskeeën, nu zijn er vijfduizend. Er zijn talloze moslimscholen, en we hebben nu zelfs, voor het eerst in de geschiedenis van Kazachstan, een moslim-universiteit.’
Onaangekondigd hebben we ons, mijn Kazachse begeleidster en ik, bij hem laten aandienen. We hoeven slechts een half uurtje op de gang te wachten. In die tijd horen we hem tegen allerlei bezoekers briesen, razen en tieren - in het Kazachs uiteraard, dat uit zijn mond veel meer Arabische klanken blijkt te hebben dan wanneer het gesproken wordt door de nieuwslezer van de nationale zender. Wanneer we eenmaal bij hem binnentreden, ontschoeid en mijn begeleidster voor het eerst van haar leven gehoofddoekt, blijkt de man ook minzaam te kunnen zijn, en nadat hij zich er na enig morren bij heeft neergelegd dat het gesprek in het Russisch en niet in het Kazachs zal plaatsvinden, ontdooit hij steeds meer en wordt hij op het laatst zelfs guitig. IJdelheid overwint alles. 'Kijk hier’, en hij haalt uit een la een fraai gebonden koran te voorschijn, 'de eerste vertaling in het Kazachs - heb ik gedaan. En u hebt buiten natuurlijk de nieuwe moskee gezien, die twee maanden geleden is voltooid - heb ik ontworpen.’
Bij zo veel nieuwe vrijheid past dankbaarheid tegenover de gulle gever van die vrijheid: de staat. Moefti Ratbekkazhy Nysanbai-Uly praat, wanneer we het onderwerp van de relatie tussen wereldlijke en goddelijke macht aansnijden, keu rig de grondwet na: 'Kerk en staat zijn gescheiden. Voor zover er een relatie tussen beide bestaat, is die puur spiritueel. Een echte moslim mengt zich niet in de politiek. Iedereen moet beseffen dat we in een land leven waar wel veertig religies zijn. De Centrale Directie van de moslims, waar ik het hoofd van ben, onderhoudt uitstekende relaties met de orthodoxen, de katholieken, de joden, noem maar op. De eenentwintigste eeuw moet de eeuw worden waarin religies elkaar leren respecteren. Uiteindelijk hebben we allemaal dezelfde vader en moeder: Adam en Eva.’
Uiteraard is de moefti fel gekant tegen elke vorm van fundamentalisme. 'Wie echt gelooft, kent het kwaad niet, en kan dus ook geen fundamentalist zijn.’ Zijn grote voorbeelden zijn landen als Egypte en Turkije, waar het fundamentalisme van overheidswege wordt bestreden. 'Niet voor niets zenden we onze studenten graag naar die landen uit.’ Voor de islamitische terroristen die het zuiden van Kirgizstan onveilig maken, heeft hij geen goed woord over: 'Wie moordt, overtreedt de islamitische wet. Een moslim die een andere moslim doodt, is geen echte moslim.’
MAAR IS de gemiddelde Kazach en de gemiddelde Kirgiez eigenlijk wel een echte moslim? Ik vertel de moefti dat ik niet de indruk heb dat de islam door de gewone mensen erg heftig wordt beleden. 'Wat je er als individu mee doet, is niet zo belangrijk’, antwoordt hij, 'als het volk waartoe je behoort islamitisch is, ben je een echte moslim, of je wilt of niet.’
Feit is dat de gewone Kazach en de gewone Kirgiez er niet zo over nadenken. 'We houden ons aan de feestdagen’, vertelt het Kazachse echtpaar Bikineyev, aan wier keukentafel ik op zekere dag aanschuif. 'En bij geboorte, huwelijk en dood komt de moellah uit de koran voorlezen. Dat was zo in de sovjettijd en dat is nog steeds zo in de Nazarbayev-tijd. En we nemen een aantal voorschriften in acht die hygiëni sche waarde hebben: we eten geen varkensvlees en jongetjes worden besneden. Maar we drinken op z'n tijd ook een glaasje wodka - dat mag dan wel niet maar het is heel gezond.’ En de vastentijd? 'Daar houden we ons niet aan. Hoewel ook die heel gezond kan zijn. Onder businessmen is die tegenwoordig erg in de mode. Vasten reinigt je lichaam en je geest, vinden ze.’
Riyaz en Adel Bikineyev zijn van oorsprong Tataren, een volk dat al vroeg werd geïslamiseerd, eerder dan de Kazachen en Kirgiezen. Hun overgrootouders zijn in de vorige eeuw met de Russen mee naar Centraal-Azië getrokken. Hun 'volksislam’ namen ze mee, die bescheiden, haast heidense vorm van islam die in vroeger dagen moeiteloos Ivan de Verschrikkelijke overleefde en in recenter tijden ook door Stalin niet kon worden uitgeroeid. En de wetenschappelijke opleiding die beiden in Moskou hebben genoten, heeft hun volksislam al evenmin uit hun hoofden verdreven. 'Heus, het zit allemaal niet zo diep bij ons. We weten niet eens wat er precies in de koran staat, want die werd ons in het Arabisch voorgelezen.’ Wat vinden ze eigenlijk van het fundamentalisme, dat immers, zie Kirgizstan, steeds dichterbij lijkt te komen? 'Dat maakt in deze streken geen enkele kans’, verzekeren ze me. 'Nee, de Chinezen, die zijn pas gevaarlijk! Ze zijn met zo velen en ze zouden best wel eens in onze lege steppen op zoek kunnen gaan naar nieuwe ruimte. Ik voorspel u, na 2010 komen ze deze kant op!’
Een huisvriend van de Bikineyevs meldt zich aan de keukentafel. 'Geloof, het zal me wat!’ mengt hij zich in het gesprek. 'Ik vier gewoon álle feestdagen: die van de moslims, die van de orthodoxen en ook nog steeds die van de communisten.’ En na nog eens vijftig gram wodka achterover te hebben geslagen: 'Als ik mijn vrouw voor mij het huishouden laat doen, dan leef ik als een moslim, maar als ze boos op me is, gaan we als Russen tegen elkaar te keer.’