Olivier Roy over de islam

«Islamitisch terrorisme is marginaal»

Met de bezetting van Irak worden geen nieuwe terroristen gecreëerd. Die komen uit Europa, niet uit het Midden-Oosten. Daar is de politieke islam op sterven na dood, aldus de Franse arabist Olivier Roy.

De vermaarde Franse politicoloog en arabist Olivier Roy is geenszins verbaasd over het ontstaan, noch over het geringe succes van Abou Jahjahs Arabisch Europese Liga (AEL). Beide verschijnselen passen naadloos in de beschouwingen van Roy over het terrorisme en de politieke islam, zoals hij die uiteenzette in boeken als The Failure of Political Islam (1994) en veel recenter in L’islam mondialisé (2002). Olivier Roy: «Het bestaan van de AEL is eerder het bewijs van een groeiende integratie dan van een stijgende onvrede onder islamieten. De schaarse Liga-leden ontlenen hun retoriek aan de nieuwe cultuur waar ze deel van zijn gaan uitmaken. Ze spreken over zelfbeschikking, emancipatie, eigenwaarde en gelijkberechtiging; kom daar maar eens om in het Midden-Oosten. Een van de programmapunten van de AEL bij de verkiezingen in Antwerpen betrof de erkenning van het Arabisch als officiële taal. Belgischer kun je het niet hebben: elke geëmancipeerde bevolkingsgroep vraagt daar of zijn taal nationaal kan worden erkend. Tegelijk lukt het Abou Jahjah niet aanhang te verwerven onder mainstream-moslims, omdat bijna geen moslim voelt voor zijn politieke opvattingen. De politieke islam leidt nergens een bloeiend bestaan, ook niet in België.»

Op uitnodiging van de universiteit van Leiden sprak Olivier Roy afgelopen week in Den Haag ten overstaan van een klein gezelschap arabisten, diplomaten en journalisten. Ook na de meest recente aanslagen blijft hij volhouden dat de politieke islam op sterven na dood is: «Het is geen issue meer. Zodra fundamentalisten aan de macht komen, prevaleren natio nalistische belangen boven religieuze. Kijk maar naar Iran. Nadat de mullahs in 1979 aan de macht waren gekomen, begreep Khomeini als geen ander dat het islamitische ideaal van een mondiale gemeenschap van gelovigen een utopie is, en dat hij beter zijn macht nationaal kon organiseren. En neem de buitenlandse politiek van Iran. Daar is werkelijk helemaal niets islamitisch aan.»

Ook na enig aandringen uit de zaal weigert Roy water bij de wijn te doen: de politieke islam, ofwel het islamisme, is nog altijd op zijn retour. Het is een marginaal verschijnsel dat nergens wortelt in een lokale of nationale cultuur. «Goed, Indonesië en Pakistan lijken uitzonderingen. Daar bestaat een goed georganiseerde, religieus geïnspireerde oppositie met eigen tijdschriften, websites en organisaties. Toch lijken die organisaties in geen enkel opzicht op terreurorganisaties als al-Qaeda. Op het moment dat ze werkelijk enige macht krijgen, zullen ze zich direct gematigder opstellen. Kijk maar naar Turkije, waar de zogenaamde fundamentalisten na hun ver kiezingsoverwinning een soort christen-democratische partij hebben gevormd ver gelijkbaar met jullie CDA. Die mensen gaan geen bommen leggen.»

Ook Hamas en de Palestijnse organisatie Jihad zijn volgens Roy in eerste instantie natio nalistische organisaties: «Ze bedienen zich weliswaar van religieuze retoriek, maar hun kritiek op Arafat en de PLO is altijd nationalistisch van aard. Zelfs de recente aanslagen in Casablanca en Riad zijn niet religieus geïnspireerd. De laatste islamitische aanslag was in Luxor in 1997, in het zuiden van Egypte. De oorlog tussen secularisten en islamisten is voorbij: op de staatstelevisie in de verschillende landen van het Midden-Oosten hoor je tegenwoordig hetzelfde verkondigd worden als door de religieuze leiders aldaar. De afkeer van Amerika is nu overal in de Arabische wereld salonfähig, daar is niets extreems of fundamentalistisch aan.

We moeten ons realiseren dat alle recente aanslagen gepleegd zijn door Europese moslims. Vaak waren het kinderen van tweede-ge neratie-immigranten, opgeleid en opgegroeid in Frankrijk of Duitsland, of het waren relatief hoog opgeleide Saoedi’s die na een volstrekt vereuropeaniseerde opvoeding in Europa radicaliseerden tot de jihad. Altijd waren het herboren gelovigen, noem ze reborn moslims. Ze breken met hun familie en achtergrond om de heilige oorlog te voeren. Zij hebben weinig met de traditionele islam van doen. Daarom noem ik ze liever neo-islamieten, of neo-wahabieten. Voor een belangrijk deel zijn ze een product van het Westen. Net als bij Amerikaanse evangelisten staat bij hen individuele geloofsbeleving centraal. Die is eenvoudig, helder, anti-intellectueel en wars van oude sociale en culturele verantwoordelijkheden. Met een protestantse notie van priesthood of all believers worden professionele imams en mullahs opzij gezet voor charismatische lekenleiders als Osama bin Laden. Geloven is voor de neo-islamiet een kwes tie van gekozen identiteit, meer dan van traditionele religie. Er is ook nauwelijks lering voor nodig. Je ziet het licht, leest het heilige boek en hup, aan de slag: jihad voeren. Je kunt dan ook moeilijk spreken van de nieuwe wahabitische cultuur, zoals wel wordt gedaan. Hun hele bestaan is ontstaan in de ontkenning van cultuur, in de miskenning van lokale gebruiken, en is wars van ingewikkelde koran interpretaties.

Afkomst en nationaliteit zijn ondergeschikt aan het besef deelgenoot te zijn van een mondiale geloofsgemeenschap. Jihadstrijders gaan nooit terug naar hun land van herkomst voor de heilige oorlog. Moslimjongens uit Eindhoven sterven in Kasjmir en Mohammed Atta vliegt zich te pletter in New York. De herboren jihadstrijders zoeken de imaginaire grenzen op van een groot moslimrijk: Marokko, Bosnië, Montreal, New York.»

De hoofdvraag aan Olivier Roy in Den Haag is: vergroot de Amerikaanse bezetting van Irak het gevaar op terroristische aanslagen? Roy meent stellig van niet: «Er zal verzet zijn tegen de Amerikanen en het is een illusie te denken dat Irak binnen twee jaar een goedlopende democratie is. Maar er bestaat nu tenminste een reëel politiek perspectief voor de sjiïeten van Irak. Voorheen was dat niet zo. Dat is verbetering.»

Ook de kritische opstelling van Europa is redelijk, zelfs bevorderlijk voor de wereld vrede en effectief in de strijd tegen het terrorisme. Roy: «De anti-Amerikaanse houding van de meeste Europese regeringen heeft een stabiliserende invloed in Europa. Het geeft de mainstream-moslims, de overgrote meerderheid dus, een steuntje in de rug. We zijn samen Fransen in de kritische houding jegens Bush, is de gedachte in mijn land. Dat was niet de eerste reden van Chiracs politiek, maar het is wel een mooie bijkomstigheid. Zo wordt er een nog grotere afstand gecreëerd tussen de traditioneel islamitische immigranten en de radicale wedergeboorte-moslims die zich aangetrokken voelen tot terreurorganisaties als al-Qaeda.»

De politieke islam is dood. Amerika kan gerust rommelen in het Midden-Oosten en Europa stelt zich prima op. Soms lacht de zaal, wellicht uit ongemakkelijkheid bij zo veel geruststellende woorden van een kenner. Het is een bekende sensatie: degene die ergens voor heeft doorgeleerd, legt de opgewonden goegemeente uit dat er eigenlijk niets nieuws onder de zon is. De vraag rijst of alle verontrustende krantenkoppen er dan naast zitten. Is het publieke bewustzijn misleid? Praten we elkaar een angstpsychose aan?

Olivier Roy: «Natuurlijk zal er nog menige aanslag worden gepleegd. Om dat te voorkomen, moeten veiligheidsdiensten gewoon hun werk doen. Maar in breder perspectief is er nog altijd niet méér aan de hand dan in de jaren zeventig en tachtig, toen extreem linkse groepen zo nu en dan een aanslag pleegden. Men was toen ook niet bang voor een massavervolg; het is belachelijk om dat nu wél te zijn. Het islamitisch geïnspireerde terroris me is een marginaal verschijnsel, niet te vergelijken bijvoorbeeld met de nationalis tisch geïnspireerde, Palestijnse zelfmoordaanslagen.»

De vergelijking met extreem links van enkele decennia terug bevalt Roy: «Momenteel zijn de islamitisch geïnspireerde terroristen de enigen die resoluut tegen het systeem vechten. Wil je dat ook, dan sluit je je bij hen aan. Zo zagen de terroristen van weleer het ook. Toen niet lang geleden een Italiaanse vrouw een schietpartij tussen politie en enkele overgebleven Brigate Rossi-leden overleefde, riep zij, toen ze geboeid werd weggevoerd: ‹Lang leve Osama bin Laden!› En denk aan jakhals Carlos, die nu in een Franse gevangenis zit. Hij werd door zijn vader vernoemd naar Lenin, en ging in Moskou naar de universiteit om zich vervolgens te bekeren tot de islam. En hij bleef bommen gooien. Zijn advocaat Jacques Vergès, volgens Carlos een grotere terrorist dan hijzelf, was pleiter voor de zaak van de Rote Armee Fraktion, maar werd moslim en verdedigt nu ook moslimterroristen.

Ook bestaan er opvallende overeenkomsten in de achtergrond van extremisten van toen en de jihadstrijders van nu. Beide groepen komen uit de middenklasse of beter gesitueerde families in West-Europa, niet uit de achterbuurt. De meeste rekruten voor de jihad in Afghanistan waren in Saoedi-Arabië verveeld geraakte jongeren die genoeg hadden van hun zielloze computerspelletjes in naargeestige shopping malls, met hun auto’s, zwembaden, elektronica en de hele rimram. Net als bij de Rote Armee Fraktion en de Brigate Rossi gaat het om de vervreemding van kinderen uit de middenklasse. Niet mar ginalisering leidt tot gewelddadig protest, maar slecht verwerkte emancipatie. Pas als in de eerste levensbehoeften is voorzien, ontstaat het verlangen een gekrenkte trots te herstellen, of het eigenbeeld op te vijzelen ten koste van de verworvenheden van het Westen. En uiteindelijk eigent al-Qaeda zich dezelfde doelen toe als extreem links twintig à dertig jaar geleden.»

Terroristen zullen er altijd zijn, aldus Roy: «Het is ook een generatiekwestie. Er zullen altijd mensen blijven die vechten tegen het systeem.» En na enig aandringen van de gespreksleider concludeert de arabist: «Als je echt af wilt van islamitisch geïnspireerd terrorisme als dat van al-Qaeda, dan zou je ervoor moeten zorgen dat extreem links nieuw leven wordt ingeblazen.» Hij moet er zelf om lachen.

Van Olivier Roy zijn onder meer nog te verkrijgen:

Islam and Resistance in Afghanistan, Cambridge University Press, tweede druk, 1990; The Failure of Political Islam, Harvard University Press, 1994 (vertaling van L’Echec de l’Islam politique, Le Seuil, 1992); Les illusions du 11 septembre, Le Seuil, 2002; L’islam mondialisé, Le Seuil, 2002