Islamscholen

Er zijn tal van redenen om tegen islamitische scholen te pleiten. De belangrijkste is dat men in naam van de tolerantie nooit enige vorm van onverdraagzaamheid moet accepteren of bevorderen. Zes jaar geleden ontstond in Nederland een discussie over het bestaansrecht van basisscholen die zich islamitisch noemen. Het debat verzonk snel in een moeras van verdachtmakingen aan het adres van degene die het onderwerp had aangesneden. VVD-kamerlid Franssen was in de ogen van velen een enge liberale figuur met racistische denkbeelden. Toch was zijn boodschap helder: islamitische scholen remmen de integratie van allochtone kinderen af en werken dus contraproductief. Met name het CDA nam het op voor islamitische scholen: prima dat moslims binnen een eigen zuil kunnen emanciperen.

Zes jaar later is het debat nog steeds niet echt van de grond gekomen, maar incidenten rond de 29 islamitische scholen worden geregeld in de pers gesignaleerd. Het gaat meestal om Nederlandse leerkrachten in conflict met het schoolbestuur die een boekje opendoen over normen en waarden op hun werkplek.
Na het lezen van die getuigenissen lopen ons weliswaar de rillingen over de rug, maar hoofdschuddend gaan wij over tot de orde van de dag. Het is een delicate kwestie waar niemand zijn vingers aan wil branden uit vrees voor discriminerende autochtoon te worden aangezien. Bovendien biedt een zuil toch enig comfort voor degenen die er buiten verblijven: je hebt er geen last van. Wat daarbinnen gebeurt, gaat alleen de betrokkenen wat aan en ze zijn toch bijna allemaal van buitenlandse komaf. Dat zij zo graag in een soort middeleeuws obscurantisme willen leven, is hun zaak en zolang ze ons hun denkbeelden niet willen opleggen, hebben we vrede met hun eigenaardige gedrag.
Na het lezen, dit weekeinde, van een nieuwe reeks getuigenissen in NRC Handelsblad (het betreft het relaas van oud-leerkrachten van de Amsterdamse islamitische basisschool As Siddieq) vraag ik me toch af hoe lang wij nog aan de zijlijn van deze aberratie zullen blijven toekijken. Is het angst, onverschilligheid of lafheid? Kunnen we ons permitteren om broeinesten van islamitisch fundamentalisme en onverdraagzaamheid te accepteren op het grondgebied van een democratische en tolerante samenleving? Dat een hele generatie van allochtone kinderen geïsoleerd in een rigide en bijna vijandige cultuur wordt grootgebracht is een echte ramp.
Die kinderen zullen voor het merendeel hier blijven, waarschijnlijk met een permanent gevoel van ontworteling omdat ze in een separatistische wereld zijn opgevoed die in de verste verte niets te maken heeft met de echte wereld waar ze hun plaats moeten zien te vinden. Een wereld waar geen tekeningen van bloemen (lijken te veel op een kruis), dieren of mensen aan de muren van de klas mogen hangen. Dat privilege is gereserveerd voor religieuze spreuken in het Arabisch. Een wereld van gescheidenheid tussen jongens en meisjes. Een wereld waar halskettingen, armbanden, parfum en muziekinstrumenten taboe zijn. Waar men elkaar niet mag aanraken en niet mag kussen om elkaar te feliciteren. Waar Nederlandse schoolboeken aan de islamitische censuur worden onderworpen. Waar haat tegen joden vroeg wordt verankerd via godsdienstleraren en waar vrouwen via de achteringang naar binnen moeten. Is het niet beschamend dat Nederland via het onderwijs heel wat van haar soevereiniteit afstaat aan fundamentalistische schoolbestuurders en imams die met hun hoofd in de prehistorie leven en die weinig tot geen affiniteit hebben met het land dat hen subsidieert?
Men is er, dacht ik, rijkelijk laat achtergekomen dat onzin als integratie met behoud van eigen identiteit niet werkt, maar hoeveel nieuwe streng-orthodoxe, buitenlandse scholen zullen nog gesticht worden voor men de rampzalige effecten ervan zal onderkennen? Iedere vorm van apartheid draait uiteindelijk toch op een fiasco uit. De islamitische scholen zijn geen afspiegeling van de werkelijkheid die hun leerlingen omringt. Ze zijn de expressie van de nostalgie van een groep verbitterde figuren die hun rug naar de moderniteit hebben toegekeerd en die handig gebruikmaken van de instrumenten die dezelfde moderniteit hen verschaft. Een gevaarlijke ontwikkeling, in de eerste plaats voor de kinderen die meer dan hun Nederlandse leeftijdgenoten op zoek zijn naar hun identiteit.