Protest in de Staatsliedenbuurt in Schiedam, 18 januari. Slechte isolatie zorgt voor hoge stookkosten, schimmel en gezondheidsproblemen. Corporatie Woonplus zoekt naar oplossingen © Hans van Rhoon / ANP

Het is een angst die veel staatshoofden delen: stijgende energieprijzen met horden mensen op straat als gevolg. Het overkwam de Franse president Emmanuel Macron toen hij in 2018 een groene taks op diesel en benzine invoerde en boze Fransen in gele hesjes de Parijse straten overnamen. De vergelijking met de revolutie van 1789 was snel gemaakt, want het gebeurde al vaker: sleutelen aan de olieprijzen resulteerde in revoluties in Indonesië en Myanmar en grootschalige protesten in veel landen.

Het is dan ook niet gek dat in de afgelopen weken in menige hoofdstad paniek uitbrak. De energieprijs staat op een recordhoogte; de gasprijs vervijfvoudigde (!) ten opzichte van vorig jaar en de adviesprijs voor benzine kwam voor het eerst boven de twee euro per liter uit. Spanje trok al aan de bel in Brussel voor noodmaatregelen, Frankrijk zette de stijgende energieprijs vast door zelf de portemonnee te trekken, Engeland zag enkele energiebedrijven omvallen tegelijk met een stormloop op benzine, en de Nederlandse politiek toonde zich onkarakteristiek daadkrachtig toen ze op dezelfde dag dat tno waarschuwde voor ‘energiearmoede’ vijfhonderd miljoen uittrok om de energierekening van burgers en bedrijven te dempen.

De vrees die Spanje in een brief deelde met de Europese Commissie is die van velen: de hoge energieprijzen kunnen resulteren in een ‘backlash’ tegen CO2-maatregelen. Het klimaatbeleid begint net een beetje op gang te komen en dreigt nu met het eerste zuchtje tegenwind weer in twijfel te worden getrokken met de belangrijke klimaattop van november in Glasgow in zicht. Want de link tussen de stijgende prijzen en de energietransitie is snel gelegd: duurzame energie heeft hoge investeringen nodig en deze extra kosten worden rechtstreeks doorberekend aan de klant.

Toch hebben de huidige piekprijzen niet veel met de transitie te maken, vertelt Machiel Mulder, hoogleraar energie-economie aan de Universiteit Groningen. Hij ziet vooral ‘markt-’ en ‘geopolitieke’ factoren die een rol spelen in dit ‘tijdelijke fenomeen’. Na een relatief strenge winter in lockdown trekt de economie wereldwijd weer aan terwijl de olie- en gasvoorraad hier nog niet op berekend was. Tegelijkertijd speelt Rusland een dubieuze rol; het lijkt de extra vraag naar zijn gas uit te spelen om de druk op te voeren op de opening van Nordstream 2 (de gasleiding tussen Rusland en Duitsland die politiek zeer gevoelig ligt). En China wappert intussen met een blanco cheque voor de neus van verschillende leveranciers waardoor schepen met vloeibaar gas Europa voorlopig liever even overslaan.

Helemáál los van de klimaattransitie kun je de hoge energieprijzen ook weer niet zien. De Europese CO2-prijs (de prijs voor de uitstoot van een ton CO2) steeg namelijk flink – overigens geheel volgens plan, in de hoop dat prijzige CO2 leidt tot verduurzaming bij bedrijven – en die kosten zouden afgewenteld worden op de klanten. Maar volgens Europees klimaatcommissaris Frans Timmermans loopt het zo’n vaart niet. Slechts een vijfde van de prijsstijging komt door de hogere CO2-prijs, zei hij, ‘de rest is simpelweg het gevolg van tekorten’, wat wordt onderschreven door het feit dat de energieprijs ook is geëxplodeerd in andere delen van de wereld waar geen CO2-prijs is ingevoerd.

Of het nu de klimaattransitie of de markt is, de vraag is of het uitmaakt, want zo zwart-wit is het in de praktijk nooit. Macrons groene taks behelsde in eerste opzet een relatief kleine stijging van vier cent per liter op benzine en zeven cent voor diesel, maar in combinatie met sluimerende onrust over zijn gehele sociaal-economische beleid in de context van groeiende ongelijkheid in het land en opverende energieprijzen in de markten was de onvrede snel geboren, met de groene taks als een populair mikpunt. De schuldige was immers eenvoudig aan te wijzen.

Toch zit er ook een positieve kant aan die hoge prijzen, vindt Machiel Mulder. Sterker nog, deze piekprijzen zijn ‘ontzettend goed’ voor de transitie, want als er een moment is om te investeren in energiebesparende maatregelen of in hernieuwbare energie, dan is het wel wanneer de prijs van het fossiele alternatief hoog is. ‘De meeste energiebesparingen worden gedaan als de prijzen hoog zijn’, legt hij uit, ‘de kosten voor windenergie per megawattuur (MWh) zijn gemiddeld zo’n zestig euro, de verkoopprijs staat nu op zo’n 150 euro per MWh. Dat is een gigantische stimulans voor investeringen.’

tno-onderzoeker Peter Mulder schaart zich in principe achter deze ‘economische tekstboekwijsheden’, ‘er zitten immers negatieve effecten aan fossiel en het is alleen maar goed als dit tot uiting komt in hogere prijzen, want dit simuleert verduurzaming’. Maar vervolgens dien je je af te vragen of die kosten eerlijk verdeeld worden over de samenleving. Daar gaat het vaak fout, blijkt uit het onderzoek dat hij samen met collega Koen Straver deed naar ‘energiearmoede’ in Nederland.

‘Mensen met lage inkomens hebben het meest te winnen bij een goed geïsoleerd huis’

Nederland kent 550.000 huishoudens die kampen met ‘energiearmoede’, berichtten de onderzoekers van tno twee weken terug. Deze huishoudens hebben een laag inkomen, relatief hoge energierekeningen en wonen vaak in slecht geïsoleerde huizen. Ze hebben geen geld om dubbel glas te plaatsen, zonnepanelen op het dak te leggen of een elektrische auto aan te schaffen, en wanneer de ijskast het begeeft wordt vaak weer een oud, energie slurpend exemplaar aangekocht. Wil je hén meekrijgen in de transitie, dan heeft het zwaarder belasten van fossiele energie simpelweg geen zin, want ze hebben geen alternatieve keuze voorhanden.

En dus moet je deze groep helpen, stellen Peter Mulder en Koen Straver voor, die overigens aangaven dat hun onderzoek berust op cijfers uit 2019, vóór de explosie van de energieprijs die afhankelijk van je contract in meer of mindere mate wordt doorberekend (prijsvergelijker Gaslicht.com schat dat huishoudens met een variabel energiecontract vanaf 1 januari minimaal 550 euro meer kwijt zijn aan de energierekening, melde de NRC; Machiel Mulder schat een prijsstijging van 750 euro voor het gemiddelde huishouden). Geen onbelangrijk detail.

‘Energierechtvaardigheid’ is het sleutelwoord, vindt Straver, en dat is wat er fout ging bij de benzinetaks van Macron en waar de Nederlandse politiek ook beducht voor moet zijn. Het gevoel van rechtvaardigheid stoelt op drie pijlers, zegt hij: ‘Het proces naar de verandering verloopt transparant en wordt tijdig aangekondigd met ruimte voor inspraak, er is erkenning van problemen van specifieke groepen en de uitkomst wordt als eerlijk ervaren, iedereen deelt mee.’ Macrons besluit kwam uit de lucht vallen, was generiek ingestoken en raakte daarom mensen die geen elektrische auto kunnen betalen of die niet met de trein naar hun werk kunnen aanzienlijk harder en werd dus niet als eerlijk ervaren. De brandstoftaks bleek de druppel voor de sluimerende onvrede in de Franse samenleving, ook geen ondenkbaar scenario in Nederland.

Als je die energierechtvaardigheid toepast op de Nederlandse situatie, springt de in 2013 ingevoerde belasting op energie Opslag Duurzame Energie- en Klimaattransitie (ode) in het oog. Deze belasting over het gebruik van elektriciteit en aardgas wordt stapsgewijs opgevoerd om energieconsumptie te remmen en de opbrengst wordt ingezet om duurzame energie te stimuleren. De macroprikkel is de juiste, vertelt Peter Mulder van tno, maar dit moet wel hand in hand gaan met specifiek en gericht beleid voor mensen die de verduurzaming van hun woning niet zelf in de hand hebben.

Want maar liefs 48 procent van alle Nederlandse huishoudens woont in een slecht of matig geïsoleerd huis (energielabel D of lager) maar kan daar zelf niets aan doen. Zo woont zo’n 85 procent van de ‘energiearmen’ in een huurhuis, gevangen in een tochtige woning en maandelijks geconfronteerd met relatief hoge energierekeningen. De resterende vijftien procent heeft een eigen huis maar kan de verbouwing niet ophoesten. Dus ook hier is gericht beleid nodig, bepleiten Peter Mulder en Koen Straver: de huisbazen kun je tot beweging brengen met een mix van verhoogde isolatiestandaarden, aanscherpen van het huurpuntensysteem (is een huis slecht geïsoleerd, dan krijg je minder punten en mag je minder huur vragen), subsidies en leningen. De vijftien procent die wel een eigen huis heeft maar het geld ontbeert om te investeren in isolering of warmtepomp kun je helpen met gestandaardiseerde technische oplossingen in combinatie met financiële steun.

Hetzelfde geldt voor die vijfhonderd miljoen (375 miljoen voor burgers) die de overheid in de nacht van de Algemene Beschouwingen van dit jaar reserveerde om de energierekening van burgers en bedrijven te verlagen. Dat de Kamer deze zorgen oppikt is goed, vindt Peter Mulder. ‘Maar je plakt een pleister op de wond zonder dat je iets aan de oorzaak doet. Je lost een specifiek probleem niet op met generieke maatregelen.’

De onrust rond de energietransitie lijkt nu al groot, maar Nederland heeft nog een lange weg te gaan voordat het ook maar in de buurt komt van een CO2-neutrale energiehuishouding, benadrukt hoogleraar energie-economie Machiel Mulder. ‘Alle pijlen worden nu gericht op elektrificeren’, zegt hij, door elektrisch te rijden of door huizen te verwarmen met warmtepompen (ook elektrisch), maar slechts een derde van de elektriciteit wordt op dit moment duurzaam opgewekt en elektriciteit vormt minder dan een kwart van ons totale energiegebruik, de resterende driekwart gaat op aan warmte voor je huis of ketel en transport door oliegebruik. Hij rekent voor: als iedereen nu daadwerkelijk zou overstappen naar de Tesla en de warmtepomp hebben we zo’n tachtig terrawattuur elektriciteit extra nodig, ten opzichte van de totale 120 terrawattuur die we nu al gebruiken, waarvan weer slechts veertig procent duurzaam wordt opgewekt. ‘Alle pijlen op elektriciteit gaat niet werken zolang we het aanbod niet op orde hebben.’

Daarom vindt hij specifieke aandacht voor energiezuinigheid belangrijk, bij zowel huishoudens als bedrijven. Niet alleen omdat er nog een wereld te winnen is – een bezuiniging van zo’n zestig terrawattuur schat Machiel Mulder, goed voor de helft van ons totale elektriciteitsgebruik nu –, maar ook omdat dit de huishoudens die kampen met energiearmoede minder kwetsbaar maakt voor excessen op de energiemarkt, zoals nu. Want de transitie is nu weliswaar niet de hoofdreden van de hoge prijs, het is zeker niet uit te sluiten dat ze in de toekomst tot prijsuitschieters zal leiden. ‘Veel zal afhangen van de organisatie en tijdigheid’, zegt Peter Mulder, want een energiesysteem helemaal ombouwen is een hels karwei. ‘Hoe snel bouw je aardgas af, wanneer stap je over op waterstof en wanneer moet alle infrastructuur klaar zijn?’ Een fout in deze ‘planning’ en een prijspiek is geboren.

Die energietransitie zal er linksom of rechtsom moeten komen maar is uiteindelijk ook ‘goed nieuws’ voor de energiearmen, denkt Mulder van tno. ‘Mensen met lage inkomens, tochtige huizen en hoge energierekeningen hebben het meest te winnen bij een goed geïsoleerd huis.’ In extreme situaties kan de overheid altijd nog bijspringen, maar als je in een label A-huis woont ben je simpelweg minder kwetsbaar voor de grillen op de energiemarkt. Niet alle ongelijkheid is op te heffen via de energierekening, erkent hij, maar veel onnodig leed kan worden voorkomen. ‘Daarmee versnel je de energietransitie én pak je energiearmoede aan.’