Israël bedekt zijn geschiedenis van 1948 onder asfalt

Jeruzalem – Drugsdealers, natuurliefhebbers, opgeschoten jeugd – de paradijselijke Lifta-vallei trekt een gevarieerd publiek. In de luwte van de doorgaande weg naar Tel Aviv roken joods-orthodoxe jongeren er onbezorgd een sigaretje. De vraag is hoe lang nog.

In 2004 presenteerde de gemeente Jeruzalem een bestemmingsplan voor Lifta. Er moet een winkelcentrum komen, 212 luxe villa’s, een synagoge en een hotel. Exclusief voor joodse Israëliërs. De 55 leegstaande huizen die herinneren aan het oude Lifta gaan tegen de vlakte, evenals de lokale begraafplaats en moskee.

Het gemeenteplan kan niet los gezien worden van Israëls historie. Zo’n drieduizend Liftawi’s moesten in april 1948 hun huizen verlaten, op de vlucht voor joodse milities. Waar de meeste Palestijnse dorpen na de zuiveringen verwoest werden, en omgeturnd in nationale parken, bleef Lifta deels bewaard. Protesten vingen aan toen de Israëlische Land Administratie (ILA) in februari de bouwvergunningen in de verkoop deed. Er verscheen een petitie, gericht aan het Hooggerechtshof. Ondertekend door de voormalige Palestijnse gemeenschap van Lifta. Ook Israëlische mensenrechtenorganisaties sloten zich aan. Ze vragen om het behoud van de vallei, vanwege haar historische en landschappelijke waarde en om de rechten van de vluchtelingen uit 1948. Unesco poogde het gebied tot cultureel erfgoed te laten verklaren.

De kans dat de bouwplannen worden geblokkeerd lijkt gering. Want hoewel de petitie geschraagd wordt door het internationaal recht valt Lifta de facto onder beheer van de Israëlische staat. In Israël spreken sommigen nu van een gemiste kans. Hoogleraar en mede-ondertekenaar Daphna Golan betoogde in het links-liberale Haaretz dat Lifta in haar huidige staat ‘de hoop op verzoening zou kunnen symboliseren’. Hij is niet de enige die erop wijst dat Israël ook zijn eigen geschiedenis van 1948 systematisch bedekt onder asfalt en beton. Om hun verzoek kracht bij te zetten, trokken Liftawi’s van de eerste, tweede en derde generatie onlangs naar hun oude dorp. Ze harkten de begraafplaats aan en hesen de Palestijnse vlag. De Israëlische werklozen die de panden sinds een paar jaar kraken, keken zwijgend toe. Zij mogen zich met recht afvragen wie er eigenlijk bij de verdwijning van Lifta gebaat is.