Een koloniale oorlog

Israël is zijn krediet aan het verspelen

Aangaande de jongste Gaza-oorlog zijn de partijen het over drie dingen eens. De ander is begonnen. De ander is uit op onze vernietiging. Met de ander is niet te praten. Hoe het conflict ook afloopt, Israël heeft zich in eigen vlees gesneden.

Medium rtr3ze6g

JERUZALEM – De vraag wie er is begonnen raakt niet de kern van het drama in Gaza. Die ligt in de koloniale machtsverhoudingen tussen Israël en de Palestijnen. Israël is heer en meester in de bezette gebieden en ontzegt de Palestijnen het recht op zelfbeschikking. De bouw van steeds meer nederzettingen maakt een Palestijnse staat steeds minder mogelijk. De samenstelling van de huidige Israëlische regering, de meest rechtse die het land ooit heeft gehad, doet vrezen dat het niet bij het landjepik van nu zal blijven. Israël dreigt heel Palestina te pikken. Koloniale onderdrukking lokt altijd antikoloniaal verzet uit. Dat dat verzet gewelddadige vormen aanneemt en dan het etiket terrorisme krijgt opgeplakt is ook normaal. De staat Israël zelf is geboren mede dankzij gewapend verzet tegen de Britse autoriteiten in het mandaatgebied Palestina. Onder de joodse terroristen van toen waren de latere premiers Begin, Shamir en Sharon. Hamas ontstond in 1987 tijdens de eerste intifada, na tientallen jaren koloniale vernedering. De kreten ‘dood aan de joden’ van demonstranten in het buitenland en ‘dood aan de Arabieren’ van demonstranten in Israël bewijzen dat de schreeuwers de aard van het Israëlisch-Palestijnse conflict niet hebben begrepen. Dat gaat niet over godsdienst of ras, maar over koloniale onderdrukking en antikoloniaal verzet.

De Israëlische leiders zouden blij moeten zijn dat de Palestijnse bevrijdingsorganisatie plo het geweld heeft afgezworen, Israël heeft erkend en met diplomatieke middelen het conflict wil oplossen. Een betere partner voor de vrede dan Mahmoud Abbas van de Palestijnse Autoriteit – Israëls net afgetreden president Peres heeft het zelf gezegd – kan Jeruzalem zich moeilijk wensen. Tenminste, als het zelf ook vrede zou willen. Tijdens de laatste ‘vredesbesprekingen’ ging het landjepik rustig door. De besprekingen werden deskundig gesaboteerd door de partij die bij dekolonisering alles te verliezen heeft: de kolonistenpartij van minister Naftali Bennett. Premier Netanyahu eiste van Abbas het onmogelijke, en hielp het overleg om zeep door de afgesproken vrijlating van een laatste groep Palestijnse gevangenen niet door te laten gaan.

Maar Hamas dan? Dat is statutair uit op de vernietiging van de staat Israël en de vestiging van een Palestijnse staat van de Jordaan tot de zee. In 2005 werd Gaza na 38 jaar bezetting door de Israëlische militairen en kolonisten ontruimd. Dat daarna Hamas het gebied niet heeft ontwikkeld maar er een bolwerk van gewapend verzet van heeft gemaakt, bewijst volgens Israël en zijn vrienden dat de stichting van een Palestijnse staat niet kan worden toegestaan. De joodse staat, zeggen ze, heeft het volste recht zich te verdedigen tegen terroristen die uit zijn op zijn destructie. Het is het recht dat een koloniale mogendheid zichzelf toekent om haar bezetting voort te zetten.

Ook na 2005 is de Israëlische bezetting van de Gazastrook doorgegaan. Zonder toestemming van Israël kunnen de Gazanen letterlijk geen kant uit. De land- en zeegrenzen, het luchtruim, de bevoorrading, de elektriciteits- en watervoorziening, de mobiele telefonie, zelfs het bevolkingsregister – alles staat onder strikte Israëlische controle. Alleen de korte zuidgrens met Egypte ontsnapt aan de Israëlische blokkade, maar sinds in Caïro de macht in handen is van generaal al-Sisi, wiens haat tegen de Moslimbroederschap ook haar dochterorganisatie Hamas treft, is ook die grens, over land of via clandestiene tunnels, praktisch gesloten.

De 1,8 miljoen gedetineerden in deze openluchtgevangenis kunnen alleen vrij komen als de blokkade wordt opgeheven. Direct nadat Hamas in 2007 in Gaza de macht had gegrepen en de concurrenten van Fatah had verjaagd, stelde Israël een blokkade in, bedoeld om de Gazanen in opstand te brengen tegen hun nieuwe leiders. Hamas liet weten dat het alle beschietingen zou stoppen als Israël de grensovergangen zou openstellen. De politieke leider van Hamas, Khaled Masjaal, zei vorige week: ‘Wij zijn geen radicalen of fanatici. We vechten niet tegen de joden omdat het joden zijn. We vechten tegen de bezetting. Ik kan coëxisteren met joden, met christenen. Maar ik kan niet leven met de bezetting.’ Als het Hamas inderdaad niet meer te doen is om de vernietiging van Israël, maar om de opheffing van het beleg van Gaza, is er een basis voor een dialoog.

Zonder een einde van de koloniale overheersing geen begin van vrede. De jongste Gaza-oorlog begon, veelbetekenend, na de mislukking van de frenetieke pogingen van de Amerikaanse minister John Kerry om de partijen tot elkaar te brengen. Abbas probeerde daarna zijn povere reputatie bij de Palestijnen op te vijzelen door een politiek akkoord te sluiten met Hamas. Hij verzekerde dat de nieuwe eenheidsregering Israël zou erkennen. In plaats van deze doorbraak aan te moedigen en op z’n minst de gematigde vleugel van Hamas in nieuw vredesoverleg te betrekken, zette Israël Abbas weg als ‘leider van een terroristische bende’. Netanyahu, die vlak daarvoor nog had geroepen dat praten met Abbas zinloos was zolang hij niet alle Palestijnen vertegenwoordigde, zei nu dat Abbas moest kiezen tussen Israël en de Hamas-terroristen.

Toen in de bezette gebieden drie Israëlische tieners door een paar terroristen werden ontvoerd, schreef Israël dat onmiddellijk toe aan Hamas. Het bewijs moet nog altijd geleverd worden. Netanyahu zwoer revanche. Een paar Israëlische jongeren namen wraak op hun manier: ze overgoten een willekeurige Palestijnse jongen met benzine en staken hem in brand.

‘Wij zijn geen radicalen of fanatici; we vechten niet tegen de joden omdat het joden zijn, we vechten tegen de bezetting’

Toen een van de ontvoerde Israëlische jongens de politie wist te bellen, werden ze alle drie vermoord. De Israëlische regering hield dat bijna drie weken geheim. Haatcampagnes hitsten intussen de publieke opinie op tegen Hamas. Met als excuus de speurtocht naar de slachtoffers en hun ontvoerders begon het leger de Westelijke Jordaanoever extra te terroriseren. Te midden van oplaaiend verzet werden daar honderden leden en sympathisanten van Hamas opgepakt. Hamas reageerde op deze oorlogsverklaring met een spervuur van raketten, dat beantwoord werd met bombardementen en weldra ook met een landinvasie.

Israël dacht dat de operatie tegen Gaza net als de vorige keren zou neerkomen op ‘grasmaaien’: het periodiek kortwieken van Hamas’ militaire infrastructuur. Het heeft tot zijn verrassing gemerkt dat Hamas dankzij betere wapens, een betere militaire voorbereiding en een labyrint van tunnels zich ditmaal niet gemakkelijk klein laat krijgen. Voor Hamas staat de overleving op het spel. Het is in het Midden-Oosten de ene vriend na de andere kwijtgeraakt: Syrië en de Libanese Hezbollah hebben met Hamas gebroken vanwege zijn steun aan het verzet tegen Assad, wapenleverancier Iran heeft de relaties op een laag pitje gezet, Egypte is na de coup tegen Morsi van vriend vijand geworden, Saoedi-Arabië, de meeste Golfstaten en Jordanië zien in de radicale islam een veel groter gevaar dan in Israël. Alleen Qatar en Turkije hebben nog banden met Hamas. Slechts het internationale afgrijzen over Israëls overkill kan Hamas uit haar isolementspositie helpen.

Met ieder bloedbad dat de Israëlische strijdkrachten in Gaza aanrichten isoleert Israël zichzelf verder. De bombardementen en beschietingen op woonwijken, ziekenhuizen, scholen vol vluchtelingen, moskeeën, een park met spelende kinderen, medische reddingsteams, de belangrijkste markt, het telecommunicatiecentrum, de enige elektriciteitscentrale, de haven – al deze terreuracties zijn steeds minder te verkopen als legitieme zelfverdediging tegen terroristen die zelfs de eigen bevolking de dood injagen. De wanverhoudingen tussen de aantallen slachtoffers spreken voor zich. Palestijnse doden tot afgelopen maandagmiddag: 1865, vooral burgers, onder wie zo’n 400 kinderen; Israëlische doden 67, van wie 64 militairen; vluchtelingen in Gaza 400.000, in Israël nul.

Zelfs als het de oorlog tegen Gaza wint dreigt Israël de strijd in de internationale arena te verliezen. De protesten, al aangewakkerd door de bouw van nederzettingen, zijn scherp toegenomen: ambassadeurs zijn uit Israël teruggeroepen, bekende persoonlijkheden verheffen hun stem, secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon is ziedend, de roep wordt sterker om investeringen niet alleen terug te trekken uit de bezette gebieden maar ook uit Israël zelf en om producten te boycotten, protestdemonstraties brengen duizenden mensen op de been.

De antisemieten spinnen er garen bij. Alsof alle joden waar ook ter wereld verantwoordelijk zijn voor het optreden van de Israëlische regering. Die doet zelf mee aan die absurde logica door het protest tegen haar acties al gauw gelijk te stellen aan antisemitisme. Aanhangers van Israël noemen mensen die oprecht protesteren tegen de oorlogspolitiek van Netanyahu nazivrienden. En als het joden zijn die hun stem verheffen? Die worden afgedaan als ‘zelfhaters’.

Behalve voor de oorlogsindustrie is de oorlog voor Israël in alle opzichten contraproductief. De jeugd van Gaza, getuige van gruwelen die waarschijnlijk pure oorlogsmisdaden zijn, is vervuld van haat tegen Israël. Hamas was internationaal geïsoleerd en in Gaza zelf sterk omstreden, maar heeft dankzij het taaie verzet tegen de Israëlische acties zijn prestige terug. In eventuele onderhandelingen kan Hamas met de vuist op tafel slaan. Een einde van de blokkade is wel het minste wat het kan vragen. Met een door Israël geëiste ontwapening zal het pas kunnen instemmen als ook Israël garandeert dat het geen geweld meer zal gebruiken. Garanties die de huidige Israëlische regering niet wil geven.

Op het eerste gezicht heeft de Gaza-oorlog Netanyahu in de binnenlandse politiek geen windeieren gelegd. Sinds het grote zomerprotest van 2011 werd de agenda beheerst door sociaal-economische problemen. Die zijn nu verdrongen door een voor Netanyahu vertrouwd dossier: veiligheid. Op dat terrein krijgt hij automatisch het gros van de bevolking achter zich. Maar die steun is al aan het afkalven.

Belangrijker is dat democratie en menselijkheid een forse knauw hebben gekregen. Vredesbetogers worden in elkaar geslagen en voor landverraders uitgemaakt, er is censuur ingesteld, in de collectieve hetze vieren moordlust, rassenhaat en meedogenloosheid hoogtij. Joodse zeloten hebben in de media zelfs opgeroepen tot genocide. Israëls Arabische minderheid voelt zich nog meer gemangeld, de relaties met de Palestijnse bevolking op de Westelijke Jordaanoever zijn verder verziekt. Allemaal uitstekende ingrediënten voor instabiliteit en nieuwe geweldsuitbarstingen. Alleen een vredesproces dat die naam verdient kan deze vicieuze cirkel doorbreken. Maar dat is van het huidige Israëlische regime waarschijnlijk te veel gevraagd.


Beeld: Raketinslag in Rafa, 20 juli (Ibraheem Abu Mustafa/Reuters).