ISRAËLS ONMOGELIJKE OORLOG TEGEN GAZA (2)

Israël verwondt zichzelf

Het lijkt erop dat Israël bereid is de oorlog tegen Gaza te staken, omdat alle doelen zouden zijn bereikt. Maar, vraagt de Israëlische publicist en vredesactivist Uri Avnery zich af, wat zijn de gevolgen van deze oorlog op langere termijn?

TEL AVIV – Bijna zeventig jaar geleden, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd er een gruwelijke misdaad begaan in de stad Leningrad. Meer dan duizend dagen hield een bende extremisten onder de naam ‘Rode Leger’ miljoenen inwoners van die stad gegijzeld en dwong daarmee de Duitse Wehrmacht de stad in te trekken en terug te slaan. Voor Duitsland was er geen ander alternatief dan het beschieten en bombarderen van de bevolking en een totale blokkade waarvan honderdduizenden het slachtoffer werden. Enige tijd eerder was een soortgelijke misdaad begaan in Engeland. De bende van Churchill verschool zich onder de bevolking van Londen en misbruikte miljoenen burgers als een menselijk schild. De Duitsers zagen zich gedwongen hun Luftwaffe te sturen en – natuurlijk met grote tegenzin – de stad in puin te schieten. Dat noemden ze de Blitz.
Iets dergelijks had in de geschiedenisboeken kunnen staan als de Duitsers de oorlog hadden gewonnen. Is dat absurd? Niet absurder dan de dagelijkse beschrijvingen in de Israëlische media die tot vervelens toe worden herhaald: de terroristen van Hamas gebruiken de inwoners van Gaza als ‘gijzelaars’, ze gebruiken de vrouwen en kinderen als ‘menselijke schilden’, ze dwingen Israël daarmee grootschalige bombardementen uit te voeren, waarbij tot diep verdriet van Israël duizenden vrouwen, kinderen en ongewapende mannen worden gedood en verwond.
In deze oorlog speelt, net als in elke moderne oorlog, propaganda een belangrijke rol. De verhouding tussen een paar duizend licht bewapende Hamas-strijders en het Israëlische leger met z’n vliegtuigen, oorlogsschepen, artillerie en tanks, is één op duizend, misschien zelfs één op een miljoen. In de politieke arena is de ongelijkheid nog veel groter, en in de propagandaoorlog is ze ongeveer oneindig.
Bijna alle westerse media herhaalden aanvankelijk de officiële Israëlische propaganda. Ze negeerden bijna geheel de Palestijnse kant van het verhaal, om maar helemaal niet te spreken over de dagelijkse demonstraties van het Israëlische vredeskamp. De argumenten van de Israëlische regering (‘De staat moet zijn burgers verdedigen tegen de Qassam-raketten’) werd geaccepteerd als de hele waarheid. Het gezichtspunt van de andere kant, dat de Qassams een reactie zijn op de belegering waardoor de anderhalf miljoen inwoners van de Gazastrook verhongeren, werd al helemaal niet genoemd.
Pas toen de afschuwelijke scènes uit Gaza op de westerse televisieschermen verschenen, begon de publieke opinie in de wereld geleidelijk te veranderen. Zeker, de westerse en Israëlische televisiezenders toonden slechts een klein deel van de vreselijke gebeurtenissen die elke dag 24 uur lang op de Arabische zender van Al Jazeera te zien zijn. Maar het beeld van een dode baby in de armen van een angstige vader is machtiger dan duizend elegant geconstrueerde zinnen van de Israëlische legerwoordvoerder. En dat geeft uiteindelijk de doorslag.

Oorlog – elke oorlog – is het rijk van de leugens. Of je het propaganda noemt of psychologische oorlogvoering, iedereen aanvaardt dat het juist is om te liegen in het belang van je land. Iedereen die de waarheid vertelt loopt het risico voor verrader te worden uitgemaakt.
Het probleem is dat propaganda het meest overtuigend is voor de propagandist zelf. En als je jezelf ervan hebt overtuigd dat een leugen de waarheid is en vervalsing de realiteit, kun je geen rationele beslissingen meer nemen.
Een voorbeeld hiervan betreft de tot nu toe meest schokkende gebeurtenis van deze oorlog: het Israëlische bombardement op de VN-school in het vluchtelingenkamp Jabalja. Onmiddellijk nadat het incident in de hele wereld bekend was geworden, ‘onthulde’ het Israëlische leger dat Hamas-strijders mortieren hadden afgevuurd vanaf een plek dicht bij de ingang van de school. Als bewijs hiervoor werd een luchtfoto verspreid waarop inderdaad de school en een mortier te zien zijn. Maar na korte tijd moest het leger toegeven dat de foto meer dan een jaar oud was en dat er dus sprake was van een vervalsing. Daarna verklaarde de officiële woordvoerder dat ‘onze soldaten werden beschoten vanuit de school’. Nauwelijks een dag later moest het leger tegenover VN-functionarissen toegeven dat ook dit een leugen was. Maar die erkenning maakte nauwelijks nog verschil. Toen het zo ver was, was men er in Israël al geheel van overtuigd dat er uit die school was geschoten; dit werd op tv als een feit herhaald.
Zo ging het ook bij andere gruwelijkheden. Elke baby die stierf veranderde in een Hamas-terrorist. Iedere gebombardeerde moskee werd onmiddellijk een Hamas-basis, elk flatgebouw een wapenopslagplaats, elk overheidsgebouw een ‘symbool van de Hamas-heerschappij’. Zo behield het Israëlische leger in de ogen van de Israëlische bevolking zijn zuiverheid als het ‘moreel meest hoogstaande leger ter wereld’.
De waarheid is dat de gruwelen het directe gevolg zijn van het oorlogsplan. Dit hangt samen met de persoonlijkheid van de Israëlische minister van Defensie Ehud Barak – een man wiens manier van denken en handelen een duidelijk bewijs is van wat ‘morele waanzin’ wordt genoemd, een sociopathische storing. Het werkelijke doel van de oorlog (behalve zetels winnen bij de verkiezingen in februari) is het beëindigen van de heerschappij van Hamas in de Gazastrook. In de verbeelding van degenen die de oorlog hebben gepland is Hamas een aanvaller die de heerschappij heeft veroverd over een ander land. De werkelijkheid ziet er heel anders uit.
Hamas won de meerderheid van de stemmen in de uitzonderlijke democratische verkiezingen die plaatsvonden op de Westelijke Jordaanoever, in Oost-Jeruzalem en in de Gazastrook. Hamas had die verkiezingen gewonnen omdat de Palestijnen tot de conclusie waren gekomen dat de vreedzame benadering van Fatah door Israël op geen enkele wijze was gehonoreerd – noch met bevriezing van de nederzettingen, noch met vrijlating van gevangenen. Israël had geen enkele stap van betekenis gezet in de richting van beëindiging van de bezetting en de stichting van een Palestijnse staat.
Hamas is diep geworteld in de bevolking. Niet alleen als een verzetsbeweging tegen de buitenlandse bezetter, zoals joodse verzetsbewegingen tegen Engeland hebben gestreden. Maar ook als een politieke en religieuze organisatie die sociale, onderwijskundige en medische diensten verleent. Voor de Palestijnse bevolking zijn de Hamas-strijders geen vreemden, maar zonen van families in de Gazastrook en andere Palestijnse gebieden. Ze verschuilen zich niet achter de bevolking; de bevolking ziet ze als haar enige verdedigers.
De operatie tegen Gaza is dus gebaseerd op verkeerde vooronderstellingen. Als je haar leven tot een hel maakt, komt de bevolking van Gaza niet in opstand tegen Hamas maar verenigt ze zich juist achter die beweging en is ze alleen maar meer vastbesloten zich niet over te geven.
Hij die het bevel geeft tot een oorlog met dergelijke methodes in zo’n dichtbevolkt gebied weet dat dat een vreselijke slachting onder de burgerbevolking zal veroorzaken. Blijkbaar doet hem dat niets. Misschien gelooft hij dat de Hamasstrijders op hun daden zullen terugkomen en zich in de toekomst niet meer durven te verzetten tegen Israël.
Topprioriteit voor het Israëlische leger was het minimaliseren van het aantal slachtoffers onder de eigen soldaten, want de steun voor een oorlog vermindert snel als er veel slachtoffers aan Israëlische kant blijken te zijn. Dat gebeurde in de twee oorlogen met Libanon. Deze overweging speelde een belangrijke rol omdat de oorlog deel uitmaakt van de verkiezingscampagne. Barak won tijdens de eerste dagen van de oorlog in de peilingen. Maar hij wist dat die cijfers zouden inzakken als er te veel plaatjes van dode soldaten op de televisie zouden verschijnen. Daarom werd een nieuwe doctrine toegepast: verliezen onder de soldaten vermijden door de totale vernietiging van alles wat op hun pad komt. Degenen die de oorlog planden waren niet bereid slechts tachtig Palestijnen te doden om een Israëlische soldaat te redden, maar achthonderd. Het vermijden van slachtoffers aan Israëlische kant is het belangrijkste gebod, wat een recordaantal slachtoffers aan de andere kant met zich meebrengt.
Hieruit volgt een bewuste keuze voor een wrede soort van oorlogvoering, en dat bleek ook de achilleshiel. Een persoon zonder verbeeldingskracht als Barak kan zich niet voorstellen hoe fatsoenlijke mensen in de hele wereld reageren op het vermoorden van complete families, op het vernietigen van huizen waar nog mensen in zitten, op rijen jongens en meisjes in witte doodskleden wachtend om begraven te worden, op berichten over mensen die dagenlang dood liggen te bloeden omdat ambulances ze niet kunnen bereiken, op het doden van medisch personeel dat op pad gaat om levens te redden, op het vermoorden van VN-chauffeurs die voedsel komen brengen. De beelden van ziekenhuizen met doden, stervenden en gewonden op de grond omdat er geen ruimte is, schokten de wereld. Geen argument kan op tegen het beeld van een gewond meisje dat kronkelend van pijn om haar mama huilt.
De plannenmakers dachten door met geweld verslaggeving te belemmeren te bereiken dat de wereld deze beelden niet te zien kreeg. De Israëlische journalisten legden zich er tot hun schande bij neer dat ze het moesten doen met verslagen en foto’s die werden geleverd door de legerwoordvoerder, alsof het om authentiek nieuws ging, terwijl ze kilometers ver weg bleven van de gebeurtenissen. Buitenlandse journalisten mochten evenmin Gaza in, totdat zij protesteerden en in streng gecontroleerde groepen voor een snel ritje werden meegenomen. Maar in een moderne oorlog kan zo’n steriele, kunstmatige blik de andere beelden niet uitschakelen – er zijn camera’s in Gaza, midden in de hel, en die kunnen niet worden gecontroleerd. Al Jazeera zendt deze beelden de hele dag uit.
De strijd om de tv-schermen is een van de beslissende gevechten in de oorlog. Honderden miljoenen Arabieren van Mauritanië tot Irak, meer dan een miljard moslims van Nigeria tot Indonesië zien de beelden met afgrijzen. Dat heeft grote invloed op de oorlog. Veel van deze televisiekijkers zien de heersers van Egypte, Jordanië en de Palestijnse Autoriteit als collaborateurs van Israël bij het uitvoeren van de gruwelen tegen hun Palestijnse broeders. De veiligheidsdiensten van de Arabische regimes noteren een gevaarlijke gisting onder hun bevolking. De Egyptische president Mubarak, die het meest in het oog springt vanwege het sluiten van de grensovergang bij Rafah voor de neus van doodsbange Palestijnse vluchtelingen, begon druk uit te oefenen op de besluitvormers in Washington die tot dan toe elke oproep tot een staakt-het-vuren hadden geblokkeerd. Zij begonnen te begrijpen dat vitale Amerikaanse belangen in de Arabische wereld werden bedreigd en veranderden plotseling van positie, hetgeen de rust van de zelfvoldane Israëlische diplomaten aardig verstoorde.
Mensen die lijden aan morele waanzin kunnen de motieven van normale mensen niet begrijpen en moeten raden wat hun reacties zullen zijn. ‘Hoeveel divisies heeft de paus?’ spotte Stalin. ‘Hoeveel divisies hebben mensen met een geweten?’ zou Ehud Barak kunnen vragen. Uiteindelijk hebben ze er toch een paar. Niet veel. Ze zullen niet al te snel reageren. Ze zijn niet erg sterk en niet erg goed georganiseerd. Maar op een bepaald moment, als de gruwelen te groot worden en vele protesten volgen, kan dat een oorlog beslissen.
Het verkeerd inschatten van de aard van Hamas heeft geleid tot het verkeerd inschatten van de gevolgen. Niet alleen kan Israël deze oorlog niet winnen, Hamas kan hem niet verliezen. Zelfs al zou het Israëlische leger erin slagen elke Hamas-strijder te doden, dan nog zou Hamas winnen. De strijders worden dan gezien als voorbeelden voor de Arabische natie, als helden van het Palestijnse volk, als modellen voor de jonge mensen in de Arabische wereld. De Westelijke Jordaanoever zou als rijp fruit in handen van Hamas vallen, Fatah zou verdrinken in een zee van minachting, de Arabische regimes zouden instorten.
Als de oorlog wordt beëindigd en Hamas, bebloed maar onoverwonnen, heeft stand gehouden tegenover de machtige Israëlische oorlogsmachine, zal dat eruitzien als een fantastische overwinning, een overwinning van de geest op het stoffelijke. Wat in het bewustzijn van de wereld zal worden gebrand is het beeld van Israël als een bloeddorstig monster dat op elk moment in staat is oorlogsmisdaden te begaan en niet bereid is zich aan morele beperkingen te houden. Dit zal ernstige gevolgen hebben voor de toekomst van Israël op langere termijn, voor de plaats van Israël in de wereld en voor de kansen op het bereiken van vrede en rust. Uiteindelijk is deze oorlog een misdaad van Israël tegen zichzelf.

Vertaling: Max Arian