Israëlische cultuurminister strijdt tegen ‘hypocriete kunstenaars’

Jeruzalem – Israël heeft er een oorlog bij: tegen zijn eigen kunstenaars. Die oorlog wordt aangevoerd door de minister van Cultuur.

In Israëls meest rechtse kabinet ooit kon de cultuur geen eiland van vrijheid blijven. De aanval op dat eiland vertrouwde premier Netanyahu toe aan zijn Likoed-partijgenote Miri Regev. Oorlogservaring had ze opgedaan als pelotonscommandant en legerwoordvoerster met de rang van brigadier-generaal. Maar naam maakte ze pas echt toen ze deelnam aan een protestdemonstratie tegen asielzoekers en hen een ‘kanker in ons lichaam’ noemde.

Toen ze in mei 2015 aantrad op Cultuur wist ze niets van haar beleidsonderdelen en dat is zo gebleven. Binnen een week toonde ze haar belangrijkste wapen om het kritische kunstenaarsvolkje tot de orde te roepen: de subsidiekraan. Kunstenaars en culturele instellingen die niet loyaal zijn aan de staat – ze bedoelde de regering – zouden geen overheidsfinanciering meer krijgen, want ‘de staat is geen geldautomaat’. Sindsdien hangt Damocles’ zwaard boven de kunstwereld, ongeveer het laatste bolwerk van gedecimeerd links.

Een van Regevs eerste daden was het intrekken van de subsidie aan een Arabisch theater in Haifa vanwege een stuk over een Palestijnse gevangene die een Israëlische soldaat doodde. De procureur-generaal verklaarde dat besluit onwettig omdat het indruiste tegen de vrijheid van meningsuiting. Dus diende de minister een ‘loyaliteitswet’ in, die subsidiëring weigert aan pro-Palestijns geachte culturele instellingen. Een ander wetsontwerp schrapt de subsidie voor wie gebrek aan respect toont voor de staat. Regev werkt ook aan zedenrichtlijnen voor kunstenaars nadat een zangeres op het strand had gezond in bikini. Ze moest haar bovenlichaam bedekken om de orthodoxe bezoekers van het festival waar ze optrad niet te kwetsen.

Intussen slaat Regev om zich heen om de ‘gierige, hypocriete en ondankbare’ kunstenaars mores te leren. Ze is de heldin van Im Tirtzu, de ultrarechtse actiegroep die schrijvers als Amos Oz en David Grossman heeft ontmaskerd als buitenlandse agenten. Tijdens haar toespraken wordt ze vaak uitgefloten. Maar daar geniet ze van, want haar oorlog tegen de linkse elite moet haar de gunst opleveren van de rechtse massa’s.