Israëls Facebook-kaasrevolutie

Jeruzalem – De stoffige verslaggever van het tweede kanaal wil het. De mensenrechtenactivist wil het. En zelfs mijn buurman wil meedoen aan iets wat op de viezewoordenlijst van de overheid staat: een boycot van Israëlische producten. Toen begin juni de prijs van lokale cottage cheese, een van de hoofdingrediënten van het Israëlische menu, verdubbelde ten opzichte van het Europese broertje pikten de Israëlische consumenten het niet meer. Ze grepen naar een in het Midden-Oosten beproefd machtsmiddel: Facebook. De oproep tot spontane boycot van cottage cheese verspreidde zich razendsnel. De actie heeft al negentigduizend aanhangers terwijl de officiële boycot pas op 1 juli begint. ‘Een maand lang kopen we geen cottage cheese’, luidt de oproep.

Volgens de drie Israëlische zuivelmonopolisten ligt de prijsstijging aan de stijging van de melkprijzen. Toch vreemd dat de kaasmakers op hetzelfde tijdstip met dezelfde prijsstijging komen, vinden gewiekste Knesset-leden. Riekt dat naar kartelvorming? In het parlement barstte de bom toen oppositiepartij Kadima de cottage cheese-crisis trachtte te kapen. ‘Het is een protest tegen sociale verschillen die onder Netanyahu’s regering in onze samenleving zijn ontstaan’, meende Kadima-leider Tzipi Livni.

Israël heeft de prijsregulering van basisproducten als brood, melk, kaas en cottage cheese de laatste tijd versoepeld om een vrijere markt te creëren. Maar die markt wordt gedomineerd door monopolisten. Terwijl de meeste landen een antitrustbeleid hebben om monopolies te bestrijden, heeft Israël die monopolies van bedrijven die ‘wit-blauwe’ producenten maken (van Israëlische makelij) getolereerd.

Israël is een duur land met een kleine, gesloten economie waarvan de consumenten al gewend zijn om meer te moeten betalen dan Europeanen. Maar dat verandert. ‘Het gaat niet alleen om cottage cheese’, zegt Oded Shahar, financieel journalist. ‘Toen ik in Engeland was, zag ik tot mijn verbazing dat mobiele telefoons en kabel-tv daar veel goedkoper zijn.’

Om de cottage cheese-crisis te bestrijden overweegt het Israëlische parlement herstel van de prijsregulering of buitenlandse concurrentie toe te staan. En dat voor de prijsverhoging van een pakje cottage van 0,75 euro? Misschien zit het probleem dieper dan het parlement wil toegeven. In Israël verdient tien procent van de hoogste salarissen vijf keer zo veel als de laagste tien procent; de grootste salariskloof in de ontwikkelde landen. Het huishoudbudget van de gemiddelde Israëliër ligt op de helft van de gemiddelde Nederlander, en het prijsniveau is hoger. Niet gek dus dat mijn buurman, de activist en zelfs de stoffige verslaggever vallen over een shekel. Misschien moet dat ’ns op Facebook. Maar ja, dan heb je het over een ander soort revolutie in Israël: een andere keuze hebben.