Israels metamorfose

In het El Al-toestel richting Israel had ik mij al hogelijk verbaasd. Ik had de boordradio, afdeling ‘light entertainment’, op het oor gezet en viel midden in het voorspel tot Wagners Meistersinger von Nurnberg. Stond deze componist in het Heilige Land niet op de zwarte lijst vanwege al die lelijke dingen die hij over de joden heeft beweerd? En was diezelfde Meistersinger in 1944 niet het voornaamste entertainment op de Rijkspartijdag in Neurenberg geweest?

Richard Wagner (voorloper) en Richard Strauss (meeloper), dat waren de twee toondichters die in Israel nooit voet aan de Heilige Grond hebben gekregen. Dacht ik. Want de situatie moet inmiddels zijn veranderd. Op het nachtkastje van mijn hotel ligt een exemplaar van het maandblad Tel Aviv Today. Nee, op toneelgebied is, lijkt mij, niet veel aan de hand, afgezien van het feit dat ik het toch niet zou kunnen volgen. In de diverse concertzalen gaat het er daarentegen avontuurlijk aan toe. Het Israelisch Filharmonisch Orkest speelt de slotscene uit Strauss’ Salome. Het Israelisch Kamerorkest speelt zelfs Strauss’ Metamorfosen, de compositie waarvan Matthijs Vermeulen (langjarig muziekredacteur van De Groene Amsterdammer) vermoedde dat het een versluierd In Memoriam voor Adolf Hitler is geweest.
Allemaal onzin, maar dit terzijde.
Ik zoek op de radio naar Israels Radio Vier. En hoor de Dans der zeven sluiers, een fragment uit Strauss’ voornoemde Salome. Sommige mensen verzinnen dit soort dingen. Ik dus niet. Dan speelt Itzak Perlman (jood), begeleid door Daniel Barenboim (jood), een sonate van Brahms (protestant), want twee joden weten wat een bril kost. Gevolgd door, geloof het of niet, een uitgebreide selectie uit Strauss’ Rosenkavalier.
Hoogstaande muziek is het niet, maar daarom hoeft zoiets nog niet op een zwarte lijst terecht te komen. Zelfs als de componist zelf een verre van hoogstaand mens is geweest, die zo zijn bezwaren had tegen het ‘onnozele kunstgerommel van joden en jodengenoten’. Strauss sprak trouwens in een adem tevens over 'die afstotelijke, domme, onnozele, luie en smerige Arabieren’, want de componist zag het begrip antisemitisme ruim.
Wie heeft de natie uiteindelijk met deze twee omstreden componisten weten te verzoenen? Ik vermoed dat het de dirigent Zubin Metha is geweest, die nu al jarenlang de Israelische Filharmonie dirigeert. Hij is de man die eens, vijftien jaar geleden, het voorspel tot Wagners Lohengrin heeft moeten afbreken omdat Israelische muziekliefhebbers met klapstoelen begonnen te gooien. De dirigent is helaas voor elke smakeloosheid mobiliseerbaar - hij is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de begeleiding van dat beruchte Drie Tenoren Concours, waarin Carreras, Domingo en Pavarotti gedrieenlijk Rigoletto en La Traviata verkrachtten. Maar Zubin Metha is net muzikaal genoeg om zich niet te realiseren dat een slecht karakter het schrijven van geniale muziek niet in de weg hoeft te staan.
Goed nieuws dus uit het Heilige Land: Geheel vrij van fanatisme is de natie nog steeds niet, maar in artistieke zin lijkt de situatie enigszins genormaliseerd.